
De God die mens werd, werd een stoffelijke mens. Hij leefde een stoffelijk leven en stierf een stoffelijke dood. Het eeuwige, eeuwigdurende gebod dat Hij gaf op de avond voordat Hij stierf, was een materiële gebeurtenis. Hij nam brood, zegende het, brak het en gaf het terwijl hij zei: “Neem, eet.” Hij zei niet: “Denk na.” Hij zei inderdaad: “Doe dit ter nagedachtenis aan mij.” Maar Hij
zei: “Doe dit!” Niet “Denk dit.” Het eten is het herinneren!
-V. Stephan Freeman
