Metroploliet Kallistos Ware : Panentheïsme

KALLISTOS10

Panentheïsme
door Kallistos Ware [1]
(Simone Adolphine Weil)

(Dit is het volledige artikel )

Als schepper staat God dus altijd in het hart van alles en houdt het in stand. Op het niveau van wetenschappelijk onderzoek onderscheiden we bepaalde processen of reeksen van oorzaak en gevolg. Op het niveau van de spirituele visie, die de wetenschap niet tegenspreekt maar verder kijkt, onderscheiden we overal de creatieve energieën van God, die alles wat is in stand houden en de diepste essentie van alle dingen vormen. Maar hoewel God overal ter wereld aanwezig is, mag God niet met de wereld worden geïdentificeerd. Als christenen bevestigen wij geen pantheïsme maar “panentheïsme”. God is in alle dingen, maar ook boven en boven alle dingen. Hij is zowel ‘groter dan de grote’ als ‘kleiner dan de kleine’. In de woorden van St. Gregory Palamas: “Hij is overal en nergens, hij is alles en niets.”[2] Zoals een cisterciënzer monnik uit New Clairvaux het heeft gezegd: “God is de kern. God is iets anders dan de kern. God bevindt zich in de kern, en door de hele kern heen, en voorbij de kern, dichter bij de kern dan de kern.”[3]

Alle dingen zijn doordrongen en in stand gehouden door de ongeschapen energieën van God, en dus zijn alle dingen een theofanie die zijn aanwezigheid bemiddelt. De kern van elk ding is zijn innerlijke principe of logos, erin geïmplanteerd door de Schepper-logos; en zo komen we via de logoi in gemeenschap met de Logos. God staat boven en voorbij alle dingen, maar als Schepper bevindt hij zich ook binnenin alle dingen – “panentheïsme”, niet pantheïsme. Nadenken over de natuur betekent dus, in de woorden van Blake, het reinigen van de “deuren van de waarneming”, zowel op fysiek als op spiritueel niveau, en daardoor de energieën of logoi van God onderscheiden in alles wat hij heeft gemaakt. Het gaat erom te ontdekken, niet zozeer via onze redenerende rede als wel via ons spirituele intellect,[4] dat het hele universum een ​​kosmische brandende braamstruik is, gevuld met het goddelijke vuur, maar nog niet verteerd. [5]

[1] Kallistos Ware, The Orthodox Way (New York, 2002), pp. 48, 118.
[2] St. Gregory Palamas, On the Divine Energies, uitg. PK Christou en GI Mantzarides, in Palamas, Syngrammata, vol. 2 (Thessaloniki, 1966), p. 67.
[3] Een monnik van New Clairvaux, hoor jij niet bij mij? (New York, 1979), p. 9.
[4] (spiritueel) intellect – νους/nous: het hoogste vermogen in de mens, waardoor hij – op voorwaarde dat het gezuiverd is – God of de innerlijke essenties of principes [supra, logoi] van geschapen dingen kent door middel van direct begrip of spirituele waarneming. In tegenstelling tot de διάνοια/dianoia of rede, waarvan het zorgvuldig moet worden onderscheiden, functioneert het intellect niet door abstracte concepten te formuleren en vervolgens op deze basis te argumenteren tot een conclusie die door deductief redeneren wordt bereikt, maar begrijpt het de goddelijke waarheid door middel van onmiddellijke ervaring. intuïtie of ‘eenvoudige cognitie’ (de term gebruikt door St. Isaac de Syriër). Het intellect verblijft in de ‘diepten van de ziel’; het vormt het binnenste aspect van het hart (Heilige Diadochos, §§ 79, 88). Het intellect is het orgaan van contemplatie, het ‘oog van het hart’. De Philokalia II (Londen, 1981), p. 384.
[5] vgl. Exodus 3.1-14

Bron : https://www.facebook.com/ Simone Adolphine Weil

Vertaling : Kris Biesbroeck

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie