
“Het woord ‘zoon’ heeft een tweevoudige betekenis… of het nu gaat om het feit dat hij zo geboren is, of vanwege het onderwijzen van zijn leer. Want wanneer iemand door de mond van een ander is onderwezen, wordt hij de zoon genoemd van degene die hem onderwijs geeft, en laatstgenoemde wordt zijn vader genoemd.”
– Tegen ketterijen 4:41-42
