
Wanneer Hij ons daarom herinnerd heeft aan deze adel, en aan de gave van boven, en aan onze gelijkheid met onze broeders, en aan de naastenliefde; en wanneer Hij ons van de aarde heeft verwijderd en ons in de hemel heeft gefixeerd; laten we eens kijken wat Hij ons gebiedt om hierna te vragen. Niet, in de eerste plaats, zelfs dat gezegde alleen is voldoende om instructie in alle deugdzaamheid te implanteren. Want hij die God Vader heeft geroepen, en een gemeenschappelijke Vader, zou rechtvaardig zijn om zo’n gesprek te tonen, om deze adel niet onwaardig te lijken en om een ijver te tonen die in verhouding staat tot de gave. Maar is Hij hier niet tevreden mee, maar voegt hij er ook nog een bijzin aan toe, die zegt: Geheiligd zij Uw naam.
St. Johannes Chrysostomus, Homilie 19 over Matteüs, 395AD
