

Vader Alexander Schmemann over de behoefte aan vreugde
De bron van valse religie is het onvermogen om zich te verheugen, of beter gezegd, de weigering van vreugde, terwijl vreugde absoluut essentieel is omdat het zonder enige twijfel de vrucht is van Gods aanwezigheid. Men kan niet weten dat God bestaat en zich niet verheugen. Alleen in relatie tot vreugde zijn de vreze Gods en nederigheid juist, oprecht, vruchtbaar. Buiten de vreugde worden ze demonisch, de diepste vervorming van elke religieuze ervaring. Een religie van angst. Religie van pseudo-nederigheid. Religie van schuld: Het zijn allemaal verleidingen, valstrikken – zeer sterk inderdaad, niet alleen in de wereld, maar ook binnen de Kerk. Op de een of andere manier kijken ‘religieuze’ mensen vaak met argwaan naar vreugde.
De eerste, de belangrijkste bron van alles is “mijn ziel verheugt zich in de Heer…” De angst voor de zonde redt niet van de zonde. Vreugde in de Heere redt. Een schuldgevoel of moralisme bevrijdt zich niet van de wereld en haar verleidingen. Vreugde is het fundament van vrijheid, waar we geroepen zijn om te staan. Waar, hoe, wanneer is deze tonaliteit van het christendom vervormd, saai geworden – of beter gezegd, waar, hoe, waarom zijn christenen doof geworden voor vreugde? Hoe, wanneer en waarom, in plaats van lijdende mensen te bevrijden, kwam de Kerk om hen op sadistische wijze te intimideren en bang te maken?
* Dit fragment komt uit “De dagboeken van Vader Alexander Schmemann, 1973-1983” Bron : Salt of the Earth
vertaling : Kris Biesbroeck
