
Voortdurend een nieuwe start maken, betekent niet dat we onverwachte dingen zullen doen. We zullen eerder de dingen doen die we kennen, de vertrouwde dingen doen, maar met een andere geest, een andere instelling. Terwijl we het hele onderwerp bestuderen, zullen we het begrijpen en een nieuwe start maken – vandaag, morgen en overmorgen; en er komt nooit een einde aan. Noch zal iemand ooit moe worden en zeggen: “Ik ben moe om een begin te maken”. Integendeel, elke dag zul je het in jezelf voelen als een noodzaak om dit te doen. En dit zal een getuige zijn, een teken, een bewijs, zou ik zeggen, dat nog een stukje van je onderbewustzijn, nog een stukje van je onbewuste, uit de donkere kelder is gekomen en nu onder jouw controle is. Op dit punt plaats je het onder de genade van God en zelfs dit wordt heilig gemaakt. Wat slecht is, wat bezoedeld is, wordt weggenomen en gezuiverd door genade, en alleen je ziel blijft zuiver.
En zo, op elk moment, in elke specifieke situatie, herinner je je dat je een begin hebt gemaakt en dat je jezelf opnieuw aan God hebt uitgeleverd – aangezien er een ongecontroleerd stuk uit je onderbewustzijn kwam, dat nu echter in staat is om onder jouw controle te staan – en je zult proberen om je niet door dit stuk te laten overmeesteren en om niet te doen waartoe het je aanspoort. Maar wat dan? Je doet wat een heilige zou doen, wat Christus je op datzelfde uur zegt te doen.
Op deze manier ben je elk moment in de wil van God en niet in je eigen wil.
Archimandriet Symeon (Kragiopoulos)
