24e zondag na Pinksteren
“Een rijke jongeman“

Christus en de rijke jonge heerser. Schilderij van Heinrich Hofmann. Met dank aan C. Harrison Conroy Company.
Lezingen van de zondag
Eerste Lezing
Efesiërs : 2,14-22
Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de scheidsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap, 15de wet der geboden met haar verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit de twee één nieuwe mens te scheppen, 16en die beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood. 17En Hij is gekomen en Hij heeft vrede verkondigd aan u die veraf waart en vrede aan hen die dichtbij waren. 18Want door Hem hebben wij beiden in één Geest de toegang tot de Vader. 19Zo zijt gij dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, 20gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl de sluitsteen Christus Jezus zelf is, 21die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt. In Hem groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. 22In Hem wordt ook gij mee opgebouwd tot een woonstede van God, in de Geest.
Evangelie :
Lucas, 18, 1-27
DE RIJKE JONGEMAN
18Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ 19Jezus antwoordde: ‘Waarom, noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. 20Ge kent de geboden: Gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder.’ 21Hij gaf Hem ten antwoord: ‘Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.’ 22Toen Jezus dit hoorde, zei Hij tot hem: ‘Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen.’ 23Maar toen hij dat hoorde, was hij zeer ontdaan, want hij was heel rijk. 24Toen Jezus dit zag, zei Hij: ‘Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan! 25Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.’ 26De mensen die dit hoorden vroegen: ‘Wie kan dan nog gered worden?’ 27Hij sprak: ‘Wat niet in de macht der mensen ligt, ligt wel in die van God.’

