
Matteüs gaf ook een geschreven evangelie onder de Hebreeën uit in hun eigen dialect, terwijl Petrus en Paulus in Rome predikten en het fundament van de Kerk legden. Marcus, de discipel en vertolker van Petrus, gaf ons ook schriftelijk door wat petrus had gepredikt. Lucas, de metgezel van Paulus, heeft ook in een boek het evangelie opgetekend dat door hem werd gepredikt. Daarna publiceerde Johannes, de discipel van de Heer, die ook op zijn borst had geleund, zelf een evangelie tijdens zijn verblijf in Efeze in Azië.” – Tegen ketterijen 3:1:1 (Geschreven 189 na Christus)
St. Irenaeus van Lyon (30-202 AD.)
