
Bekering verheft een mens.
Rouw klopt aan de hemelpoort.
Heilige nederigheid opent het.
Eerste lezing :
Efesiërs, 5,9-19
Beseft het goed: geen ontuchtige of onreine of gierige – wat hetzelfde is als een afgodendienaar – heeft enig erfdeel in het koninkrijk van Christus en van God. 6Laat niemand u met loze woorden misleiden: om zulke dingen komt Gods toorn over de ongehoorzamen. 7Doet niet met hen mee. 8Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht, 9en de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. 10Tracht te ontdekken wat de Heer behaagt. 11Neemt geen deel aan hun duistere en onvruchtbare praktijken, brengt ze liever aan het licht. 12Wat deze lieden in het geheim doen is te schandelijk om ook maar over te spreken. 13Alles echter wat aan het licht wordt gebracht, komt in het licht tot helderheid. 14En alles wat verhelderd wordt, is zelf ‘licht’ geworden. Zo zegt ook de hymne: ‘Ontwaak, slaper, sta op uit de dood, en Christus’ licht zal over u stralen.’ 15Let dus nauwkeurig op hoe ge u gedraagt: als verstandige mensen, niet als dwazen. 16Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. 17Daarom, weest niet onverstandig, maar tracht te begrijpen wat de Heer wil. 18Bedwelmt u niet met wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. 19Spreekt elkander toe in psalmen en hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zingt en speelt voor de Heer van ganser harte. 20Zegt altijd voor alles dank aan God de Vader in de naam van onze Heer Jezus Christus.
Evangelie :
Mattheüs : 4,25-5,12
25Grote volksmenigten uit Galilea en Dekapolis, uit Jeruzalem, Judea en het Overjordaanse sloten zich bij Hem aan.
ZALIGSPREKINGEN
1Toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. 2Hij nam het woord en onderrichtte hen aldus:
3 “Zalig de armen van geest,
want aan hen behoort het Rijk der hemelen.
4 Zalig de treurenden,
want zij zullen getroost worden.
5 Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen het land bezitten.
6 Zalig die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid,
want zij zullen verzadigd worden.
7 Zalig de barmhartigen,
want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
8 Zalig de zuiveren van hart,
want zij zullen God zien.
9 Zalig die vrede brengen,
want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
10 Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid,
want hun behoort het Rijk der hemelen.
11 Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt,
vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnentwil: 12Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel. Zo immers hebben ze de profeten vervolgd die voor u geleefd hebben.

