Het voornaamste gebod

border744

22e zondag na Pinksteren

Het voornaamste gebod

 

voornaamste-gebod

Lezingen van de zondag :

Galaten 6,11-18

1Zie met hoe grote letters ik u nu eigenhandig schrijf. 12Het zijn lieden die in de wereld een goed figuur willen slaan, die u de besnijdenis trachten op te dringen, alleen maar om niet vervolgd te worden om het kruis van Christus. 13Want die mensen van de besnijdenis onderhouden zelf niet eens de wet, maar ze willen wel dat gij u laat besnijden, om zich daarop te kunnen beroemen. 14Mij moge God ervoor bewaren op iets anders te roemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld. 15Het komt niet aan op besnijdenis of onbesnedenheid maar op de nieuwe schepping. 16Vrede en barmhartigheid kome over allen die naar dit beginsel leven en over het Israël van God! 17Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam. 18Broeders, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

Evangelie :

Lucas 10,25-37

DE BARMHARTIGE SAMARITAAN
25Daar trad een wetgeleerde naar voren om Hem op de proef te stellen. Hij zei: ‘Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ 26Hij sprak tot hem: ‘Wat staat er geschreven in de Wet? Wat leest ge daar?’ 27Hij gaf ten antwoord: ‘Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf.’ 28Jezus zei: ‘Uw antwoord is juist, doe dat en ge zult leven.’ 29Maar omdat hij zijn vraag wilde verantwoorden, sprak hij tot Jezus: ‘En wie is dan mijn naaste?’ 30Nu nam Jezus weer het woord en zei: ‘Eens viel iemand, die op weg was van Jeruzalem naar Jericho, in de handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en toen ze aftrokken, lieten ze hem halfdood liggen. 31Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. 32Zo deed ook een leviet; hij kwam daarlangs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. 33Toen kwam een Samaritaan die op reis was, bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; 34hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem. 35De volgende morgen haalde hij twee denariën tevoorschijn, gaf ze aan de waard en zei: Zorg goed voor hem, en wat ge meer mocht besteden, zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden. 36Wie van deze drie lijkt u de naaste van de man die in handen van de rovers gevallen is?’ 37Hij antwoordde: ‘Die hem barmhartigheid betoond heeft.’ En Jezus sprak: ‘Ga dan en doet gij evenzo.’

il_1588xN.3449745647_nv8k

 

images

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie