
We moeten, met Gods hulp, het dodelijke gif van de demon van woede uit het diepst van onze ziel verwijderen. Zolang hij in ons hart woont en de ogen van het hart verblindt met zijn sombere wanorde, kunnen we niet onderscheiden wat voor ons bestwil is, noch spirituele kennis verkrijgen, noch onze goede bedoelingen vervullen, noch deelnemen aan het ware leven; en ons intellect zal ongevoelig blijven voor de contemplatie van het ware, goddelijke licht; want er staat geschreven: ‘De toorn van de mens brengt geen gerechtigheid van God tot stand’ (Jms. 1:20).
Johannes Cassianus
