
De Hemelse Liefde op Aarde.
Heilige Sophrony De Athoniet.

Liefhebben is leven voor en in de geliefde, wiens leven ons leven wordt. Liefde leidt tot eenheid van zijn. Zo is het in de Drie-eenheid: “De Vader heeft de Zoon lief” (Joh. 3,35). Hij leeft in de Zoon en in de Heilige Geest. De Zoon “blijft in de liefde van de Vader” (Joh. 15,10) en in de Heilige Geest. En de Heilige Geest kennen wij als de volmaakte liefde. De Heilige Geest gaat eeuwig uit van de Vader en leeft in Hem en blijft in de Zoon. Deze liefde maakt de som van het Goddelijk Wezen tot één eeuwige daad. Naar het voorbeeld van deze eenheid moet ook de mensheid één mens worden. (“Ik en mijn Vader zijn één” (Johannes 10.30). “Opdat zij allen één zijn, zoals Gij, Vader, in Mij zijt en Ik in U, opdat ook zij één zijn in ons” (Joh.17,21).
Het gebod van Christus is de projectie van de hemelse liefde op het aardse vlak. Gerealiseerd in zijn ware inhoud, maakt het het leven van de mensheid gelijk aan het leven van de Drie-enige God. De dageraad van het begrip van dit mysterie komt met het gebed voor de hele wereld als voor zichzelf. In dit gebed leeft men de consubstantialiteit van het menselijk geslacht. Het is essentieel om van abstracte begrippen over te gaan naar existentiële, dat wil zeggen ontologische categorieën.
Binnen het leven van de Drie-eenheid is elke Hypostase de drager van de gehele volheid van het Goddelijk Wezen, en daarom dynamisch gelijk aan de Drie-eenheid als geheel. De volheid van de god-mens bereiken is dynamisch gelijk worden aan de mensheid in haar geheel. Hierin ligt de ware betekenis van het tweede gebod, dat inderdaad “gelijk is aan het eerste” (Matt22:39).
De integraliteit van de ons gegeven verheffing is onuitputtelijk. Als geschapen wezens zijn wij niet in staat het ongeschapen Eerste Wezen definitief en volledig te kennen, zoals God zichzelf kent. Paulus kijkt echter hoopvol vooruit. “Want nu zien wij door een donker glas… nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen zoals ook ik gekend ben” (1Cor13:12).
Door de Heilige Geest wordt ook de Zoon,
gekend met de Vader.
In de geschiedenis van de christelijke wereld zien we twee theologische tendensen: de ene, die eeuwenlang aanhoudt, wil de openbaringen over de Drie-enige God aanpassen aan onze manier van denken; de andere roept ons op tot bekering, tot een radicale verandering van ons hele wezen door een leven dat in overeenstemming is met het Evangelie. Het eerste is prijzenswaardig, zelfs historisch essentieel, maar als het gescheiden wordt van het leven is het gedoemd te mislukken. ‘Jezus zei … Als iemand mij liefheeft, zal hij zich aan mijn woorden houden; en mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen tot hem komen en bij hem wonen (Joh. 14,23). Dit is onze christelijke weg naar de volmaakte gnosis. Het in ons verblijven van de Vader en de Zoon, en onafscheidelijk daarvan de Heilige Geest, zal ons de ware kennis van God geven.
De heilige Simeon de Nieuwe Theoloog (AD 949-1022) haalt in zijn Hymne 17 de blinden en ongelovigen aan die de leer van de Kerk niet aanvaarden dat de Onzichtbare, Onomkoopbare Schepper op aarde is neergedaald en in Zichzelf de twee naturen (de Goddelijke en de geschapen van de mens) heeft verenigd, en verklaart dat niemand uit eigen ervaring dit heeft gekend of beleefd, of het duidelijk heeft aanschouwd. Maar in andere hymnen herhaalt de heilige Simeon met de grootste overtuiging dat een dergelijke ervaring hem steeds weer gegeven is. Wanneer het onvergankelijke Goddelijke Licht aan de mens wordt gegeven, wordt de mens zelf als het ware licht. De vereniging van de twee – God en mens – wordt tot stand gebracht door de wil van de Schepper en in het bewustzijn van beiden. Als dit niet zou worden erkend, dan zou, zoals de heilige Simeon zegt, de vereniging van de doden zijn en niet van de levenden. En hoe zou het eeuwige Leven ongemerkt in de mens kunnen komen? Hoe zou het mogelijk zijn, vervolgt hij, dat het Goddelijk Licht, als de bliksem in de nacht of een grote zon, in het hart en de geest van de mens schijnt en dat de mens zich niet bewust is van zo’n verheven gebeurtenis? Zich verenigend met Zijn gelijkenis, schenkt God ware kennis van Zichzelf zoals Hij is. Door de Heilige Geest wordt ook de Zoon met de Vader bekend gemaakt. En de mens aanschouwt hen voor zover hij daartoe in staat is.
Voor ons christenen is Jezus Christus de maatstaf van alle dingen, goddelijk en menselijk. “In Hem woont de volheid van de Godheid (Kol2:9) en van de mensheid. Hij is ons meest volmaakte ideaal. In Hem vinden wij het antwoord op al onze problemen, die zonder Hem onoplosbaar zouden zijn. Hij is in waarheid de mystieke as van het universum. Als Christus niet de Zoon van God was, zou de verlossing door de aanneming van de mens door God de Vader totaal onbegrijpelijk zijn. Met Christus stapt de mens vooruit in de goddelijke eeuwigheid.
O Vader, Zoon en Geest;
Drie-enige Godheid, één Wezen in drie Personen;
Licht ongenaakbaar, Mysterie zeer geheim:
Verhef onze geest tot contemplatie van Uw ondoorgrondelijke oordelen…
En vul onze harten met het licht van Uw goddelijke liefde,
Dat wij U mogen dienen in geest en waarheid…
Zelfs tot onze laatste adem.
Wij bidden U, hoor en heb genade. Amen.
Bron : Zijn leven is van mij. Heilige Sophrony De Athoniet. (1977).
Vertaling : Kris Biesbroeck
