Zo heb ik, naar mijn beste vermogen, aangetoond dat de God die wij aanbidden niet van eeuwigheid in duisternis heeft gewoond, maar zelf licht is….

border 5050

De Schrift doet uitspraken over God en schrijft Hem emoties toe die niet als gelijkwaardig aan die van mensen kunnen worden gezien. Augustinus geeft ons voorbeelden. Hij zal bijvoorbeeld wel eens een vraag stellen. Dit is niet uit onwetendheid, maar juist door Zijn onderzoek maakt Hij Zijn oordeel bekend. Veel moderne fouten komen voort uit dit verkeerd begrijpen van de Schrift, net zoals dat in de tijd van Augustinus het geval was

AUGUSTINUS222

Zo heb ik, naar mijn beste vermogen, aangetoond dat de God die wij aanbidden niet van eeuwigheid in duisternis heeft gewoond, maar zelf licht is, en in Hem is helemaal geen duisternis; en in Hemzelf woont in ontoegankelijk licht; en de helderheid van dit licht is Zijn eeuwige wijsheid. Uit wat we hebben gezegd blijkt dat God niet verrast werd door de onverwachte verschijning van licht, maar dat licht zijn bestaan ​​dankt aan Hem als zijn Schepper, zoals het zijn voortbestaan ​​te danken heeft aan Zijn goedkeuring. Ook was God niet onwetend over de toekomst, maar de auteur van het voorschrift en de bestraffer van ongehoorzaamheid; dat Hij, door Zijn rechtvaardige toorn tegen overtredingen te tonen, een beperking voor de tijd zou kunnen bieden, en een waarschuwing voor de toekomst.

Ook stelt Hij geen vragen uit onwetendheid, maar maakt Hij juist door Zijn onderzoek Zijn oordeel kenbaar. Ook is Hij niet nieuwsgierig of timide, maar sluit de overtreder uit van het eeuwige leven, wat de rechtvaardige beloning van gehoorzaamheid is. Ook is Hij niet begerig naar bloed en vet; Maar door van een vleselijk volk offers te eisen, passend bij hun karakter, is Hij in bepaalde opzichten een voorafschaduwing van het ware offer. Ook is Zijn jaloezie geen emotie van bleke angst, maar van stille welwillendheid, van verlangen om de ziel, die kuisheid te danken heeft aan de ene ware God, te behoeden voor verontreinigdheid en prostitutie door het dienen van vele valse goden. Ook is Hij niet woedend met een hartstocht die vergelijkbaar is met menselijke woede, maar Hij is boos, niet in de zin van het verlangen naar wraak, maar in de bijzondere zin van het volledig uitvoeren van het vonnis van een rechtvaardige vergelding. Ook vernietigt Hij niet duizenden mensen voor onbeduidende overtredingen, of voor niets, maar maakt Hij aan de wereld het voordeel duidelijk dat kan worden verkregen door Hem te vrezen, door de tijdelijke dood van degenen die al sterfelijk zijn. Ook straft Hij de rechtvaardigen en zondaars niet zonder onderscheid, maar kastijdt Hij de rechtvaardigen voor hun bestwil, om hen te vervolmaken, en geeft Hij de zondaars de straf die hen terecht toekomt. Dus, gij manicheërs, brengen uw vermoedens u op een dwaalspoor, wanneer u, door onze Schriften verkeerd te begrijpen, of door naar slechte tolken te luisteren, een verkeerd oordeel over katholieken vormt. Daarom verlaat u de gezonde leer en wendt u zich tot goddeloze fabels; en in uw perversiteit en vervreemding van de heiligengemeenschap verwerpt u de instructies van het Nieuwe Testament, dat, zoals we hebben laten zien, uitspraken bevat die vergelijkbaar zijn met die welke u in het Oude Testament veroordeelt. We zijn dus verplicht om beide Testamenten zowel tegen u als tegen de heidenen te verdedigen.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie