Akathist Hymne tot de Moeder Gods – Frans en Nederlands gezongen met tekst

9db09b45653157b016c79afe04fa97a6

L’Acathiste ou l’Hymne acathiste ou l’Acathiste à la Mère de Dieu (en grec : O Ακάθιστος ύμνος) est une hymne composée en l’honneur de la mère de Jésus Christ, parmi les plus célèbres de la liturgie chrétienne. On dit aussi Les Salutations (en grec Chérétismi) pour désigner l’office durant lequel l’hymne est chantée.
Une hymne acathiste est littéralement une hymne que l’on chante et prie debout (acathiste, en grec moderne signifie « non assis »). Le premier des acathistes, le plus connu et archétype de tous les autres, est l’Acathiste à la Mère de Dieu. C’est un chant d’action de grâces composé en l’an 626.

Réjouis-toi, rayonnement de joie (Hymne acathiste)

Réjouis-toi, rayonnement de joie,
Réjouis-toi, par qui le mal a disparu,
Réjouis-toi, tu relèves Adam de sa chute,
Réjouis-toi, par toi Ève ne pleure plus.

Réjouis-toi, montagne inaccessible aux pensées des hommes,
Réjouis-toi, abîme impénétrable même aux anges,
Réjouis-toi, car tu deviens le trône et le palais du roi,
Réjouis-toi, porteuse de Celui qui porte tout.

Réjouis-toi, étoile annonciatrice du soleil levant,
Réjouis-toi, par qui Dieu devient petit enfant,
Réjouis-toi, car tu renouvelles toute créature,
Réjouis-toi, en toi nous adorons le Créateur.

Réjouis-toi, mystère de la Sagesse divine,
Réjouis-toi, foi de ceux qui prient en silence,
Réjouis-toi, qui as part aux miracles du Christ,
Réjouis-toi, miracle proclamé par les anges.

Réjouis-Toi, Ô Mère du Sauveur. Alléluia…

Réjouis-toi, échelle par qui Dieu descendit du ciel,
Réjouis-toi, pont conduisant au ciel ceux qui sont sur la terre,
Réjouis-toi, ton enseignement surpasse tout savoir,
Réjouis-toi, tu illumines l’esprit des croyants.

Réjouis-toi, par qui les cieux se réjouissent avec la terre,
Réjouis-toi, par qui la terre jubile avec les cieux,
Réjouis-toi, bouche silencieuse des apôtres,
Réjouis-toi, fermeté des témoins du Christ.

Réjouis-toi, qui rends inébranlable notre foi,
Réjouis-toi, qui sais la splendeur de la grâce,
Réjouis-toi, par qui l’enfer est dépouillé,
Réjouis-toi, qui nous revêts de gloire.

Réjouis-toi, Mère de la lumière sans déclin,
Réjouis-toi, Aurore du jour véritable,
Réjouis-toi, qu’illumine le mystère de la Trinité,
Réjouis-toi, allégresse de toutes les générations.

Réjouis-Toi, Marie comblée de grâce. Alléluia…


Réjouis-toi, Ô Mère du Sauveur (L’Acathiste à la Mère de Dieu)

++++++++++

 

 

cfdd15e5a9ac3042d57318d2e3745ebf

De Akathist of de Akathist Hymne of de Akathist aan de Moeder van God (in het Grieks: O Ακάθιστος ύμνος) is een hymne die is gecomponeerd ter ere van de moeder van Jezus Christus, een van de beroemdste in de christelijke liturgie. We zeggen ook The Salutations (in het Grieks Chérétismi) de plaats aan te duiden waarin de hymne wordt gezongen.
Een akathistische hymne is letterlijk een hymne die staand gezongen en gebeden wordt (akathist betekent in modern Grieks “niet zittend”). De eerste van de akathisten, het bekendste en archetype van alle anderen, is de akathist van de moeder van God. Het is een danklied gecomponeerd in het jaar 626

Akathist tot de Moeder Gods : in het Nederlands

Akathist van onze koningin Maria,
altijd maagd en moeder van God:

Maria, gij spreekt voor ons ten beste,
gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o moeder van God
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet, moeder Gods, o Maria altijd maagd!

Als gezant van de hemel werd een aartsengel
tot de moeder Gods gezonden
om de blijde boodschap te verkondigen.
Toen aanschouwde hij, o Heer
uw menswording en riep in opperste verbazing
met zijn hemelse stem:

Verheug u, uit wie de vreugd zal verschijnen.
Verheug u, door wie de vloek zal verdwijnen.
Verheug u, gij richt de gevallen Adam weer op.
Verheug u, vertroosting voor de tranen van Eva.
Verheug u, gij gaat al ons denken te boven.
Verheug u, diepte, onpeilbaar voor het engelenoog.
Verheug u, want de troon van de koning zijt gij.
Verheug u, want gij draagt de drager der wereld.
Verheug u, ster, die de Zon doet verschijnen.
Verheug u, schoot waarin God nederdaalt.
Verheug u: door u wordt de schepping vernieuwd.
Verheug u: door u wordt de Schepper een kind.
Wees gegroet, moeder Gods, o Maria altijd maagd!

Bewust was zich Maria haar reinheid
en daarom sprak zij onomwonden tot Gabriël:
“O hoe wonderbaar is mij uw woord,
hoe ondoorgrondelijk.
Gij verkondigt dat de maagd moeder wordt.
En gij jubelt voor God:

ALLELUJA, ALLELUJA, ALLELUJA!”

Gericht op de kennis die niet de kennen is,
zei de Maagd tot de gezant van de Heer:
“Zeg mij: hoe zal dit geschieden?
Dat ik uit mijn maagdelijke schoot een Zoon zal baren?”
Maar de engel sprak haar toe met deze woorden:

Verheug u, ingewijde in een onzegbaar mysterie.
Verheug u, bewaarster van een door God verzegeld geheim.
Verheug u, Christus’ wonderen beginnen in u.
Verheug u, gij bevat de kern van zijn lering.
Verheug u, hemelladder waarlangs God tot ons afdaalt.
Verheug u, brug die aardbewoners in de hemel geleidt.
Verheug u, bron van verbazing der engelen.
Verheug u, gij doorbreekt de macht van de duivels.
Verheug u, op onuitsprekelijke wijze baart gij het Licht.
Verheug u, die niemand dit wonder laat zien.
Verheug u, de wijsheid der wijzen gaat gij te boven.
Verheug u: gij verdiept ons eenvoudig geloof.
Wees gegroet, moeder Gods, o Maria altijd maagd!

Door Gods kracht overschaduwd
heeft de Maagd ontvangen,
hoewel zij nooit door een man werd benaderd.
Haar moederschoot werd een vruchtbare akker
En allen die verlossing willen oogsten naderen en zingen luid:

ALLELUJA, ALLELUJA, ALLELUJA!

En de maagd spoedde zich naar Elisabeth
nadat zij in haar moederschoot God had ontvangen.
Het kind in de schoot van Elisabeth sprong vol vreugde op
alsof het zelf Gods moeder begroette:

Verheug u, rank van een onsterfelijke stam;
Verheug u, gij draagt de vrucht die nimmer vergaat.
Verheug u, gij voedt Hem die alle leven verzadigt.
Verheug u, gij schenkt het leven aan Hem die ons maakte.
Verheug u, weelde van de ontferming van God.
Verheug u, tafel die overvloeit van Gods rijke genade.
Verheug u, gij geeft ons lichaam weer kracht.
Verheug u, gij bereidt onze ziel een veilige haven.
Verheug u, heerlijk geurende wierook van voorspraak.
Verheug u, die heel de wereld redt door gebed.
Verheug u, Gods welbehagen voor wie moeten sterven.
Verheug u, die de stervelingen moed geeft bij God.
Wees gegroet, moeder Gods, o Maria altijd maagd!

Maria, gij spreekt voor ons ten beste,
Gij zijt voor ons een schutsvrouw tegen alle kwaad.
Daarom zingen wij vol dankbaarheid dit glorielied.
Red ons door uw grote macht, o moeder van God
uit alle gevaren, nu wij tot u zingen:
Wees gegroet, moeder Gods, o Maria altijd maagd

 

(NB : Meerdere Akathistos hymnen voor heiligen en de Moeder gods  in de categorie ‘Akathisto’  hymnen. De nederlandse versi hierboven staat ook op deze site in de rechterkolom.)

St.Theophan the recluse : God zorgt ervoor dat we bepaalde mensen ontmoeten…..

9ed2b52cdf49f2febd7b5bb9e4370991

God zorgt ervoor dat we bepaalde mensen ontmoeten,
zodat we het goede dat
God ons heeft gegeven, kunnen doorgeven en elkaars ziel kunnen verrijken.
De duivel zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat deze bijeenkomsten nutteloos en
zelfs schadelijk worden. onthoud dit!

St. Theophan de kluizenaar

Maximus Confessor (de belijder) : In de mate dat je met heel je ziel bidt voor de persoon die je belasterd….

3ade9a4d5097b0114a06020b76af1ae2

In de mate dat je met heel je ziel bidt voor de persoon
die je belastert, zal God de waarheid bekendmaken aan degenen die
door de laster zijn verontwaardigd.”

St. Maximos de Belijder

Joseph de Hesychast : De vijand wordt gevonden, verschanst en volledig bewapend op alle drie de punten waaruit de mens bestaat….

