
Johannes Karpathios (VIIe eeuw) monnik en bisschop
Brieven aan de monniken in India (Filokalia van de neptische Vaderen)
De grote geneesheer is nabij
De grote geneesheer van hen die lijden, is nabij. Hij heeft onze ziektes op zich genomen. Hij heeft ons genezen door zijn verwondingen (cf.Jes 53,5; Mt 8,17). Hij is er, Hij past nu de heilzame middelen toe. Er staat immers geschreven: “Ik ben het die dood maakt en levend. Ik sla wonden en heel ze ook weer” (cf. Dt 32,39). Dus vrees niet. Wanneer mijn vurige toorn eindigt, zal Ik opnieuw genezen.
Evenals een vrouw nooit zal vergeten om erbarmen te hebben met het kind dat ze in haar schoot droeg, zo zal Ik u ook niet vergeten, zegt de Heer (cf. Is 49,15). Als de vogel haar kleintjes tederheid geeft, als hij ze elk moment bezoekt, ze roept en voedsel brengt in hun snaveltjes, hoeveel te meer zal mijn barmhartigheid zich niet over mijn schepselen verspreiden. Nog meer is mijn tederheid over u uitgestort. Ik bezoek u in het geheim. Ik spreek tot uw intelligentie. Ik breng u voedsel bij uw bezinning die zich opent als de snavel van de kleine zwaluw. Ik geef u het voedsel van de vrees voor de Almachtige, het voedsel van het verlangen naar de hemel, het voedsel van de troost in de verzuchtingen, het voedsel van het berouw, het voedsel van de zang, het voedsel van de diepste kennis en het voedsel van de goddelijke mysteriën.
Maar als Ik lieg als Ik zo tegen u spreek, Ik die uw meester en Vader ben, bewijs het Me dan en Ik zal zwijgen. Dat zegt de Heer voortdurend tegen onze gedachten. Dat de Vader van de barmhartigheden en de God van alle troost (2Kor 1,3) u eeuwige troost moge geven en goede hoop, in Christus Jezus onze Heer. Aan Hem zij de glorie en de macht in alle eeuwen. Amen.
Bron : Evzo.org
