![]()
Heilige BRUNO: ‘Eenzaamheid en Zwijgen”
Leven: Stichter van de Orde van de Karthuizers, naast de heilige Norbertus de enige Duitse Ordestichter(geboren te Keulen1030); Zijn tijdgenoten noemen hem het LICHT van de Kerk, de bloem van de geestelijkheid, de roem van Duitsland en Frankrijk.
Eerst was hij kanunnik te Keulen en te Reims.
De vervolgingen van de simonistische aartsbisschop van Reims, Manasses, brachten bij hem het besluit tot rijpheid, in de eenzaamheid te gaan (1084).
De legende verhaalt van de dood van een beroemde professor, die bij het dodenofficie zich plotseling op de baar oprichtte en zou gezegd hebben: “Tengevolge van het rechtvaardig oordeel van God ben ik – aangeklaagd – geoordeeld – verdoemd”, waardoor Bruno aan de wereld vaarwel zegde.
Hij kreeg van bisschop Hugo van Grenoble een plaats om een nederzetting te stichten, die naar het omliggende gebergte Cartusia, Kartheuze (Chartreuse) heette.
De door Bruno gestichte orde behoorde tot de strengste van de Kerk; als norm voor haar levenswijze dient voor de Kartuizers de regel van Benedictus, maar verscherpt door volledig stilzwijgen, onthouding van het gebruik van vleeswaren (zij gebruiken alleen brood, peulvruchten en water).
Bruno wilde het oude eremieten leven weer hernieuwen.
Deze orde geniet de roem aan de geest van zijn stichter nooit ontrouw te zijn geworden, zodat deze een hervorming nodig zou hebben.
Zes jaar na de stichting van zijn orde, in 1090, werd Bruno door Paus Urbanus II naar Rome ontboden om raadsman van de Paus te zijn.
Slechts met een bezwaard hart schikt hij zich er
Toen echter de Paus voor Keizer Hendrik IV naar Campanië moest vluchten, vond Bruno een wildernis gelijk aan de Chartreuse, waar hij een tweede nederzetting stichtte, die een bloeiend klooster werd.
Hier werd hij in September 1101 door een zware ziekte overvallen.
Hij riep zijn leerlingen bij zich, legde in hun tegenwoordigheid een openbare biecht af, evenals de Apostolisch Geloofsbelijdenis, waarna hij stierf (6 Oktober 1101, 71 jaar oud).
Eenzaamheid en Stilzwijgen:
De heilige BRUNO heeft een Orde gesticht, die zich voortdurend stilzwijgen, voortdurend vasten en voortdurende eenzaamheid oplegt.
Deze doeleinden van de Orde zijn voor ons, in de wereld levende Christenen geen voorwerp van navolging, maar van stichting en bewondering. Verder moeten wij datgene, wat de orde der karthuizers voortdurend doet, nu en dan beoefenen.
Niemand kan de goederen van de wereld op de juiste wijze en met mate genieten, die niet geleerd heeft zich ervan te onthouden.
Onthouding is dus een school voor het juiste genieten.
Niemand kan goed bevelen geven als hij niet geleerd heeft te gehoorzamen, niemand kan met mate spijs en drank genieten, als hij niet geleerd heeft te vasten; niemand kan op de juiste wijze een gemeenschappelijk leven leiden, als hij niet nu en dan in de eenzaamheid kan leven..
Eenzaamheid en Zwijgen zijn de moeder van grote gedachten, heilzame besluiten en gewichtige daden.
Niet in het gewoel van de wereld zijn de heiligen heilig geworden, maar in de eenzame stilte.
Ook de grote uitvindingen van de aardse wereld, de grote werken van kunst en poëzie zijn in de eenzaamheid geboren, des te meer al het grote in het Godsrijk.
En als wij naar het Hoofd Jezus Christus zien, dan vinden wij dat bevestigd: In de stilte en de eenzaamheid van de nacht is Hij geboren, tot zijn dertigste leefde Hij het leven van een stille en eenzame.
Zijn werk als leraar begon Hij met veertig dagen vasten, eenzaamheid en onthouding.
En als het dan echt rumoerig om Hem heen werd, dan trok Hij zich minstens ‘s avonds en ’s morgens terug om met Zijn Vader alleen te zijn, om te zwijgen en te bidden.
Christus wilde niet als zijn Voorloper een man van strenge boete, asceet en kluizenaar zijn.
Hij plaatste Zich zelfs in een bewuste tegenstelling met de Doper: “Johannes at niet en dronk niet – de Mensenzoon eet en drinkt (Matheüs 11,18’]. Jezus leert dus het matig genieten van de aardse goederen, maar hij leert ook, dat wij slechts door ons nu en dan te onthouden tot matig genieten komen.
