Wanneer gelovigen geconfronteerd worden met de dood, moeten ze rust vinden van verdriet in de wetenschap dat de dood voor hen niet het einde is, maar alleen van dit leven, want ze zullen opstaan bij de opstanding.

Omdat er enig verschil zou moeten zijn tussen gelovigen en ongelovigen. Laat hen daarom huilen die niet de hoop op de opstanding kunnen hebben, waarvan niet het oordeel van God, maar de strengheid van het geloof hen berooft. Laat er dit verschil zijn tussen de dienaren van Christus en de aanbidders van afgoden, dat laatstgenoemden wenen om hun vrienden, van wie zij veronderstellen dat ze voor altijd zijn omgekomen; dat zij nooit moeten ophouden met tranen en geen rust mogen krijgen van verdriet, die denken dat de doden geen rust hebben. Maar van ons, voor wie de dood niet het einde is van onze natuur, maar alleen van dit leven, laat de komst van de dood alle tranen wegvegen, aangezien onze natuur zelf in een betere staat is hersteld. Laat de komst van de dood alle tranen wegvegen
Ambrosius
