
H. Gregorius van Nazianze (330-390)
bisschop en kerkleraar
Sermon 39, 14-16,20 ; PG 36, col. 350-354

Laat ons met Christus afdalen om met Hem, vol van licht op te stijgen
Ik kan mijn vreugde niet bedwingen, mijn geest verheugt zich en raakt in vervoering. Ik voel me bijna meegesleept door Johannes’ vurigheid om het goede nieuws te verkondigen. Ik ben weliswaar geen Voorloper, maar net als hij kom ik uit de woestijn. Christus is verlicht, laat ons met Hem stralen. Christus is gedoopt, laten we met Hem afdalen zodat we met Hem kunnen opstaan.
Johannes is aan het dopen, Jezus komt naar voren: Hij komt de Doper heiligen.
Hij komt om heel de oude Adam in het water te dompelen en daardoor het water van de Jordaan te heiligen. De Doper weigert maar Jezus staat erop. “Ik heb uw doopsel nodig”, zegt de lamp zegt tegen de Hemel, de stem tegen het Woord, de vriend tegen de Bruidegom. Jezus antwoordt: laat het gebeuren. Dit gebeurt om Gods plan in alle wijsheid te vervullen.
Jezus staat op uit het water, Hij draagt de wereld met zich mee en ziet de hemelen openscheuren, die hemelen die Adam ooit voor zichzelf en de zijnen sloot, en dat paradijs dat door een vlammend zwaard was verzegeld. En de Heilige Geest getuigt van zijn Goddelijkheid; Hij haast zich naar zijn Gelijke en een Stem daalt neer uit de hemel, want uit de hemel komt Hij over Wie getuigd wordt.
Vandaag omringen we de doop van Christus met eer en vieren we het. Laten we ons reinigen. Niets is God aangenamer dan de redding van de mensen en hun ommekeer; dit is de sleutel tot alle leer en alle mysteries. Wees een licht in deze wereld, als een levenbrengende kracht voor andere mensen, en als kleine lichtjes rondom Christus, het grote Licht, van Wie u de glans op uw gelaat ontvangt.
Bron : Evzo org