42ecbdd83ede8433465dc0a566af9f71

“De vijand wordt gevonden verschanst en
volledig bewapend op alle drie de punten waaruit
de mens bestaat: ziel, lichaam en omgeving. Hij laat geen enkele
kans voorbijgaan om de mens onder druk te zetten en
zijn geloof op de proef te stellen. De duivel valt
en verzet zich tegen onze beslissingen. Zijn belangrijkste
doel is echter om op ons geloof te jagen en de mens te vernederen als verrader en ontkenner. Als hij daarin slaagt, dempt hij het verlangen en de ijver van de mens.
Alles gebeurt ter wille van het geloof, maar, tegelijkertijd
houdt het geloof alle dingen in stand. Als het geloof wankelt, trillen alle dingen en buigt de frontlinie”

Elder Joseph the Hesychast

Korte overdenkingen van St Maximus Confessor

Deze overdenkingen /citaten zullen worden bijgevoegd in de categorie ‘Citaten ‘ bij Citaten van Maximus Confessor !

c6428ecc3ec2faad78cfc44fde1996b3

St. Maximos de Belijder: De persoon die van God houdt, kan niet anders dan van elke mens houden als van zichzelf. . .
St. Maximos de Belijder“De persoon die God liefheeft, kan niet anders dan van elke mens houden als zichzelf, ook al is hij bedroefd door de hartstochten van hen die nog niet gezuiverd zijn. Maar wanneer ze hun leven verbeteren, is zijn vreugde onbeschrijflijk en kent geen grenzen.
+ St. Maximos de Belijder, Vierhonderd teksten over liefde 1.13, The Philokalia: The Complete Text (Vol. 2)

 

St. Maximos de Belijder: De persoon die van God houdt, waardeert kennis van God meer dan wat dan ook geschapen. . .
“De persoon die God liefheeft, waardeert kennis van God meer dan alles wat door God is geschapen, en streeft deze kennis vurig en onophoudelijk na.”
+ St. Maximos de Belijder, Vierhonderd teksten over liefde 1.4, The Philokalia: The Complete Text (Vol. 2)

 

St. Maximus de Belijder: Als mens heb ik opzettelijk het goddelijke gebod overtreden. . .
Als mens heb ik opzettelijk het goddelijk gebod overtreden, toen de duivel, die mij lokte met de hoop op goddelijkheid (vgl. Gen. 3,5), mij uit mijn natuurlijke stabiliteit naar het rijk van sensueel genot sleepte; en hij was er trots op zo de dood tot stand te hebben gebracht, want hij schept behagen in de verdorvenheid van de menselijke natuur. Hierdoor werd God de volmaakte mens en nam hij alles op zich wat tot de menselijke natuur behoort behalve de zonde (vgl. Hebr. 4:15); en zonde maakt inderdaad geen deel uit van de menselijke natuur, op deze manier, door de onverzadigbare slang te verleiden met het aas van het vlees. Hij daagde hem uit om zijn mond open te doen en het door te slikken. Dit vlees bleek vergif voor hem te zijn en vernietigde hem volkomen door de kracht van de godheid erin; maar voor de menselijke natuur bleek het een geneesmiddel te zijn dat haar in haar oorspronkelijke gratie herstelde door diezelfde kracht van de Godheid die erin aanwezig was.
+ St. Maximos de Belijder, verschillende teksten over theologie, de goddelijke economie, en deugd en ondeugd 1.11, The Philokalia: The Complete Text (Vol. 2)

.
St. Maximos de Belijder: Soms worden mannen getest door plezier, soms door verdriet. . .
“Soms worden mannen op de proef gesteld door plezier, soms door leed of lichamelijk lijden. Door middel van Zijn voorschriften dient de Geneesheer van de zielen het geneesmiddel toe overeenkomstig de oorzaak van de hartstochten die in de ziel verborgen liggen.”
+ St. Maximos de Belijder, Vierhonderd teksten over liefde 2.44, The Philokalia: The Complete Text (Vol. 2)

 

St. Maximus de Belijder: . . . Want ik denk dat haat jegens de mens en een afwijking van de goddelijke liefde de dwaling ondersteunen, zodat degenen die er eerder door werden gegrepen nog veel verderfelijk zouden kunnen worden.
“Ik schrijf deze dingen omdat ik de ketters niet wil kwetsen of me wil verheugen in hun mishandeling – God verhoede het; maar veeleer verheugd en verheugd over hun terugkeer. Want wat is er aangenamer voor de Gelovigen dan de verstrooide kinderen van God weer als één bijeen te zien komen? Ik spoor je ook niet aan om hardheid boven de liefde van mensen te stellen. Mag ik niet zo boos zijn!
Ik smeek u om het goede voor alle mensen met zorg en ijver te doen en uit te voeren, en alles voor alle mensen te worden, zoals de behoefte van een ieder aan u wordt getoond; Ik wil en bid u dat u volledig hardvochtig en onverzoenlijk bent tegenover de ketters, alleen wat betreft het samenwerken met hen of op welke manier dan ook ter ondersteuning van hun gestoorde geloof. Want ik acht het haat jegens de mens en een afwijking van de goddelijke liefde om de dwaling te ondersteunen, zodat degenen die er eerder door gegrepen waren, nog veel verderfelijk zouden kunnen worden.”
+ St. Maximus de Belijder, Patrologia Graeca, Vol. 91 col. 465c

 

St. Maximos de Belijder: Zelfs als het hele universum gemeenschap heeft met de [ketterse] Patriarch. . .
Zelfs als het hele universum gemeenschap heeft met de [Latiniserende] Patriarch, zal ik niet met hem communiceren. Want ik weet uit de geschriften van de heilige apostel Paulus: de Heilige Geest verklaart dat zelfs de engelen in de ban zouden zijn als ze een ander evangelie zouden gaan prediken en een nieuwe leer zouden introduceren.
+ St. Maximos de Belijder, Het leven van Onze Heilige Vader St. Maximus de Belijder (Boston: Holy Transfiguration, 1982)

 

St. Maximos de Belijder: . . . Ik zal er eerder mee instemmen te sterven dan op enigerlei wijze afvallig te worden van het ware geloof en daardoor gewetenswroeging te ondergaan.
Toen alle mensen in Babylon het gouden idool aanbaden, veroordeelden de Drie Heilige Kinderen niemand tot verderf. Ze hielden zich niet bezig met het doen en laten van anderen, maar zorgden alleen voor zichzelf, opdat ze niet zouden afvallen van ware vroomheid. Op precies dezelfde manier, toen Daniël in de leeuwenkuil werd geworpen, veroordeelde hij niemand van degenen die, de wet van Darius vervullend, niet tot God wilden bidden, maar hij hield zijn eigen plicht in gedachten en verlangde liever te sterven dan tegen zijn geweten in te zondigen door de Wet van God te overtreden. God verhoede dat ik iemand zou veroordelen of zou zeggen dat ik alleen gered word! Ik zal er echter eerder mee instemmen te sterven dan op enigerlei wijze afvallig te worden van het ware geloof en daardoor gewetenswroegingen te ondergaan.
+ St. Maximos de Belijder, Het leven van Onze Heilige Vader St. Maximus de Belijder (Boston: Holy Transfiguration, 1982)

 

St. Maximos de Belijder: De demonen vallen de persoon aan die . . .
De demonen vallen de persoon aan die de toppen van het gebed heeft bereikt om te voorkomen dat zijn conceptuele beelden van zinnige dingen vrij zijn van hartstocht; ze vallen de gnosticus aan zodat hij met hartstochtelijke gedachten zal spelen; en ze vallen de persoon aan die niet verder is gekomen dan het beoefenen van de deugden om hem door zijn daden te overtuigen om te zondigen. Ze strijden met alle mogelijke middelen tegen alle mensen om hen van God te scheiden.
+ St. Maximos de Belijder, Vierhonderd teksten over liefde 2.90, The Philokalia: The Complete Text (Vol. 2)

 

St. Maximos de Belijder: De verstandige man, rekening houdend met het genezende effect van de goddelijke voorschriften, draagt ​​graag het lijden. . .
Icoon van St. Maximos de BelijderDe verstandige mens, rekening houdend met de genezende werking van de goddelijke voorschriften, draagt ​​graag het lijden dat ze hem bezorgen, omdat hij weet dat ze geen andere oorzaak hebben dan zijn eigen zonde. Maar wanneer de dwaas, onwetend van de hoogste wijsheid van Gods voorzienigheid, zondigt en wordt gecorrigeerd, beschouwt hij of God of mensen als verantwoordelijk voor de ontberingen die hij lijdt.
+ St. Maximos de Belijder, Vierhonderd teksten over liefde 2.46, The Philokalia: The Complete Text (Vol. 2)

Lees verder “”

“Theose” (d.w.z. vergoddelijking) in Saint Silouan de Athoniet en ouderling Sophrony van Essex

door Christopher Veniamin

60c19-christ_and_the_children (1)

“In contact komen met vader Sophrony was altijd een gebeurtenis van een zeer bijzondere aard. Zijn kloosterlingen, in de eerste plaats, maar ook degenen die zijn bredere geestelijke familie vormden, “leefden”, zoals vader Zacharias het uitdrukte, “in een overvloed van het woord van God”.

