
En dus vraag ik me af: ‘Waar zijn je dromen?’ Ik schud mijn hoofd en mompel: ‘Wat gaan de jaren voorbij!’ En ik vraag me weer af: ‘Wat heb je met die jaren gedaan? Waar heb je je mooiste momenten begraven? Heb je echt geleefd? Kijk,’ zeg ik tegen mezelf, ‘wat wordt het koud over de hele wereld!’ En er zullen meer jaren voorbijgaan en daarachter zal een grimmig isolement sluipen. Wankelende seniliteit zal komen hobbelen, leunend op een kruk, en daarachter zal onverbiddelijke verveling en wanhoop komen. De wereld van fantasieën zal vervagen, dromen zullen verwelken en sterven en vallen als herfstbladeren van de bomen. . . .
Fyodor Dostojevsky
–
–
