
12-Gelukkig is de man die niet op de weg van zondaars wandelt. Zondaars zijn degenen die, terwijl ze het bestaan van God erkennen, toegeven aan de aansporingen van dierlijke instincten, en hebzuchtig, trots, leugenaars, huichelaars zijn en moedwillige seksualiteit beoefenen. In plaats daarvan volgt een gelukkig mens God.

De volgende voorwaarde is dat de man die niet in de raad van de goddelozen heeft gewandeld, de zondaars niet in de weg zal staan. Want er zijn velen wier belijdenis aangaande God hen wel vrijspreekt van goddeloosheid, maar hen toch niet vrijzet van de zonde ; degenen die bijvoorbeeld in de Kerk blijven maar haar wetten niet naleven ; dat zijn de hebzuchtigen, de dronkaards, de vechters, de baldadige, de trotse mensen, de huichelaars, de leugenaars en de plunderaars. Ongetwijfeld worden we tot deze zonden aangespoord door de ingevingen van onze natuurlijke instincten; maar het is goed voor ons om ons terug te trekken van het pad waarop we worden gehaast en er niet op te blijven staan, aangezien ons zo gemakkelijk een uitweg wordt geboden. Het is om deze reden dat de mens die de zondaars niet in de weg heeft gestaan, gelukkig is , want terwijl de natuur hem op die weg brengt, trekt het religieuze geloof hem terug.

Indien je alle paragrafen in één geheel wenst te lezen Ga naar de categorie (‘theologische artikelen deel 2) bovenaan de blog , daar staan ze naast mekaar in goede volgorde; Vandaag heb ik paragraaf 12 van 24 gepubliceerd.
