
Wie bidt, moet hongeren naar..Moet vurig
verlangen naar die zegeningen – vooral de geestelijke,
de vergeving van zonden, de reiniging, de
heiliging, de versterking van de deugd, waarvoor
hij bidt, anders zal het een nutteloze verspilling van
woorden zijn. Hetzelfde geldt voor het danken en prijzen
van de Heer; honger en dorst om de Heer voortdurend te danken en
te loven, want alles komt van Hem,
alles is het geschenk van Zijn goedheid en barmhartigheid
Johannes van Kronstadt