Als jonge jongen had ik de zegen om elke zondag te dienen in het altaar van het klooster van Johannes de Doper, Essex, Engeland. Op een dag, toen ik nog een jongen van slechts vijftien of zestien jaar oud was, de Goddelijke Liturgie volgde en in de Prothese van allerheiligenkerk stond, vroeg vader Sophrony me waarom ik er zo bedachtzaam uitzag. Beschaamd dat ik met zulke alledaagse zaken bezig was, moest ik bekennen dat schoolexamens in het verschiet lagen en dat ik het daarin goed wilde doen. Tot mijn verbazing bagatelliseerde vader Sophrony echter niet mijn wereldse angst, maar knikte zachtjes met zijn hoofd en was het ermee eens dat het inderdaad belangrijk was om het goed te doen in examens, en dat om dit te doen veel zwoegen en opoffering nodig was. Maar toen voegde hij er ook aan toe, als tegen een vriend, dat ‘er in deze wereld niets moeilijker is dan gered te worden’.

De kracht van de waarheid van deze woorden sloeg diep in mijn hart. We komen vaak, in onszelf en in anderen, de houding tegen die suggereert dat verlossing iets is dat we tot later kunnen laten; ooit, dat wil zeggen, hebben we dringendere zaken geregeld. Het perspectief van vaderSophrony was echter heel anders. Door te wijzen op de onvergelijkbare moeilijkheid om verlossing te bereiken, plaatste hij het duidelijk bovenaan onze lijst van dringende prioriteiten. En wanneer men stilstaat bij alle grote prestaties van de mensheid, vroeger en nu, of ze nu van wetenschappelijke of literaire aard zijn, in de wereld van politiek of financiën of fysieke inspanningen. De woorden van vader Sophrony lijken gedurfd en zelfs provocerend – “een hard gezegde” (Johannes 6:60) – maar niettemin fundamenteel helemaal waar.

e411ef1f7b8356fe580638a72d327ea0

Bij nader inzien realiseerde ik me dat de reden waarom de woorden van vader Sophrony die dag zo waar klonken, is vanwege de rijkdom aan betekenis die verlossing voor ons heeft in de orthodoxe kerk. Door anderen wordt verlossing vaak eenvoudigweg begrepen in termen van “bevrijding van zonde en de gevolgen ervan en toelating tot de hemel”, in termen van ontsnappen aan de verdoemenis, dat wil zeggen, en het bereiken van een veilige plaats waar we niet langer door de vijand kunnen worden gekweld. Volgens de kerkvaders is verlossing echter niet zo’n prozaïsche zaak, want het gaat om de “theosis” (de vergoddelijking of vergoddelijking) van de gehele menselijke persoon in Christus; het houdt in, dat wil zeggen, gelijkvormig worden aan Christus tot het punt van identiteit met Hem; het gaat om het verwerven van de gezindheid van Christus (zoals de heilige Paulus bevestigt in het tweede hoofdstuk van de eerste brief aan de Korinthiërs, vers zestien), en het betekent inderdaad het delen in Zijn eigen Leven.

In ons korte en nederige onderzoek naar de inhoud en betekenis van theose of vergoddelijking in Saint Silouan en Staretz Sophrony, zou ik me willen concentreren op drie hoofdgebieden: 1. Christus als de maat van onze vergoddelijking, 2. Liefde voor vijanden als de maat van onze gelijkenis met Christus, en 3. Heilige relikwieën als een getuigenis van de liefde van Christus in ons.

1. Christus als de maat van onze vergoddelijking

Christus is de maat van alle dingen, zowel goddelijk als menselijk. Sinds de goddelijke Hemelvaart is onze menselijke natuur verheven tot de rechterhand van God de Vader. Zoals Vader Sophrony opmerkt, zat de Zoon en het Woord van God in Zijn goddelijke Persoon natuurlijk altijd aan de rechterhand van de Vader, omdat hij met Hem in overeenstemming was. Het goddelijke doel voor het menselijk ras wordt echter gezien in de vereniging van onze menselijke natuur met de goddelijke Persoon van Christus, de Tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid, in het feit dat deze is verheven tot de rechterhand van de Vader.

De heilige Paulus, de grote apostel van het vleesgeworden Woord van God, identificeert het goddelijke doel van de menswording met onze aanneming als zonen van God: “Maar toen de volheid van de tijd kwam. God zond zijn Zoon uit, gemaakt van een vrouw, gemaakt onder de wet, om hen te verlossen die onder de wet waren, opdat wij de adoptie van zonen zouden ontvangen. En omdat gij zonen zijt, heeft God de Geest van zijn Zoon in uw harten gezonden, roepend: Abba, Vader. Daarom zijt gij geen dienaar meer, maar een zoon; en als een zoon, dan een erfgenaam van God door Christus” (Gal. 4:4-7).

In Christus Jezus ontmoeten we daarom zowel de ware en volmaakte God als de ware en volmaakte mens. Met andere woorden, we zien in Hem niet alleen de grote God en Redder (Tit. 2:13), maar ook wat of wie we geroepen zijn te worden – zonen en erfgenamen van God de Vader. De heilige Irenaeus, bisschop van Lyon, beschreef bij het weerleggen van de ketterij van de gnostici van de tweede eeuw het goddelijke doel bondig als volgt: “Als het Woord mens wordt gemaakt, is het dat de mensen goden kunnen worden” (1). En de voorvechter van de Nicea-orthodoxie, Athanasius de Grote, schrijft in de vierde eeuw het Bijbelse en Ireneïsche standpunt: “God werd mens”, zegt hij, “opdat wij tot goden zouden worden gemaakt” (autos gar enenthrop-esen, ina emeis theopoiethomen) (2).

“God is mens geworden opdat wij tot goden gemaakt zouden worden.” Wat een gewaagde uitspraak! Maar wat betekent het precies voor ons om god te worden? Kunnen wij geschapen stervelingen ongeschapen en onsterfelijk worden? Is dit geen onmogelijkheid? Een goddeloze? Of zelfs een godslastering? Waaruit bestaat dan ons goden worden, onze vergoddelijking of vergoddelijking – onze theose?

Zoals Archimandriet Sophrony uitlegt in zijn spirituele autobiografie. Wij zullen Hem zien zoals Hij Is: “Christus manifesteerde de volmaaktheid van het Goddelijke beeld in de mens en de mogelijkheid voor onze natuur om de volheid van de goddelijkheid te assimileren in die mate dat, na Zijn hemelvaart. Hij plaatste onze natuur ‘aan de rechterhand van de Vader’ (3). Merk hier op dat de uitdrukking “aan de rechterhand van de Vader” (ek dexion tou Patros) niets minder dan gelijkheid met de Vader aanduidt. Zo is sinds de tijd van de goddelijke Hemelvaart van Christus onze menselijke natuur in Hem vergoddelijkt en verheven tot de rechterhand van God de Vader. Het is echter veelzeggend dat Archimandriet Sophrony er ook het volgende aan toevoegt: “Maar zelfs in Hem is onze natuur niet één geworden met de Essentie van de Ongeschapen God. In Christus, de vleesgeworden Zoon van de Vader, beschouwen we Gods pre-eeuwige idee van de mens” (4).

In Christus Jezus vinden we dus de rechtmatige plaats van de mens, “aan de rechterhand van de Vader”, die deelt in het goddelijke Leven; maar net als bij de twee naturen in Christus is de mens geroepen om met God verenigd te zijn zonder vermenging of verwarring van welke aard dan ook, dat wil zeggen, we houden nooit op Zijn schepselen te zijn, omdat Hij alleen Ongeschapen is. Dit fundamentele onderscheid is van onschatbare betekenis in de patristische theologie. Niettemin zien we in de vereniging van onze menselijke natuur met de Tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid ook wat in theologische terminologie het communicatio idiomatum wordt genoemd, dat wil zeggen de uitwisseling van natuurlijke eigenschappen die behoren tot elk van de twee naturen van Christus. Dit kan ook worden beschreven in termen van de vervlechting van de natuurlijke energie van elk van de twee naturen in Christus in de andere.

De Heer met heiligen

De Heer met heiligen

Als eenvoudige illustratie hiervan hebben we het evangelieverhaal van de transfiguratie in Lucas 9:28, waar we Christus voor het eerst zien bidden, dat wil zeggen een daad verrichten die eigen is aan Zijn mens, maar niet aan Zijn goddelijke natuur; terwijl we even later Zijn menselijkheid zien delen in, inderdaad schitterend met. Zijn goddelijke heerlijkheid, die alleen eigen is aan de goddelijke natuur. De heilige Cyrillus van Alexandrië beschrijft het tafereel als volgt: “De gezegende discipelen sliepen een korte tijd, zoals Christus Zichzelf aan het gebed overgaf. Want Hij vervulde vrijwillig Zijn menselijke verplichtingen (ta anthropina). Later, toen zij wakker werden, werden zij toeschouwers (theoroi) van Zijn allerheiligste en wonderbaarlijke verandering” (5).

