
De dispositie van een moralist
Door Saint Porphyrios van Kavsokalyvia
De mens heeft zulke krachten dat hij goed of kwaad kan overbrengen op zijn omgeving. Deze zaken zijn zeer delicaat. Grote zorg is nodig.
We moeten alles in een positieve gemoedstoestand zien. We moeten niets slechts over anderen denken. Zelfs een simpele blik of een zucht beïnvloedt de mensen om ons heen. En zelfs de geringste woede of verontwaardiging kan kwaad. We moeten goedheid en liefde in onze ziel hebben en deze dingen doorgeven. We moeten oppassen dat we geen wrok koesteren tegen degenen die ons kwaad doen, maar dat we met liefde voor hen bidden. Wat een van onze medemensen ook doet, we mogen nooit kwaad over hem denken. We moeten altijd gedachten van liefde hebben en altijd goed over anderen denken. Kijk naar de heilige Stefanus, de eerste martelaar. Hij bad, Heer, reken hen deze zonde niet aan. Wij moeten hetzelfde doen.
We moeten nooit aan iemand denken dat God hem kwaad zal sturen of dat God hem zal straffen voor zijn zonde. Deze gedachte brengt een zeer groot kwaad teweeg, zonder dat wij ons daarvan bewust zijn. We voelen vaak verontwaardiging en zeggen tegen iemand: ‘Ben je niet bang voor Gods gerechtigheid, ben je niet bang voor Gods straf?’ Of anders zeggen we: ‘God zal je straffen voor wat je hebt gedaan’, of: ‘O God, breng die persoon geen kwaad voor wat hij mij heeft aangedaan’; of: ‘Moge die persoon niet hetzelfde lijden.’
In al deze gevallen hebben we een diep verlangen in ons dat de andere persoon gestraft wordt. In plaats van onze woede over zijn fout te bekennen, presenteren we onze verontwaardiging op een andere manier en bidden we zogenaamd tot God voor hem. In werkelijkheid vervloeken we op deze manier onze broeder. En als we, in plaats van te bidden, zeggen: ‘Moge God je vergelden voor het kwaad dat je me hebt aangedaan’, dan wensen we opnieuw dat God hem straft. Zelfs als we zeggen: ‘Alles goed, God is getuige’, werkt de gezindheid van onze ziel op een mysterieuze manier en beïnvloedt de ziel van onze medemens zodat hij kwaad lijdt.
Wanneer we kwaad spreken over iemand, komt er een kwade kracht uit ons binnenste en wordt doorgegeven aan de andere persoon, net zoals de stem wordt overgedragen op geluidsgolven, en in feite lijdt de andere persoon kwaad. Het is zoiets als de betovering van het boze oog, wanneer iemand kwade gedachten heeft over anderen. Dit gebeurt door onze eigen verontwaardiging. We brengen ons kwaad op een mystieke manier over. Het is niet God die het kwaad uitlokt, maar de slechtheid van mensen. God straft niet, maar onze eigen kwade gezindheid wordt op mysterieuze wijze doorgegeven aan de ziel van de ander en doet kwaad. Christus wenst nooit kwaad. Integendeel, Hij beveelt: Zegen degenen die u vervloeken…
In ons is er een deel van de ziel dat de ‘moralist’ wordt genoemd. Deze ‘moralist’ wordt, wanneer hij iemand ziet dwalen, tot verontwaardiging gewekt, ook al is de persoon die oordeelt heel vaak op dezelfde manier afgedwaald. Hij ziet dit echter niet als aanleiding om zichzelf te veroordelen, maar de ander. Dit is niet wat God wil. Christus zegt in het evangelie: jij die anderen onderwijst, wil je jezelf dan niet onderwijzen? Terwijl u tegen stelen predikt, steelt u dan? Het kan zijn dat we niet stelen, maar moorden; we verwijten de ander en niet onszelf. We zeggen bijvoorbeeld: ‘Dat had je moeten doen en dat heb je niet gedaan. Dus kijk eens wat er met je is gebeurd!’ Als we aan het kwaad denken, kan het echt gebeuren. Op een mysterieuze en verborgen manier verminderen we de kracht van de ander om te bewegen in de richting van het goede, en we doen hem kwaad. We kunnen de aanleiding voor hem worden om ziek te worden, zijn baan of zijn bezit te verliezen. Zo doen we niet alleen onze naaste kwaad, maar ook onszelf, omdat we afstand nemen van de genade van God. En dan bidden we en onze gebeden worden niet verhoord. We ‘vragen en ontvangen niet’. Waarom? Hebben we hier ooit aan gedacht? ‘Omdat we het verkeerd vragen.’ We moeten een manier vinden om de neiging in ons om kwaad over anderen te voelen en te denken, te genezen.
Het is mogelijk dat iemand zegt: ‘De manier waarop die persoon zich gedraagt, zal door God worden gestraft’, en geloven dat hij dit zonder kwade bedoelingen zegt. Het is echter niet eenvoudig om te onderscheiden of hij kwade bedoelingen heeft of niet. Het komt niet duidelijk naar voren. Wat er in onze ziel verborgen zit en hoe dat invloed kan uitoefenen op mensen en dingen is een zeer geheime zaak.
Hetzelfde geldt niet als we met een gevoel van ontzag zeggen dat iemand anders niet goed leeft en dat we tot God moeten bidden om hem te helpen en hem berouw te schenken; dat wil zeggen, noch zeggen we, noch verlangen we diep van binnen dat God hem zal straffen voor wat hij doet. In dit geval doen we niet alleen onze naaste geen kwaad, maar doen we hem ook goed. Wanneer iemand voor zijn naaste bidt, gaat er een goede kracht van hem uit die hem geneest, sterkt en doet herleven. Het is een raadsel hoe deze kracht ons verlaat. Maar in werkelijkheid straalt de persoon die het goede in zich heeft, deze goede kracht op mystieke en zachte wijze uit naar anderen. Hij stuurt licht naar zijn buurman en dit creëert een schild om hem heen en beschermt hem tegen het kwaad. Als we een goede gezindheid hebben ten opzichte van anderen en bidden, dan genezen we onze medemensen en helpen we ze vooruit te komen naar God.
Zie je wat er gebeurt? Met de Geest van God worden we allemaal niet meer in staat tot elke zonde. We zijn onbekwaam gemaakt omdat Christus in ons woont. We zijn voortaan alleen in staat tot het goede. Zo zullen we de genade van God verwerven en door God bezeten worden. Als we ons overgeven aan de liefde van Christus, dan zal alles omvergeworpen worden, alles zal getransfigureerd worden, alles zal getransformeerd worden, alles zal getranssubstantieerd worden. Woede, wrok, jaloezie, verontwaardiging, afkeuring, ondankbaarheid, melancholie en depressie zullen allemaal liefde, vreugde, verlangen, goddelijke eros worden. Paradijs!
Bron :”Wounded by Love”, Het leven en de wijsheid van ouderling Porphyrios
Vertaling : Kris Biesbroeck
