
Tenzij nederigheid en liefde, eenvoud en goedheid ons gebed reguleren, kan dit gebed – of liever gezegd deze schijn van gebed – ons in het geheel niet baten. En dit geldt niet alleen voor het gebed, maar voor alle inspanningen en ontberingen die ter wille van de deugd worden ondernomen, of dit nu maagdelijkheid, vasten, wake, psalmlied, dienstbetoon of welk ander werk dan ook betreft. Als we in onszelf niet de vruchten zien van liefde, vrede, vreugde, eenvoud, nederigheid, zachtmoedigheid, argeloosheid, geloof , verdraagzaamheid en vriendelijkheid, dan verdragen we onze ontberingen tevergeefs. Wij aanvaarden de ontberingen om de vruchten te kunnen plukken. Als de vruchten van de liefde niet in ons aanwezig zijn, is onze arbeid nutteloos.
st. Symeon Metaphrastisch
