
De mens die aan zijn eigen welzijn denkt, is niet in staat zichzelf over te geven aan Gods wil, zodat zijn ziel vrede in God mag hebben. Maar de nederige ziel is toegewijd aan Gods wil en leeft voor Hem met ontzag en liefde; vol ontzag, opdat ze God op geen enkele manier zou bedroeven; in liefde, omdat de ziel heeft leren kennen hoe de Heer ons liefheeft.
Het beste van alles is om je over te geven aan Gods wil en verdrukking te verdragen met vertrouwen in God. De Heer, die onze ellende ziet, zal ons nooit te veel te dragen geven. Als het lijkt alsof we zwaar getroffen zijn, betekent dit dat we ons niet aan de wil van God hebben overgegeven.
De ziel die in alles toegewijd is aan de wil van God, rust rustig in Hem, want zij weet uit ervaring en uit de Heilige Schrift dat de Heer ons veel liefheeft en over onze ziel waakt, terwijl Hij door Zijn genade alle dingen in vrede en liefde bezielt. .
Niets hindert de mens die zich overgeeft aan de wil van God, of het nu ziekte, armoede of vervolging is. Hij weet dat de Heer in Zijn barmhartigheid bezorgd voor ons is. De Heilige Geest, die de ziel kent, is daarom getuige. Maar de hoogmoedigen en de eigenzinnigen willen zich niet overgeven aan Gods wil, omdat zij hun eigen weg willen, en dat is schadelijk voor de ziel.
Abba Pimen zei: ‘Onze eigen wil is als een koperen muur tussen ons en God, die ons ervan weerhoudt om tot Hem te naderen of Zijn barmhartigheid te overwegen
St.Silouan de Athoniet
