
Het is mijn plicht om de presbyters van de Kerk te gehoorzamen – zij die, zoals ik heb laten zien, de opvolging van de apostelen bezitten; degenen die,samen met de opvolging van het episcopaat, het onfeilbare charisma van de waarheid hebben ontvangen, naar het welbehagen van de Vader. Maar [het is ook de plicht] om anderen die afwijken van de primitieve opeenvolging, en zich op welke plaats dan ook verzamelen, met argwaan te houden, hetzij als ketters van perverse geesten, of als opgeblazen en zelfgenoegzame schismatici, of ook weer als hypocrieten. aldus handelend ter wille van gewin en
ijdelheid. Want deze zijn allemaal van de waarheid gevallen”
– Tegen ketterijen 4:26:2
