
H. Gregorius van Nazianze (330-390)
bisschop en kerkleraar
Homilie 14, over de liefde voor de armen, § 23-25 ; PG 35,887
“Wie betrouwbaar is in het kleine, is ook betrouwbaar in het grote”

Leer inzien waaraan u het bestaan te danken hebt, het ademen, het denken en wat het hoogste goed is, het leren kennen van God, de hoop op het rijk der hemelen, het aanschouwen van de heerlijkheid, nu nog wel als het ware in spiegels en raadsels, maar dan volmaakter en zuiverder (1Kor 12,12).. Zie toch in dat u kind van God bent, mede-erfgenamen van Christus (Rm 8,16-17) en ja, ik durf zelfs te zeggen, God zelf. Vanwaar krijgt u dit alles, en van wie?
jOf, om maar eens het kleine en zichtbare te noemen, wie heeft het u gegeven de schoonheid van de hemel te zien, de loop van de zon, de gestalte van de maan en de menigte sterren? Wie toonde u bij deze hemellichamen de harmonie en de orde…? Wie heeft de regen gegeven, de akkerbouw, het voedsel, de kunsten, de woningen, de wetten, de staatsvormen, het rustige leven en het gevoel van saamhorigheid met uw verwanten? …
Is God het niet die vanwege dit alles en in ruil hiervoor van u naastenliefde vraagt?… Hij schaamt er zich niet voor onze Vader genoemd te worden, ook al is Hij God en Heer. Zullen wij dan zelfs onze broeders afwijzen? Laten wij ons, vrienden, in geen enkel opzicht slechte beheerders betonen van al wat ons gegeven is.
Bron : Evzo.org