Staretz Sophrony wijst erop dat de vereniging van de menselijke natuur in Christus natuurlijk hypostatisch of prosopisch is, dat wil zeggen dat Christus een goddelijke Persoon is, de Persoon van de Zoon en het Woord van God; maar het is even belangrijk op te merken dat de vereniging van de twee naturen in Christus ook energetisch is (6). De betekenis van deze energetische vervlechting van de goddelijke en menselijke natuur in elkaar is van het grootste belang voor ons mensen, omdat het de basis vormt van onze eigen vereniging met God, die ook energetisch is en niet essentieel of hypostatisch. Met andere woorden, het bewijst ons dat het voorbeeld van Christus ook realiseerbaar is, ook bereikbaar, door ons mensen, en dat theosis tot het punt van goddelijke perfectie, verre van optioneel te zijn, in feite een verplichting is. Het is in deze zin dat Staretz Sophrony de aansporing begrijpt: “Zijt gij daarom volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is” (Matth. 5:48).

Vader Sophrony belicht ook een ander mysterie met betrekking tot het Leven van Christus op aarde als een model en patroon voor ons eigen Leven in Christus. Dit blijkt uit het feit dat we zelfs met de menselijke natuur van Christus een zekere groei of dynamiek kunnen waarnemen, of, zoals de Heilige Schrift het zegt, een zekere “toename”: “En Jezus nam toe in wijsheid en gestalte, en in gunst bij God en de mens” (Lucas 2:52). Dus voordat alle dingen vervuld waren, zelfs na de hypostatische vereniging van de menselijke natuur met de goddelijke Persoon van het Woord – zelfs na Zijn aanname van onze menselijkheid in Zijn goddelijke Persoon – lijkt zelfs Christus, in Zijn menselijke aspect, in volmaaktheid toe te nemen. Daarom ondergaat Hij ook verzoekingen (Lucas 4:1-13, Hebr. 2:18); en bereikte zelfs het punt van doodsangst (Lucas 22:44). Dit is, zoals Vader Sophrony opmerkt, voornamelijk te wijten aan een zekere verdeeldheid die in Christus kan worden waargenomen vóór Zijn glorieuze Hemelvaart, als gevolg van de asymmetrie van Zijn natuur. Na Zijn Hemelvaart en de zitting van Christus de Mensenzoon aan de rechterhand van God de Vader, hebben we het nieuwe visioen van de Christus-Mens als gelijk aan God, natuurlijk niet volgens Zijn natuur, maar volgens Zijn energie.

Vader Sophrony merkt echter voorzichtig op dat dit niet verwijst naar het hypostatische “aspect” van Christus, want het voor eeuwig en ongeschapen Woord bleef dat zelfs na Zijn menswording. Niettemin vinden we in het menselijke “aspect” van Zijn vereniging en bestaan opnieuw het model en patroon voor ons eigen Leven in Christus, want, zoals Staretz Sophrony het zegt:

Christus is het onwankelbare fundament en het ultieme criterium voor de antropologische leer van de Kerk, wat we ook belijden over de menselijkheid van Christus is ook een indicatie van het eeuwige goddelijke plan voor de mens in het algemeen. Het feit dat in de Christus-Mens Zijn hypostase God is, doet niets af aan de mogelijkheid voor ons mensen om Zijn voorbeeld te volgen (vgl. Johannes 13:15) (7), waarna ‘het hem in alle dingen betaamt te worden gelijk aan zijn broeders’ (Hebr. 2:17).

“Als het waar is dat Christus de ‘Mensenzoon’ is, die met ons samenleeft, dan volgt daaruit dat alles wat Hij in Zijn aardse leven heeft volbracht, ook mogelijk moet zijn voor de rest van de ‘mensenzonen’. En om deze reden. Vader Sophrony voegt eraan toe dat “als we Zijn volledige en volmaakte theose belijden, het ons ook betaamt te hopen op dezelfde mate van theose voor de heiligen in het komende tijdperk” (8).

De fundamentele theologische zorg achter alles wat we tot nu toe hebben gezegd is soteriologisch, dat wil zeggen, het gaat op een zeer fundamentele manier over onze redding. Waarom? Vanwege het simpele feit dat we niet met Christus kunnen leven als we niet in alle opzichten op Hem lijken. Zoals de grote hierofant Johannes de Theoloog en Evangelist verkondigt: “Wij weten dat, wanneer hij zal verschijnen, wij zullen zijn zoals hij; want wij zullen hem zien zoals hij is. En ieder mens die deze hoop in zich heeft, zuivert zichzelf, gelijk hij rein is” (1 Johannes 3:2-3). “Wij zullen zijn zoals hij; want wij zullen hem zien zoals hij is.” Dus als we eeuwig bij Christus willen zijn, moeten we worden zoals Hij; en dit proces om op Christus te gaan lijken, deze zuivering, brengt steevast bekering met zich mee – een fundamentele verandering in onze hele manier van leven, in onze “wijze van zijn”.

Symeon

De heilige Symeon de Nieuwe Theoloog herhaalt dit punt in zijn Hymne nr. 44 op de volgende manier:
‘De Meester is op geen enkele manier jaloers op sterfelijke mensen dat zij door goddelijke genade gelijk aan Hem zouden lijken, noch acht Hij Zijn dienaren onwaardig om op Hem te lijken, maar verlustigt Hij zich en verheugt Hij zich om ons te zien die tot mensen zijn gemaakt, zodat zij door genade worden wat Hij van nature is. En Hij is zo weldadig dat Hij wil dat we worden zoals Hij is. Want als we niet zijn zoals Hij is, precies zoals hij in alle opzichten met Hem is, hoe kunnen we dan met Hem verenigd zijn? Hoe konden we in Hem wonen, zoals Hij zei, zonder op Hem te lijken, en hoe zou Hij in ons kunnen wonen, als we niet zijn zoals Hij is?” (9)

En nogmaals met betrekking tot de ontzagwekkendheid van onze erfenis schrijft de grote Paulus in Romeinen het volgende:
‘De Geest zelf getuigt met onze geest, dat wij de kinderen van God zijn: En als kinderen, dan erfgenamen; erfgenamen van God, en mede-erfgenamen met Christus’, zo ja, dan lijden wij met Hem, opdat wij ook samen verheerlijkt mogen worden. Want ik denk dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet waardig is om vergeleken te worden met de heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden” (Rom. 8:16-18).

Vader Sophrony maakt ook nog een andere zeer interessante en belangrijke opmerking over het voorbeeld van Christus en onze eigen theose of vergoddelijking. Hij wijst op het feit dat, hoewel de vergoddelijking van Christus’ menselijke natuur, zoals de heilige Johannes Damasceen zegt, plaatsvond vanaf het moment waarop Hij onze natuur aannam, Christus als Mens niettemin terugdeinsde voor alles wat de indruk van auto-theose zou kunnen wekken, dat wil zeggen zelfverheerlijking of zelfverheerlijking. Daarom zien we de werking van de Heilige Geest onderstreept bij Zijn Heilige Geboorte: ‘De Heilige Geest zal over u komen… daarom zal ook dat heilige ding, dat uit u geboren zal worden, de Zoon van God genoemd worden” (Lucas 1:35); ook daalt de Heilige Geest op Christus neer bij Zijn Doop in de Jordaan (Matt. 3:15); en over de opstanding spreekt de Schrift aldus: “God, die hem uit de dood heeft opgewekt en hem heerlijkheid heeft gegeven” (1 Petr. 1:21); en ten slotte zegt Christus Zelf, die ons de weg van nederigheid leert en hoe we altijd heerlijkheid aan onze hemelse Vader moeten toeschrijven: ‘Als ik van mezelf getuig, is mijn getuigenis niet waar. Er is er nog een die van mij getuigt; en ik weet dat het getuigenis waarvan Hij van Mij getuigt waar is” (Johannes 5:31-32).

Dezelfde beweging kan worden waargenomen in de Goddelijke Liturgie. De woorden van instelling – “Neem eten, dit is mijn lichaam”, “Drink van dit alles van u, dit is mijn bloed” – worden op zichzelf niet als voldoende beschouwd om de wijding van de heilige gaven te bewerkstelligen; ze moeten vergezeld gaan van de Epiklesis, de aanroeping van de Heilige Geest, juist om elke notie van zelfverheerlijking te vermijden, om te voorkomen, dat wil zeggen, de indruk wekken dat we eenvoudigweg door de woorden te spreken die Christus sprak, in staat zijn om de Heilige Gaven om te zetten in het kostbare Lichaam en Bloed van Christus. (Natuurlijk ligt in de kern van deze beweging de waarheid dat de werking van Vader, Zoon en Heilige Geest altijd één en dezelfde is: de Drie Goddelijke Hypostasen werken altijd samen, handelen altijd in harmonie, wat een uitdrukking is van Hun consubstantialiteit.) Het betaamt ons dus om God de Vader te smeken om de Heilige Geest te zenden, door Wiens kracht de verandering van het brood en de wijn in het Lichaam en Bloed van Christus tot stand komt (10).

