
En dus vraag ik mezelf af: ‘Waar zijn je dromen?’ En ik schud mijn hoofd en mompel: ‘Wat gaan de jaren voorbij!’ En ik vraag mezelf opnieuw af: ‘Wat heb je met die jaren gedaan? Waar heb je je beste momenten begraven? Heb je echt geleefd? Kijk,’ zeg ik tegen mezelf, ‘hoe koud het over de hele wereld wordt!’ En er zullen nog meer jaren verstrijken en daarachter zal een grimmig isolement kruipen. Wankelende seniliteit zal hobbelen, leunen op een kruk, en daarachter zal onopgeloste verveling en wanhoop komen. De wereld van fantasieën zal vervagen, dromen zullen verwelken en sterven en vallen als herfstbladeren van de bomen. . . .
