
Samengesteld uit dagboekaantekeningen, meestal kort, die de ervaring van de auteur met psalmisch gebed weerspiegelen. De plaats van persoonlijk gebed in de Orthodoxe Kerk als een thuiskomst van de mystieke vereniging met God die in elke liturgie wordt aangeboden; het routiniseren hiervan in een gereguleerd leven (door een regel te volgen); de deelname aan en weerspiegeling van het geordende hiërarchische drama dat de schepping zelf weerspiegelt; en zijn ascetische verwerping van de zwerm van onze emotionele eisen. Hoe dit te doen, hoe (en waarom?) te zingen. Psalmen als het gebedenboek van de Kerk, als deelname aan de Gezindheid van Christus; soberheid als een spirituele oefening, waarbij discipline en vrijheid worden verkozen boven extase en slavernij. Psalmen geven ons onze persoonlijkheid en vreugde. De woestijn: vreugde zit in het ritme, het in stand houden van de regel. De engelen zingen, elke keer, wanneer men de Regel vervult.
