
De apostelen tilden echter het kostbare lichaam van onze meest glorieuze dame, Maria, de moeder van God en altijd maagd, op en plaatsten het in een nieuw graf, op de plaats die de Heiland hen had laten zien. Ze bleven drie dagen op die plek, wakker in eenheid van geest. En na de derde dag openden ze de sarcofaag om de kostbare tabernakel te vereren van haar die alle lof verdient, maar alleen haar grafkleding vond; want zij was weggenomen door Christus, de God die vlees van haar werd, naar de plaats van haar eeuwige, levende erfenis. En onze Heer Jezus Christus zelf, die glorie schonk aan zijn onbevlekte moeder Maria Theotokos, zal ook glorie schenken aan degenen die haar verheerlijken.
(uit “Homily on the Dormition of the Theotokos”
Door John of Thessalonica (610- 649.AD