Lees wat Thomas van Kempen in de Navolging van Christus over de eenzaamheid zegt:
“Zoek gelegen tijd om met u zelf bezig te zijn en denk dikwijls over Gods weldaden na.
Laat varen wat slechts de nieuwsgierigheid prikkelt.
Lees over zulke onderwerpen, die eerder vermorzeling dan tijdverdrijf bezorgen.
Indien gij u ontrekt aan overtollig praten en leeg rondlopen en het opvangen van nieuwtjes en geruchten, dan zult gij voldoende en geschikte tijd vinden om u op de heilzame overweging toe te leggen.
De grootste onder de heiligen ontweken waar zij het konden, het druk verkeer met mensen en kozen liever voor God in het verborgen te leven.
Zeker iemand (Seneca) heeft gezegd: “zo dikwijls ik onder de mensen verkeerd heb, was ik minder goed mens bij de terugkeer”.
Dit ondervinden wij dikwijls, wanneer wij samen lang praten.
’t Is gemakkelijker geheel en al te zwijgen dan in geen woord over de schreef te gaan.
’t Is gemakkelijker thuis zich schuil te houden dan buiten zich voldoende in acht te nemen.
Wie derhalve beoogt tot het inwendige en geestelijk leven te geraken, moet met Jezus de woelige menigte ontwijken.
Niemand treedt veilig te voorschijn dan die gaarne verborgen blijft.
Niemand voert veilig het woord, dan die gaarne blijft zwijgen.
Niemand staat veilig aan het hoofd dan die gaarne ondergeschikt is.
Niemand heeft veilig het bestuur dan die wel heeft leren gehoorzamen.
In stilte en rust maakt de godvruchtige ziel vorderingen.
En leert zij de verborgenheden van de Schrift kennen.
Daar vindt zij stromen van tranen, waarin zij elke nacht zich kan wassen en reinigen om met haar Schepper des te vertrouwelijker te worden, hoe verder zij van het gewoel van de wereld verwijderd blijft.
Wie zich derhalve van bekenden en vrienden terug trekt, tot hem zal God naderen met de heilige Engelen.
Beter is het zich schuil te houden en zijn belangen te behartigen, dan met verwaarlozing van zichzelf wonderen te verrichten”.(Navolging van Christus Boek 1,20)
De door de heilige Bruno gestichte orde – de kartuizers – is een van de strengste in de kerk. Kartuizers volgen de Regel van Sint-Benedictus, maar geven er een zeer strenge interpretatie aan; er is eeuwige stilte en volledige onthouding van vlees (alleen brood, peulvruchten en water worden gebruikt voor voeding). Bruno probeerde de oude eremitische (kluizenaar) manier van leven nieuw leven in te blazen.
Zijn Orde geniet het onderscheid nooit ontrouw te worden aan de geest van haar stichter, nooit een hervorming nodig te hebben.
In grote stilte met de heilige Bruno de kartuizer
HET SLEUTELELEMENT van kartuizerspiritualiteit is EENZAAMHEID, die nodig is voor een totale en absolute toewijding aan God alleen. Zoals zijn naam al aangeeft, wijdt de “monachos” zich slechts aan één doel: God. Hij stelt zich volledig beschikbaar voor God, in een leven van gebed en boetedoening. Hij ziet af van sociale contacten, reizen, kranten, radio en televisie, telefoon, ad lib gesprekken, correspondentie, zelfs spirituele, instrumentale muziek, schrijven en intellectueel werk, zoveel als haalbaar is binnen de grenzen van psychologisch evenwicht en christelijke naastenliefde, dit alles om alleen met God te zijn.
Eenzaamheid impliceert STILTE. Stilte is het andere sleutelelement van kartuizerspiritualiteit. Stilte wordt op geen enkele absolute manier beleefd in het charterhuis. Kartuizers spreken met hun broeders en hun superieuren wanneer dat nodig is, ze spreken wanneer het materiële leven, werk of hun ziel dat vereist. De tekst die volgt legt uit dat de stilte van eenzaamheid in het charterhuis wordt geleefd als een innerlijke vereiste om alleen naar God te kunnen horen en luisteren en om Hem een Woord in onze ziel te laten spreken, een Woord dat alle menselijke verhandelingen overstijgt.
Stilte in de statuten:
Wat een voordelen
Wat een goddelijke jubel
De eenzaamheid en stilte van de woestijn
Houd in petto voor degenen die ervan houden!
(Saint Bruno aan Raoul)

De geloofsbelijdenis van de heilige Bruno,
die hij uitsprak in aanwezigheid
van al zijn verzamelde broeders,
toen hij voelde dat de tijd naderde
om de weg van alle vlees te gaan,
omdat hij ons dringend had verzocht
om getuigen van zijn geloof voor God te zijn:

1.Ik geloof vast in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest: de ongeboren Vader, de eniggeboren Zoon, de Heilige Geest die uit beide voortkomt en ik geloof dat deze drie Personen slechts één God zijn.