2. Liefde voor vijanden als de maatstaf voor onze gelijkenis met Christus

Hoewel de heilige Silouan zelf, voor zover ik weet, de term theose niet echt gebruikt, is de vergoddelijking van de menselijke persoon in Christus zeker een gouden draad die door zijn geschriften heen kan worden getraceerd. Voor de heilige Silouan is het fundamentele criterium aan de hand waarvan iemand zijn of haar gelijkenis met Christus kan meten, liefde voor zijn vijanden (vgl. Matt. 5:43-45). Zoals hij zegt:
“Christus bad voor hen die hem kruisigden: ‘Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen’ (Lucas 23:34). Stefanus de Martelaar bad voor degenen die hem stenigden, dat de Heer ‘deze zonde niet aan hun last zou opleggen’ (Handelingen 7:60). En wij, als we de genade willen behouden, moeten bidden voor onze vijanden.”

silouan

Hierin ligt het mysterie van de goddelijke ‘wijze van zijn’, Gods manier van leven: nederigheid. Nederigheid op het ascetische vlak, legt vader Sophrony uit, wordt gemanifesteerd als het beschouwen van zichzelf als de ergste van alle zondaars, terwijl op het theologische vlak nederigheid wordt geopenbaard als liefde, die vrij en volledig wordt gegeven (11). De heilige Silouan, die zelf bezeten was van deze goddelijke liefde, waarschuwt ons nederig om waakzaam te zijn:

“Als u geen medelijden voelt met de zondaar die voorbestemd is om de pijn van het hellevuur te ondergaan, betekent dit dat de genade van de Heilige Geest niet in u is, maar een boze geest. Zolang u nog leeft, streef er daarom door bekering naar om uzelf van deze geest te bevrijden” (12).
De strijd voor Christus-achtige liefde voor iemands vijanden en nederigheid, en tegen hoogmoed, is inderdaad een zeer grote; en daarom zijn de heiligen, de ware navolgers van Christus en deelgenoten in Zijn liefde, inderdaad groot. Sint Silouan schrijft:

“Ik ben een treurige ellendeling, zoals de Heer weet, maar het is mij een genoegen mijn ziel te vernederen en mijn naaste lief te hebben, ook al heeft hij mij misschien aanstoot gegeven. Te allen tijde smeek ik de Heer, Die genadig is om te geven dat ik mijn vijanden mag liefhebben; en door de genade van God heb ik ervaren wat de liefde van God is, en wat het is om mijn naaste lief te hebben; en dag en nacht bid ik de Heer om liefde, en de Heer geeft me tranen om te huilen voor de hele wereld. Maar als ik een man een fout vind, of hem met een onaardig oog aankijk, zullen mijn tranen opdrogen en mijn ziel wegzinken in moedeloosheid. Toch begin ik opnieuw om vergeving van de Heere te smeken, en de Heere vergeeft mij in Zijn barmhartigheid, een zondaar.”
“Gemeente,” vervolgt de heilige Silouan, “voor het aangezicht van mijn God schrijf ik: Verootmoedig uw hart, en terwijl u toch op deze aarde bent, zult u de barmhartigheid van de Heer zien en uw hemelse Schepper kennen, en uw zielen zullen nooit hun vervulling van liefde hebben” (13). We zien dus dat de liefde van Christus het wezen van Zijn heiligen vervult.

3. Heilige relikwieën als getuige van de liefde van Christus in ons

Maar waar leidt deze allesomvattende Christus-achtige liefde toe? Het antwoord voor Saint Silouan is eenvoudig:
“Liefde tot God neemt verschillende vormen aan. De man die worstelt met verkeerde gedachten houdt van God naar zijn maat. Hij die strijdt tegen de zonde, en God vraagt om hem kracht te geven om niet te zondigen, maar toch weer in zonde valt vanwege zijn zwakheid, en verdriet en berouw toont – hij bezit genade in het diepst van zijn ziel en verstand, maar zijn passies zijn nog niet overwonnen. Maar de man die nu zijn hartstochten heeft overwonnen, kent geen conflict: al zijn zorg is om zichzelf in alle dingen te bekijken, opdat hij niet in zonde valt. Genade, groot en waarneembaar, is van hem. Maar wie genade voelt in zowel ziel als lichaam, is een volmaakt mens, en als hij deze genade bewaart, wordt zijn lichaam geheiligd en zullen zijn beenderen heilige relikwieën maken” (14).

Er zijn, zoals in deze passage wordt beschreven, vier stadia van liefde, waarvan de vierde en hoogste is wat wordt bevestigd door de penetratie van Goddelijke Genade in het lichaam, in het merg van een persoons wezen. En dit wordt door de heilige Silouan geïdentificeerd als de hoogste staat van perfectie, de hoogste staat van heiligheid. “Hij die genade voelt in zowel ziel als lichaam is een volmaakt mens, en als hij deze genade bewaart, wordt zijn lichaam geheiligd en zullen zijn beenderen heilige relikwieën maken.”

Zoals met de vrijwillige dood van Christus, waarin het voor het Lichaam van de Logos des Levens niet mogelijk was om verdorvenheid te zien, en die dus samen met Zijn menselijke ziel op de derde dag (15) werd opgewekt, zo zal het ook zijn met de lichamen van die heiligen die in dit leven grote genade hebben gekend, en die het hebben kunnen bewaren.16 Ook zij zijn, zelfs na de dood, niet gescheiden van de genade en liefde van God, noch in ziel noch in lichaam, en daarom worden hun lichamen geopenbaard als heilige relikwieën.

Hier worden we geconfronteerd met een overweldigend mysterie: dat de mens niet echt mens is, niet echt een menselijk persoon of hypostase, zonder zijn lichaam. Om deze reden wachten zelfs grote heiligen geduldig op de tweede en glorieuze komst van Christus, wanneer zij door genade weer verenigd zullen worden met hun lichaam. Er zal geen Oordeel voor hen zijn; want zij zijn reeds geoordeeld – door heilige zelfveroordeling. De wederkomst van Christus zal dus voor hen het moment zijn van hun volledige realisatie als personen, en dus de inwijding van hun volledige en volmaakte deelname aan het Leven in Christus, dat tegelijkertijd het Leven van de Allerheiligste Drie-eenheid is.
De enige uitzondering hierop is natuurlijk de Moeder van God, de Theotokos (wiens feest van de Heilige Bescherming we morgen, 1 oktober, vieren), die als Moeder des Levens, zelfs na de dood, niet bij het graf kon worden vastgehouden, maar, net als haar Zoon, “overging in het leven”. Daarom geniet zij, zelfs nu nog, als een volledig gerealiseerde menselijke hypostase, van het gezegende Leven waartoe wij allen geroepen zijn.

81e37-25ce25a025ce25b125ce25bd25ce25b125ce25b325ce25af25ce25b125ce259325ce25bb25cf258525ce25ba25ce25bf25cf258625ce25b925ce25bb25ce25bf25cf258d25cf258325ce25b1

In ons eerste deel noteerden we een belangrijke passage in De heilige Paulus, uit zijn brief aan de Romeinen, over zoonschap, lijden en de uiteindelijke heerlijkheid. Staat u mij toe het nog eens te herhalen: “De Geest zelf getuigt met onze geest, dat wij de kinderen van God zijn: En als kinderen, dan erfgenamen; erfgenamen van God, en mede-erfgenamen met Christus; zo ja, dan lijden wij met Hem, opdat wij ook samen verheerlijkt mogen worden. Want ik denk dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet waardig is om vergeleken te worden met de heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden” (Rom. 8:16-18). “Het lijden van deze huidige tijd is het niet waard om vergeleken te worden met de heerlijkheid die in ons geopenbaard zal worden”, dat wil zeggen in onze aanneming als zonen, in onze zaligheid, in onze theose in Christus. Daarom bevestigt de heilige Gregorius Palamas dat “behalve de zonde niets in dit leven, zelfs de dood zelf, werkelijk slecht is, zelfs als het lijden veroorzaakt” (17). Sprekend over de kwellingen die de martelaren bereid waren te doorstaan, legt de heilige Gregorius uit dat “de martelaren de gewelddadige dood die anderen hen teisterden tot iets prachtigs maakten, een bron van leven, glorie en het eeuwige hemelse koninkrijk, omdat zij het op een goede manier uitbuitten die God behaagde” (18).

Christus’ woord is geladen met Zijn goddelijke energie, leven en kracht; dat geldt ook voor Zijn goddelijke daden en Zijn Leven op aarde als Mens. Wanneer we onszelf vullen met Zijn woorden en er ernstig naar streven om te leven volgens Zijn gebod en voorbeeld, om zelfs onze vijanden lief te hebben zoals Hij deed – zoals Hij doet – zo gaan ook wij, door de genade van de Heilige Geest, de sfeer van het Leven binnen die in hen besloten ligt. Er is, zoals pater Zacharias het zegt, “een uitwisseling van levens” die plaatsvindt. Zo worden wij, in onze ziel en in ons lichaam, “deelgenoten van de goddelijke natuur” (2 Petr. 1:4) door vereniging met Zijn vlees, Zijn menselijkheid – deelgenoten, dat wil zeggen in het goddelijke Leven van Christus Zelf, dat tegelijkertijd het Leven van de Allerheiligste Drie-eenheid is. We worden niet gered als individuen, maar als personen, als leden van het Lichaam van Christus, waarvan Christus het Hoofd is. We zijn verenigd met Hem – en door Hem, met de andere leden van Zijn Lichaam.

Let op de volgende woorden uit Vader Sophrony’s We Shall See Him As He Is: “Door Zijn incarnatie geeft de eeuwige Logos van de Vader ons om deel te hebben aan Zijn Bloed en Zijn Vlees om daardoor Zijn eeuwige Leven in onze aderen uit te storten, opdat wij Zijn kinderen worden, vlees van Zijn Vlees, been van Zijn Been (vgl. Johannes 6,53-57)” (19).

