Gregorius de Grote : vergeet de gastvrijheid niet….

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604)
paus en kerkleraar
Homilie 23 ; PL 76, 1182

DE GROTE

“Vergeet de gastvrijheid niet”

Twee leerlingen waren samen onderweg. Zij geloofden niet, en toch spraken zij over de Heer. Plotseling verscheen Hij, maar zo dat zij Hem niet kunnen herkennen… Zij verzoeken Hem om hun onderdak te delen, zoals men dat met een reiziger doet. Zij maken dus de tafel klaar, zij zetten het voedsel er op, en God, die zij niet bij de verklaring van het Schrift hadden herkend, ontdekken zij in het delen van het brood. Het is dus niet door naar de voorschriften van God te luisteren dat zij werden verlicht, maar door ze te vervullen: “Het zijn niet degenen die naar de Wet luisteren die rechtvaardig zijn voor God, maar degenen die de Wet in de praktijk zetten, die zullen gerechtvaardigd worden“ (Rm 2,13). Als iemand wil begrijpen wat hij heeft gehoord, moet hij zich haasten om het in praktijk te brengen wat hij reeds heeft begrepen. De Heer werd niet herkend terwijl Hij sprak; Hij heeft zich verwaardigd om zich te tonen toen men Hem eten heeft aangeboden.

Laten we dus de gastvrijheid liefhebben, broeders en zusters; laten we de liefdadigheid graag uitoefenen. Paulus verzekert daaromtrent: “Blijf volhouden in de onderlinge liefde. Vergeet de gastvrijheid niet, want het is dankzij haar dat enkelen, buiten hun medeweten, engelen bij hen thuis hebben ontvangen” (He 13,1; Gn 18,1v). Petrus zegt eveneens: “Beoefen de gastvrijheid jegens de anderen, zonder te mopperen” (1P 4,9). En de Waarheid zelf verklaart ons: “Ik was een vreemdeling, en u hebt Me opgenomen”. “Wat u aan de kleinsten onder mensen hebt gedaan, zegt ons de Heer op de dag van het oordeel, hebt u aan Mij gedaan” (Mt 25,35.40). En ondanks dat, zijn wij zo lui wat betreft de genade van de gastvrijheid! Laten we, broeders en zusters, de grootte van deze deugd meten. Laten we Christus aan onze tafel ontvangen, teneinde aan zijn eeuwig feestmaal ontvangen te kunnen worden. Geven we nu gastvrijheid aan Christus aanwezig in de vreemdeling, opdat wij bij het oordeel niet als vreemdelingen zijn die Hij niet kent (Lc 13,25), maar dat Hij ons als broeders en zusters in zijn Koninkrijk ontvangt.

Bron : Evzo.org

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie