
“Op deze manier is hij [de ware christen] altijd rein voor het gebed. Hij bidt ook in het gezelschap van engelen, omdat hij al een engelachtige rang heeft, en hij is nooit buiten hun heilige hoede; en hoewel hij alleen bidt, staat het koor van de heiligen bij hem [in gebed]”
(Clemens van Alexandrië – Miscellanies 7:12 [AD 208])