In Holy Relics zien we daarom geen dode botten – verre van dat. In Heilige Relikwieën zien we het resultaat van gemeenschap met de Heer, het resultaat van het delen van het Leven van de Allerhoogste God zelf (vgl. Rom. 9:5) – gemeenschap met Hem Die Zelf-Leven is, Het Leven Zelf (autozoe). Verenigd met Christus, gaan we dus, hoewel we door “het dal van de schaduw des doods” (Ps. 23:4) gaan, van de dood naar het Eeuwige Leven. Dit is het punt waarop de geschapene het ongeschapene ontmoet, het punt waarop de aarde “de hemel van aangezicht tot aangezicht” ontmoet, en het punt waarop wij geschapen, sterfelijke menselijke wezens door Hem worden omgevormd tot Goddelijk Leven.

Zo zijn de perfecte. Zo zijn de heiligen. Zo zijn zij wier beenderen tot het einde genade hebben bewaard. Heilige Relikwieën zijn de aardse overblijfselen van hen die door niemand minder dan Christus Zelf geleerd hebben hun vijanden lief te hebben, zelfs tot in de dood, de dood van het Kruis, dat Zijn heerlijkheid is, en dat door genade ook hun heerlijkheid wordt. Liefde voor vijanden is geen moreel gebod, het is het fundamentele criterium voor de christelijke manier van leven. Dit is verlossing. ja, dit is theose.
Waarlijk, “in deze wereld is er niets moeilijker dan gered te worden.” Maar als we verlossing als theose beginnen te zien, zo beginnen ook de droge beenderen die de profeet Ezechiël ziet, leven te ontvangen:
‘De hand des Heren was op mij, en droeg mij uit in de geest des Heeren, en zette mij neer in het midden van het dal, dat vol beenderen was, en deed mij langs hen heengaan: en zie, er waren er heel veel in het open dal; en, lo, ze waren erg droog. En hij zeide tot mij: Mensenzoon, kunnen deze beenderen leven? En ik antwoordde: O Here God, gij weet het. Opnieuw zei Hij tot Mij: Profeteer op deze beenderen en zeg tot hen: O gij dorre beenderen, hoor het woord des Heeren. Zo zegt de Here God tot deze beenderen; Zie, Ik zal de adem in u doen binnendringen, en gij zult leven: En Ik zal u het zand in de ogen leggen, en vlees over u doen opkomen, en u met huid bedekken, en adem in u doen, en gij zult leven… En gij zult weten, dat Ik de Heere ben, wanneer Ik uw graven heb geopend, o mijn volk, en u uit uw graven heb opgewekt, En mijn geest in u zal doen, en gij zult leven, en Ik zal u in uw eigen land plaatsen: dan zult gij weten dat Ik, de Heere, het gesproken heb, en voerde het uit, zegt de Heere” (Ezech. 37:1-14).
‘[Ik] zal mijn geest in u leggen, en gij zult leven.’ “Toch, kom. Heer Jezus” (Openbaring 22:20).

aef2d-ilovethereforeiam

NOTITIES
(1) Adversus Hereses V, pref.
(2) De Incarnalione LIV.
(3) We Shall See Him As He Is, vertaald door Rosemary Edmonds (Tolteshunt Knights, Essex: Patriarchal and Stavropegic Monastery of St. John the Baptist, 1988), p. 193.
(4) Ibidem.
(5) Homiliae diversae IVin transfigurationem (Patrologia Graeca

Johannes van Damascus : Onbevlekte Moeder…..

JOHANNES VAN DAMASCUS

“O dochter van koning David en Moeder van God,
de universele Koning. O Goddelijk en levend object
waarvan de schoonheid God de Schepper heeft gecharmeerd;
je hele ziel staat volledig open voor Gods handelen en heeft alleen aandacht voor God. … Je baarmoeder zal de verblijfplaats zijn van degene die geen plaats kan bevatten. Uw melk zal God voeden,
in het kleine Kindje Jezus. Je handen zullen God
dragen en je knieën zullen dienen als een troon voor Hem
die edeler is dan de troon van de Cherubijnen.
… Je bent de tempel van de Heilige Geest, de stad van de levende God,
vreugdevol gemaakt door overvloedige bloemen,
de heilige bloemen van Goddelijke genade. Je bent al-mooi
en heel dicht bij God, boven de Cherubijnen
en hoger dan de Serafijnen, vlak bij God Zelf!
Amen”

St John Damascene (675-749)
Vader en kerkleraar

Columba van iona : “Luister, luister naar wat er zal gebeuren in de laatste dagen van de wereld!….

Afbeelding4

“Luister, luister naar wat er zal gebeuren in de laatste dagen van de wereld! Er zullen grote oorlogen zijn; er zullen onrechtvaardige wetten worden uitgevaardigd; de kerk zal van haar eigendom worden beroofd; mensen zullen veel lezen en schrijven; maar liefdadigheid en nederigheid zullen worden uitgelachen, en het gewone volk zal in valse ideeën geloven.”
-St. Columba van Iona (521-597)

++++++

Saint Columba van Iona, bekend als Colum Cille in het Oudiers (“duif van de kerk”) en Calum Cille voor de Schots-Gaelische stammen, diende als een van de “Twaalf Apostelen van Ierland” (Saint Patrick is een van de meer bekende ). Hij evangeliseerde zowel bij de Keltische Ierse stammen als bij de Picten van het huidige Schotland. Hij profeteerde vaak over toekomstige rampen en rampzalige gebeurtenissen

Tikhon van Zadonsk : CITATEN

TIKHON

Tikhon van Zadonsk Citaten

‎’We zijn geschapen voor het eeuwige leven door onze Schepper, we zijn daartoe geroepen door het woord van God en we worden vernieuwd door het heilige Doopsel. En Christus, de Zoon van God, kwam hiervoor in de wereld, opdat Hij ons zou roepen en ons daarheen zou brengen, en Hij is het enige dat nodig is. Om deze reden zou je allereerste inspanning en zorg moeten zijn om het te ontvangen. Zonder dat is alles als niets, al heb je de hele wereld onder je.’‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Het is een angstige zaak om te haten wie God heeft liefgehad. Kijken naar een ander – zijn zwakheden, zijn zonden, zijn fouten, zijn gebreken – is kijken naar iemand die lijdt. Hij lijdt aan negatieve hartstochten, aan dezelfde zondige menselijke verdorvenheid waaraan u zelf lijdt. Dit is heel belangrijk: kijk niet naar hem met oordelende ogen van vergelijking, en let op de zonden waarvan je aanneemt dat je hem nooit zou begaan. Zie hem eerder als een lotgenoot, een medemens die juist de genezing nodig heeft die jij nodig hebt. Help hem, heb hem lief, bid dat hij hem doet zoals u wilt dat hij u doet.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Voorkom dat je in andermans zaken wrikt, want zulk wrikken geeft aanleiding tot laster, oordeel en andere zware zonden. Waarom moet je je zorgen maken over anderen? Ken en onderzoek je eigen zelf.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Wanneer trots zich terugtrekt van een man, begint nederigheid in hem te wonen, en hoe meer trots wordt verminderd, zoveel meer groeit nederigheid. Het een maakt plaats voor het andere. De duisternis vertrekt en het licht verschijnt. Hoogmoed is duisternis, maar nederigheid is licht.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎We zien het water van een rivier ononderbroken stromen en voorbijgaan, en alles wat op zijn oppervlak drijft, afval of balken van bomen, komen allemaal voorbij. Christen! Dat geldt ook voor ons leven. . . Ik was een baby en die tijd is voorbij. Ik was een puber, en ook dat is voorbij. Ik was een jongeman, en ook dat ligt ver achter me. De sterke en volwassen man die ik was, is niet meer. Mijn haar wordt wit, ik bezwijk voor de leeftijd, maar ook dat gaat voorbij; Ik nader het einde en zal de weg van alle vlees gaan. Ik ben geboren om te sterven. Ik sterf opdat ik mag leven. Gedenk mij, o Heer, in Uw Koninkrijk!‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Zoals vuur niet door vuur wordt gedoofd, zo wordt woede niet overwonnen door woede, maar nog meer ontstoken. Maar zachtmoedigheid onderwerpt vaak zelfs de meest beestachtige vijanden, verzacht ze en kalmeert ze.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎jjMijn arme ziel! Zucht, bid en streef ernaar om het gezegende juk van Christus op u te nemen, en u zult op een hemelse manier op aarde leven. Heer, geef dat ik het licht en het goede juk mag dragen, en ik zal altijd in rust zijn, vredig, blij en vreugdevol; en ik zal op aarde proeven van kruimels die van het hemelse feest vallen, als een hond die zich voedt met de kruimels die van de tafel van de meester vallen.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Velen vleien zichzelf en beschouwen zichzelf als goed, nederig en zachtmoedig, maar ze zullen het tegendeel ontdekken onder verleiding. Word dus niet moedeloos in verleidingen, maar dank God des te meer dat Hij je zo brengt naar wat verborgen is in je hart – de kennis van jezelf – en wenst dat je gecorrigeerd en gered wordt.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Weigeren we te vergeven? Ook God zal weigeren ons te vergeven. Zoals wij onze naasten behandelen, zo behandelt God ons ook. De vergeving of onvergevingsgezindheid van je zonden, en dus ook je redding of vernietiging, hangt dus van jezelf af. Want zonder vergeving van zonden is er geen zaligheid. Je kunt zelf zien hoe ernstig het is.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

‎Onze Vader wacht op ons met grote ijver en verlangen, en met liefde zal Hij ons van ver zien terugkeren, en Hij zal ons met mededogende ogen aanschouwen, en we zullen Hem dierbaar zijn, en Hij zal op onze nek vallen en ons omhelzen en kussen met Zijn Heilige Liefde. Hij zal ons niets verwijten en Hij zal onze zonden en ongerechtigheden niet langer gedenken, en alle heilige hoeken en al Zijn uitverkorenen zullen zich over ons beginnen te verheugen.‎
‎Tikhon van Zadonsk‎

15 Citaten van geestelijke begeleiding door De heilige Tikhon van Zadonsk

1.Je moet niet stil leven. Doe in plaats daarvan de arbeid gezegend door God. Luiheid is de oorzaak van al het kwaad. Hij die in luiheid leeft, zondigt voortdurend. De zwakken en ouderen, die niet kunnen werken, vormen een uitzondering.

