
De vrede van God in jezelf bewaren
St. Ignatius Brianchaninov (overleden 1867) schrijft:
“Als je het gevoel hebt gehad dat je geest één is geworden met de ziel en het lichaam, dat je niet langer in stukken bent gesneden door de zonde, maar iets verenigd en heel bent, dat de heilige vrede van Christus in je ademt, kijk dan over dit geschenk van God met alle mogelijke zorg. Laat gebed en het lezen van religieuze boeken uw voornaamste bezigheid zijn; geef aan andere werken slechts een ondergeschikt belang, wees koud tegenover aardse activiteiten en mijd ze zo mogelijk helemaal. Heilige vrede, fijn als de adem van de Heilige Geest, onttrekt zich onmiddellijk aan de ziel die zich zorgeloos gedraagt in haar aanwezigheid; de ziel die geen eerbied heeft, blijkt ontrouw te zijn door zich over te geven aan zonde en zichzelf toestaat nalatig te worden. Samen met de vrede van Christus onttrekt het genadegebed zich eveneens aan de onwaardige ziel: dan dringen de hartstochten haar binnen als hongerige beesten,
Als u zich overgeeft aan voedsel, of nog meer aan drank, zal de vrede van God ophouden in u te werken.
A
ls je boos bent, ben je deze rust voor een lange tijd kwijt.
Als je jezelf toestaat oneerbiedig te worden, zal de Heilige Geest niet langer in je werken.
Als je iets aards begint lief te hebben, als je besmet raakt door een hartstochtelijke gehechtheid aan een object of vaardigheid, of door een speciale voorliefde voor een persoon, zal de heilige vrede je zeker ontnemen.
Als je jezelf toestaat plezier te hebben in onreine gedachten, zal de vrede je voor een lange tijd verlaten, omdat het de slechte stank van de zonde niet tolereert – en vooral de zonden van lust en ijdelheid.
Je zult deze vrede zoeken en niet vinden; je zult huilen om het verlies ervan; maar het zal geen aandacht schenken aan uw tranen, zodat u zult leren de goddelijke gave de gepaste waarde te geven en deze met gepaste zorg en eerbied te bewaken. Haat alles wat je naar beneden trekt in afleiding of zonde. Kruisig uzelf aan het kruis van de geboden van het evangelie; houd jezelf er altijd aan genageld. Wijs alle zondige gedachten en wensen af met moed en waakzaamheid; verwerp aardse zorg; probeer het evangelie na te leven door ijverig al zijn geboden te vervullen.
Als je bidt, kruisig jezelf dan nogmaals aan het kruis van gebed. Schuif alle herinneringen, hoe belangrijk ze ook zijn, die tijdens het gebed in je opkomen opzij: negeer ze allemaal. Theologiseer niet; laat u niet meeslepen door briljante, originele en krachtige ideeën op te volgen die plotseling in u opkomen. Heilige stilte, die tijdens het gebed in de geest wordt opgewekt door een gevoel van Gods grootheid, spreekt dieper en welsprekender over God dan enig menselijk woord. ‘Als je oprecht bidt’, zeiden de kerkvaders, ‘ben je een theoloog.’”
Bron : The Art of Prayer: An Orthodox Anthology samengesteld door Igumen Chariton van Valamo, pp 207-208)
