
“Laten we ons dan niet schamen
om de Gekruisigde te belijden.
WEES HET KRUIS ONS ZEGEL, met vrijmoedigheid gemaakt door onze vingers, op ons voorhoofd en in alles, over het brood dat we eten en de bekers die we drinken, in ons binnenkomen en uitgaan,
voor onze slaap, wanneer we ons neerleggen
en wanneer we wakker worden,
wanneer we op de weg
zijn en wanneer we stil zijn.
Groot is dat conserveringsmiddel, het is onbetaalbaar, ter wille van de armen,
zonder zwoegen, voor de zieken,
want ook zijn genade is van God.
Het is het teken van de gelovigen
en de vrees voor het kwaad – want Hij heeft daarin
over hen gezegevierd en hen openlijk geopenbaard –
want als zij het kruis zien,
worden zij herinnerd aan de gekruisigde;
zij zijn bevreesd voor Hem,
Die de koppen van de draak heeft verbrijzeld.
Veracht het zegel
niet vanwege de vrijmoedigheid van het geschenk,
maar eer daarom
liever uw weldoener!”
“De heilige Cyrillus van Jeruzalem (315-387) Vader en kerkleraar”