2 .Wees voorzichtig met allerlei soorten zonde. Behandel ze als een dodelijk gif omdat allerlei zonden de Almachtige God beledigen en hem boos maken. Hij die zondigt, is vervreemd van God en kan geen eeuwige verlossing verwerven. Pas op voor de zonde die je voor altijd kan doden.

3. Doe niet wat je geweten je verbiedt, voor dezelfde daden, die je onerhandverdachte geweten verbiedt, gods wet verbiedt ook. Een goed geweten is in overeenstemming met Gods Wet <… >

4. Aanbid God niet met je lichaam en uiterlijke verschijning, maar met een goed geweten, angst, liefde, gehoorzaamheid, dankbaarheid, gebed en geloof. God is de Geest die geen vorm of substantie heeft en daarom niet wordt aanbeden door iets anders dan geest en waarheid.

5.Probeer God te behagen met geloof en gehoorzaamheid, dat wil zeggen, doe wat Hij wil en wat Hij wil, en doe niet wat Hij niet wil en wat Hij niet leuk vindt. Wat je ook doet, het is onmogelijk om God te behagen als je niet gehoorzaam bent.

6.Wees bang om de Naam van God gekscherend of bedrieglijk te noemen om te voorkomen dat we onmiddellijk door God worden gestraft, want onze God is een vertend vuur (Hebreeën 12:29).

7.Roep de Naam van je Heer God aan in het begin van alles wat je doet, en begin met een gebed zodat de Heer je zou helpen om te beginnen en je geplande actie af te ronden. Daarom mag een christen niets doen dat in strijd is met Gods wet; alleen een actie die daaraan voldoet.

8.Imiteer niet alles wat andere mensen doen. Zij die anderen roekeloos imiteren, worden verwend en bedorven; het kwaad vermenigvuldigt zich elk uur en vroomheid neemt dienovereenkomstig af. Luister in plaats daarvan naar wat het Woord van God je leert.

9.Ware christenen leven in deze wereld als reizigers, pelgrims en vreemden, die altijd op zoek zijn naar hun hemelse thuisland met hun spirituele ogen en in geloof, en ernaar streven om dit te bereiken. Wees een reiziger en een pelgrim in deze wereld, en zoek naar het hemelse vaderland, en streef ernaar om het te bereiken. De wereld met zijn kunstaas en lust zal een gruwel voor je zijn. Als je een persoon bent die eeuwige gelukzaligheid zoekt en deze wil ontvangen, houd dan alle tijdelijke dingen in minachting om het eeuwige niet te verliezen door het kortstondige te zoeken.

10.Blijf uit de buurt van luxe zoals je zou doen van een plaag. Het verlamt een christelijke ziel, leert haar om andermans eigendommen te stelen, mensen schade toe te brengen en zich te onthouden van het geven van aalmoezen – wat van een christen wordt verwacht. Luxe is als een vraatzuchtige maag die geen voldoening kent of als een vraatzuchtige afgrond die alles verslindt. Het heeft steeds meer nodig en blijft dingen veranderen. Het doet je denken: “Mijn huis is niet geweldig, ik zou een groter huis moeten bouwen. Mijn jurk is niet in orde, ik zou een meer modieuze moeten hebben. Ik schaam me voor het rijden in een taxi, ik zou een luxe paardenkoets moeten kopen. Deze maaltijd is flauw, waarom niet een lekkerdere koken. Ik wil geen gewone wijn drinken, ik denk dat wodka beter is. Mijn bedienden zijn slecht gekleed, ik denk dat ik ze een geschikter uniform moet kopen, enz.” Dat is hoe luxe alles verslindt en je geest verzwakt. Pas op voor luxe. Voor een natuurlijke man is zelfs een beetje voldoende; lust en luxe vragen steeds meer.

11.Versier je lichaam niet met pittige kleding, zoals sommige mensen die zichzelf christen noemen, de gewoonte hebben om te doen. Moge uw kleding voldoen aan uw status. Christelijke kleren zijn kleren van je ziel. Christenen moeten hun ziel versieren, niet hun lichaam. De schoonheid van je ziel is het beeld van God waartoe we geschapen zijn. Zoek deze schoonheid, en het zal volstaan.

12.Als je in de kerk bent, concentreer je dan op wat er wordt gelezen en gezongen. Genegenheid, waargebed, oprechte zang en dankbaarheid zullen hierdoor komen. Sta niet toe dat uw geest buiten de kerk ronddwaalt, zelfs niet als uw lichaam in de kerk aanwezig is, om het verwijt van de Heilige Dagvaarding niet te verdienen: “Dit volk trekt mij met hun mond nabij en eert mij met hun lippen; maar hun hart is ver van mij” (Matteüs 15: 8). Als je lichaam in de kerk is, moet je geest erbij zijn, want je staat voor God.

13.Pas op voor diners en banketten. Het is buitengewoon moeilijk om daarheen te gaan zonder je geweten te beschadigen. Je gaat niet hetzelfde terug naar huis, dus let op. Er is niets beters en veiliger dan thuis te blijven. De dingen, die je ogen niet zien en je oren niet horen, zullen je hart niet beïnvloeden. Er is geen betere manier om goede en God-aangename gedachten aan te trekken dan afzondering en stilte. Als je je met veel mensen mengt, verlies je al het goede dat je alleen hebt verdiend.

14.Als je je huis uit moet en iemand moet ontmoeten, wees dan attent en bewaak je hart met alle voorzichtigheid. Denk aan de Heer, uw God, waar u ook gaat. Moge de heilige vrees voor God zijn als een kaars die je weg verlicht en je stappen stuurt. Waar je ook heen gaat en wie je ook ontmoet, God is er bij je. Hij weet alles over je. Hij ziet wat je doet en hoort wat je zegt. Wees daarom voorzichtig.

15.Als je zondigt of iets verkeerd doet, wees dan niet wanhopig, maar zodra je ontdekt dat je gezondigd hebt, kniel dan nederig voor de barmhartige God en vraag om zijn genade met het gebed van een publican: “Heer, heb genade met mij als zondaar!” (Vgl. Lucas 18: 13) — en uw zonde zal worden verlost. amen.

 

St.Beda Venerabilis : Onthoofding Johannes de Doper…

BEDA

Hij predikte de vrijheid van hemelse vrede, maar werd door goddeloze mensen in ijzers gegooid. Hij werd opgesloten in de duisternis van de gevangenis, hoewel hij kwam getuigen van het Licht des levens en het verdiende om door dat Licht zelf, dat Christus is , een heldere en stralende lamp genoemd te worden.

St.Beda BEDA 2

Christos Yannaras : … radicale bekering die tot verlossing leidt..

Yannaras

… radicale bekering die tot verlossing leidt, vereist tegelijkertijd een pijnlijk verlies: Christus bevestigt dat je die moet verliezen om je ziel te redden (Mt 16,25). Wat dit betekent is dat je de diepgewortelde identificatie van jezelf met je individuele na- tuur en met de biologische en psychologische verdediging van het ego moet verwerpen. Het betekent afstand doen van alle afhankelijkheid van menselijke kracht, goedheid, auteurschap, actie of effectiviteit. Wie ooit wil leven, moet zijn leven verliezen – de illusie van het leven die individuele overleving en zelfvoorziening is – om zijn leven als persoonlijk onderscheidend vermogen en vrijheid te redden: “laat hem zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.” Aanvaarding van het kruis en de vrijwillige dood van alle menselijke zelfverzekerdheid verleent het leven in zijn krachtigste en meest effectieve vorm. Maar bovenal betekent het verliezen van je leven het afzien van individuele verworvenheden, objectieve erkenning van deugdzaamheid en het gevoel van verdienste, die de steunpilaren zijn van ons verzet tegen de noodzaak van gemeenschap met God en vertrouwen in Hem.

Christos Yannaras

Anthony Bloom over Moeder Maria

MOEDER MARIA

Metropoliet Anthony Bloom over Moeder Maria

Een citaat van Metropoliet Anthony over Moeder Maria van Parijs. Het is overgenomen uit het voorwoord van Parel van grote waarde.

