Romanus de Melodicus : hymne 23, over de bloedvloeiing…

ROMANUS

Romanus de Melodicus (? -ca 560) dichter van hymnen

Hymne 23, over de bloedvloeiing 

“Als ik alleen maar zijn kleed kan aanraken, zal ik al genezen zijn 

Zoals de vrouw die leed aan bloedingen, val ik voor U neer, Heer, opdat U me bevrijdt van het lijden en opdat U me vergiffenis voor mijn fouten schenkt, opdat ik met wroeging in mijn hart tot U roep: “Verlosser, red mij”. (…)

      Zij ging verborgen naar U toe, Verlosser, want ze dacht dat U alleen maar een mens was, maar haar genezing leerde haar dat U God en mens tezamen bent. In het geheim raakte ze uw zoom aan met vrees in haar ziel (…) zei ze tegen zichzelf: “Hoe moet ik me laten zien aan degene die alles waarneemt, ik schaam me voor mijn fouten? Als de Geheel Zuivere de bloedvloeiing ziet, dan gaat Hij van mij weg omdat ik onrein ben, dat zou voor mij verschrikkelijker zijn dan mijn verwonding, als Hij zich van mij afkeerde ondanks mijn roep: Verlosser red, mij”.

     “- Toen ze me zagen duwde iedereen me aan de kant: ‘Waar ga je heen? Schaam je, vrouw, weet wie je bent, en wie je nu benadert! Jij, onreine, nadert de Geheel Zuivere! Ga je reinigen, en wanneer je je vlek hebt verwijderd, ga dan naar Hem toe en roep: Verlosser, red mij.”

      “Willen jullie me nog meer te lijden geven dan mijn eigen kwaad? Ik weet dat Hij zuiver is, en daarom ga ik naar Hem toe, om van de beproeving en het schandaal bevrijd te worden. Verhinder mij niet om te roepen: Verlosser, red mij.”

      “De bron laat haar stroom voor allen vloeien: wat voor recht hebben jullie om het af te sluiten? (…) Jullie zijn getuigen van zijn genezingen. (…) Alle dagen moedigt Hij ons aan door te zeggen: ‘Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en Ik zal u rust geven’ (Mt 11,28). Hij houdt ervan om ons de gave van de gezondheid te geven. En waarom willen jullie me verhinderen om tot Hem te roepen: Verlosser, red mij?”

      Hij die alles weet (…) keerde zich om en zei tegen zijn leerlingen: “Wie raakte mijn zoom aan? (Mc 5,30) (…) Waarom zeg je tegen Mij, Petrus, dat een grote menigte tegen Me aan duwt? Zij raken niet mijn goddelijkheid aan, maar deze vrouw greep mijn goddelijke natuur vast, door mijn onzichtbaar kleed aan te raken, en ze verkreeg de gezondheid door tot Mij te roepen: Heer, red mij. (…)

      Wees nu moedig, vrouw. (…) Wees voortaan gezond. Dit is geen werk dat uit mijn handen komt, maar het is het werk van jouw geloof. Want velen hebben mijn zoom aangeraakt, zonder daardoor kracht te hebben ontvangen, omdat ze geen geloof meebrachten. Jij hebt me met veel geloof aangeraakt, jij

Bron EVZO.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie