
Jezus zei tegen hen:”Amen, ik zeg u dat u die mij gevolgd hebt, in het nieuwe tijdperk, wanneer de Zoon des Mensen op zijn troon van heerlijkheid zit, zelf op twaalf tronen zult zitten en de twaalf stammen van Israël zal oordelen. Matteüs 19:28
Bij het geven van geschenken is het niet het geschenk zelf, dat God prijst en goedkeurt, maar de wil en oprechtheid van de gever. Hij verontschuldigt zich en houdt meer acceptabel, degene die minder gaf maar gaf met meer volmaakte oprechtheid, dan degene die meer gaf, vanuit een vollere winkel maar met minder pure genegenheid. Dus uit wat er geschreven staat over de gaven van de rijken en uit de twee mijten die de weduwe in de schatkist voor de armen stuurde, is het duidelijk dat hetzelfde ook gebeurt met degenen die alles wat ze bezitten achterlaten, voor de liefde van God, om onophoudelijk de Christus van God te volgen. Zij zullen alles doen volgens Zijn woord.
Origenes (c 185-253