Oneindig medelijden en mededogen bezaten haar; er was geen lijden waar ze een vreemde voor was; er waren geen moeilijkheden die haar zouden kunnen doen afwijken. Ze kon geen hypocrisie, wreedheid of onrecht tolereren. De Geest van Waarheid die in haar woonde, bracht haar ertoe alles wat gebrekkig is, alles wat dood is in het christendom en in het bijzonder in wat zij ten onrechte opvatte als klassiek monnikendom, scherp te bekritiseren. Ten onrechte, want wat ze aanviel was een lege huls, een versteende vorm. Tegelijkertijd zag ze met de waarneming van een ziener de verborgen, glorieuze inhoud van het monastieke leven in de vervulling van het evangelie, in de realisatie van goddelijke liefde, een liefde die ruimte heeft om actief en creatief te zijn in en door mensen die zich van alles en vooral van zichzelf hebben afgekeerd om Gods leven te leven en zijn aanwezigheid onder de mensen te zijn, zijn mededogen, zijn liefde. ‘God had de wereld zo lief, dat hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft’: dit begreep ze, hiervoor leefde ze. Hier is ze ook voor gestorven.
Moeder Maria is een heilige van onze tijd en voor onze tijd: een vrouw van vlees en bloed bezeten door de liefde van God, die onbevreesd oog in oog stond met de problemen van deze eeuw.

ANTHONY
Metropoliet van Sourozh Peace, Tom +

Vertaling : Kris Biesbroeck

Heiligenleven : Sergius van Radonezh….

SERGIUS

HEILIGENLEVEN

St. Sergius van Radonezh. 1314-1391

St. Sergius (wereldlijke naam Bartholomew) werd geboren in 1314 in een familie van Rostov-boyars, St. Cyril en St. Maria, die van Rostov naar een nederzetting Radonezh verhuisden om dichter bij Moskou te zijn.

Het was al vóór zijn geboorte en op zeer jonge leeftijd duidelijk dat Bartholomeüs niet gewoon was. Een keer tijdens de liturgie, toen hij nog in de baarmoeder zat, huilde hij op het belangrijkste moment van de dienst en zoog hij op woensdag en vrijdag geen melk, zelfs niet als zijn moeder hem voedde.
Op 7-jarige leeftijd werd Bartholomew gestuurd om te leren lezen en schrijven. Met heel zijn hart verlangde hij ernaar te leren, maar hij kon het niet. Hij treurde erover en bad dag en nacht tot God “om de deur van het boekverstand te openen”. Toen hij in een veld naar vermiste paarden zocht, zag hij een ouderling in een zwart kazuifel onder een eik zitten. Hij luisterde meelevend naar de jongen en begon te bidden. Daarna gaf hij de jongen een klein stukje van een hostie en zei: «Neem het en eet het: het is een teken van Gods genade en begrip van de Heilige Schrift.» Inderdaad daalde genade op hem neer en God schonk hem geheugen en begrip en de jongen beheerste de boekwijsheid gemakkelijk.

Na dit wonder werd de wens van de jonge Bartholomew om alleen God te dienen sterker. Hij wilde zich afzonderen naar voorbeelden van oude kluizenaars, maar alleen de liefde voor zijn ouders hield hem in zijn familie. Bartholomew was verlegen, stil en zwijgzaam; hij was nederig en zachtaardig tegen anderen; hij verloor nooit zijn geduld en gehoorzaamde zijn ouders. Hij had gewoonlijk alleen brood en water en onthield zich van voedsel op vastendagen.

Toen zijn ouders stierven, liet Bartholomew het fortuin na aan zijn jongere broer Peter en vestigde hij zich met zijn oudere broer Stephen in een dicht bos, 10 werst (ongeveer 11 km) van Radonezh. De broers bouwden daar een cel en een kleine kerk. Het werd ingewijd in de naam van de Heilige Drie-eenheid door een priester die door metropoliet Feognost was gestuurd. Zo ontstond het klooster van St. Sergius, de toekomstige Heilige Drievuldigheid St. Sergius Lavra.

Kort daarna verliet Stefanus zijn broer en werd de heerser van het Driekoningenklooster in Moskou en de biechtvader van de grote prins, terwijl Bartholomeus de tonsuur met de naam Sergius aannam en ongeveer twee jaar alleen in het bos doorbracht. Zijn leven was moeilijk en gevaarlijk: er was een dicht bos vol wilde dieren om hem heen; hij voedde zich alleen met wortels en kruiden; de duivel intimideerde hem herhaaldelijk door zijn hordes in verschillende gedaanten te sturen. Maar met Gods hulp overwon St. Sergius alles.

Hoe hij ook zijn best deed om zijn heldendaden te verbergen, de roem over hem verspreidde zich en trok andere monniken aan die zichzelf onder zijn leiding wilden redden. De heilige probeerde iedereen te ontmoedigen door te wijzen op de ontberingen, ontberingen en ongemakken van het troosteloze leven. Maar ze smeekten hem voortdurend en beloofden alles met nederigheid te doorstaan. Er waren 10 van hen die Sergius vroegen om gewijd te worden en de hegoumen te worden. Sergius weigerde lange tijd, maar toen zag hij in de niet aflatende smeekbede een roeping van God en zei: “Ik had liever gehoorzamen dan heersen, maar uit vrees voor de goddelijke gerechtigheid vertrouw ik op Gods wil”.

Toen hij tot hegumen werd gewijd, veranderde Sergius zijn leven niet, maar verhoogde hij alleen zijn geestelijke arbeid. Hij kwam ’s ochtends als eerste naar de kerk, maakte zelf kaarsen en bakte hosties. St. Sergius gaf een voorbeeld van strikte matigheid, diepe nederigheid en vast vertrouwen op Gods hulp. Hij was de leider in arbeid en heldendaden en de monniken volgden hem.
Het leven en werk van St. Sergius zijn van groot belang voor de geschiedenis van het Russische monnikendom, omdat hij het kloosterleven initieerde door een coenobitisch klooster op te zetten, weg van de mensen. Voor zijn grote daden kreeg St. Sergius goddelijke genade en de achting van het volk. Toen monniken klaagden dat de waterbron ver weg was, creëerde hij met een gebed een bron in het dichtstbijzijnde bos dat er nog steeds is. Hij wekte de zoon van een dorpeling op uit de dood en voorspelde de overwinning van Dmitry Donskoy op Tatar Khan Mamai. “Ga moedig, Grote Prins, en vertrouw op Gods hulp” – zei de oudste en gaf hem twee van zijn monniken Peresvet en Oslyaba die heldhaftig stierven in de Slag bij Kulikovo.

Eens verschenen de Theotokos met apostelen Petrus en Johannes in de cel van St. Sergius en beloofden ze het klooster te beschermen. Een andere keer zag hij een ongewoon licht en hoorde hij een groot aantal vogels de lucht vullen met harmonieus gezang en kreeg hij de openbaring dat heel veel monniken zich in zijn klooster zullen verzamelen. De patriarch van Constantinopel Philotheos stuurde hem een ​​geschenk (een borstkruis) uit Byzantium.

Metropoliet Alexius wilde hem een ​​gouden kruis overhandigen als onderscheiding voor zijn arbeid, maar Sergius zei: “Ik droeg geen goud toen ik jong was en nu, dat ik oud ben, wil ik des te meer in armoede vertoeven”, en weigerde de eer. “Je wilt me ​​de last geven die ik niet kan dragen.”
St. Sergius van Radonezh stierf vrij oud in 1391. Hij voorzag de dag van zijn dood en benoemde zijn opvolger.

Op het moment van sterven straalde zijn gezicht en ademde zijn lichaam een ​​zoete geur uit. 30 jaar na zijn dood (23 september 1392) ‘openden’ de relieken van St. Sergius zich.

Bron : dionisy.com
Vertaling : Kris Biesbroeck

Silouan10

“De Heer houdt zo veel van ons dat hij alle beschrijvingen te boven gaat. Alleen door de Heilige Geest kan de ziel Zijn liefde kennen, waarvan zij zich onuitsprekelijk bewust is. De Heer is één en al goedheid en barmhartigheid. Hij is zachtmoedig en zachtmoedig, en we hebben geen woorden te vertellen over Zijn goedheid; maar de ziel zonder woorden voelt deze liefde en zou voor altijd in haar stille rust gehuld blijven.”
– St Silouan de Athoniet

Symeon de Nieuwe Theoloog : Een persoon die bitter lijdt wanneer hij wordt gekleineerd of beledigd….

SYMEON THE NEW THEOLOOG

Een persoon die bitter lijdt wanneer hij wordt gekleineerd of beledigd, moet hieraan herkennen dat hij nog steeds de oude slang in zijn borst draagt. Als hij de belediging stilletjes verdraagt ​​of met grote nederigheid reageert, verzwakt hij de slang en vermindert hij zijn greep. Maar als hij bitter of brutaal antwoordt, geeft hij het de kracht om zijn gif in zijn hart te gieten en zich genadeloos te voeden met zijn ingewanden. Zo wordt de slang steeds machtiger; het vernietigt de kracht van zijn ziel en zijn pogingen om zichzelf in orde te brengen, en dwingt hem om voor de zonde te leven en volkomen dood te zijn voor gerechtigheid.

Symeon de nieuwe theoloog

Dimitri van Rostov (1651-1709):Wees vanaf de vroege ochtend een serafijn in gebed…..

DIMITRI

Wees vanaf de vroege ochtend een serafijn in gebed, een cherubijn in actie en een engel in houding. , zodat geen ander beeld uw reine hart kan raken behalve het zuivere beeld van Christus, uw God en redder”

St.Dimitri van Rostov (1651-1709)