H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Hymne 1 over de Verrijzenis

“Nooit is er iemand naar de hemel geklommen, tenzij Hij die uit de hemel is neergedaald”
Ons aller Herder is nedergedaald
Hij zocht Adam, het verloren schaap.
Hij nam het op zijn schouder
en is ten hemel opgestegen.
Hij heeft zichzelf ten offer gesteld,
aangeboden aan de Heer van de Kudde. (Luc 15,4; Joh 10,11).
Gezegend zij zijn afdaling naar ons!
Als levengevende dauw en regen,
heeft Hij zich neergelaten op Maria, die dorstende grond.
Als een graankorrel is Hij in de aarde begraven;
Als nieuw graan en brood is Hij er uit herrezen. (Joh 12,24)
Gezegend zij zijn offergave! (…)
Uit de hoogte is voor ons de Almacht afgedaald.
Uit de schoot van de Maagd straalde voor ons de hoop.
Uit het graf verscheen voor ons het leven.
Aan zijn Vaders rechterzijde troont Hij voor ons als koning.
Gezegend zij zijn eer!
Vanuit de hoogte is Hij uitgestroomd als een rivier.
Uit Maria is Hij ontsproten als een twijg.
Aan het hout heeft Hij gehangen als een vrucht.
En ten hemel is Hij opgestegen als een eerstelingenoffer.
Gezegend zij zijn wil!
Bron : Evzo.org
