
Ouderling Sophrony over de tolhuizen, hel en
paradijs
Ouderling Sophrony over de tolhuizen, hel en
paradijs
– De tolhuizen waarover de Vaders schrijven zijn symbolen van een realiteit. De kerkvaders begrijpen ze als volgt: na de val van de mens wordt de ziel gevoed door het lichaam, met andere woorden, ze vindt verfrissing in materiële genoegens. Na de dood bestaan deze lichamelijke passies die de ziel vroeg afleidden echter niet meer, omdat de ziel het lichaam heeft:verlaten, en ze verstikken en verstikken de ziel. Dit zijn de tolhuizen en de hel. Abba Dorotheos zegt dat de hel voor iemand is als drie dagen opgesloten te zitten in een kamer zonder eten, slaap of gebed. Dan kan hij begrijpen wat de hel is.
– Het paradijs is de genade van God en Zijn Koninkrijk. God zendt voortdurend Zijn genade en roept ons in dit leven. Zij die God verachten en Hem verdrijven, zullen bij Zijn wederkomst zien wat voor God zij hebben verdreven, en zij zullen verbranden. Degenen die nu in God leven, zullen dan in vervoering zijn
Bron : Uit het boek I Know a Man in Christ: Elder Sophrony the Hesychast and Theologist , door Metropolitan Hierotheos of Nafpaktos, p. 380.
Vertaling : Kris Biesbroeck