2.Ik geloof dat dezelfde Zoon van God werd verwekt door de Heilige Geest in de schoot van de Maagd Maria.
Ik geloof dat de Maagd kuis was voordat ze haar kind baarde, dat ze maagd bleef terwijl ze haar kind baarde en dat ze daarna altijd maagd bleef.
Ik geloof dat dezelfde Zoon van God werd verwekt onder de mensen, een ware Mens zonder zonde.
Ik geloof dat dezelfde Zoon van God gevangen werd genomen door de haat van sommige Joden die niet geloofden, onrechtvaardig werd gebonden, bedekt met speeksel en gegeseld.
Ik geloof dat Hij stierf, werd begraven en in de hel afdaalde om degenen van Hem te bevrijden die daar werden vastgehouden.
Hij is neergedaald voor onze verlossing, Hij is weer opgestaan, Hij is opgevaren naar de hemel en van daaruit zal Hij komen om te oordelen de levenden en de doden.
3. Ik geloof ook in de sacramenten die de Kerk gelooft en in eerbied bewaart en vooral dat, dat op het altaar is ingewijd, het ware vlees en het ware bloed is van onze Heer Jezus Christus, die we ontvangen voor de vergeving van onze zonden en in de hoop op eeuwig heil.Ik geloof in de opstanding van het vlees en eeuwig leven.
4 .Ik erken en geloof dat de heilige en onuitsprekelijke Drie-eenheid, Vader, Zoon en Heilige Geest, slechts één God is, van slechts één substantie, van slechts één natuur, van slechts één majesteit en macht.
Wij belijden dat de Vader noch verwekt noch geschapen is, maar dat Hij verwekt is.
De Vader ontleent Zijn oorsprong aan niemand; uit Hem is de Zoon geboren en de Heilige Geest gaat voort.
Hij is de bron en oorsprong van alle goddelijkheid.
En de Vader, onuitsprekelijk door Zijn eigen natuur, uit Zijn eigen wezen heeft de Zoon onuitsprekelijk verwekt, maar Hij heeft niets verwekt, behalve wat Hij Zelf is: God heeft God verwekt, licht heeft licht verwekt en het is van Hem dat al het Vaderschap in hemel en op aarde verloopt.
Amen.
De heilige Bruno schreef zijn brieven met alle warmte in zijn hart en ze zijn gevuld met indirecte aanwijzingen van wat de Heer hem had gegeven om te zien en te weten. Dit geldt in het bijzonder voor de hartstochtelijke lof van de voordelen van stilte die hij naar Raoul stuurt: “alleen degenen die ze hebben meegemaakt, kunnen het weten”. En meteen laat hij zien hoeveel hij er zelf van weet. De heilige Bruno was een man van stilte. Hij kende het geheim ervan. De kartuizerstatuten bevatten veel verwijzingen naar de schoonheid van stilte en naar de heiligheid ervan in ons leven.
Zwijgen is geen spontane of natuurlijke houding. Het vereist een beslissing en een doel. Om in stilte te komen, moeten we het willen en we moeten weten waarom we het willen. Als we van plan zijn om mannen van stilte te worden, moeten we verantwoordelijkheid nemen voor onze zoektocht.
Dit is wat stilte werkelijk is: de Heer in ons een woord laten uitspreken dat gelijk is aan Zichzelf. Het bereikt ons, we weten niet welke weg het heeft gevolgd, we kunnen zijn eigenschappen niet met enige precisie onderscheiden, het Woord van God zelf komt en resoneert in ons hart.
Daarom kunnen we nooit tevreden zijn met alleen de stilte van de lippen. Het zou “slechts farizeïsch zijn, ware het niet de uiterlijke uitdrukking van die zuiverheid van hart, waaraan alleen het beloofd is God te zien. Om dit te bereiken is grote ontkenning vereist, vooral van de natuurlijke nieuwsgierigheid die mensen voelen over menselijke aangelegenheden. We moeten niet toestaan dat onze geest door de wereld dwaalt op zoek naar nieuws en roddels; integendeel, ons deel is om verborgen te blijven in de beschutting van de tegenwoordigheid van de Heer” (St. 6.4). Het is inderdaad zo gemakkelijk om gewoon in de cel te blijven, terwijl de geest over de hele wereld rondzwerft. Wie heeft dit niet meegemaakt? We zijn nog steeds niet in stilte, zelfs als onze lippen gesloten zijn en onze handen op onze schoot rusten. “Integendeel, ons deel is om verborgen te blijven in de beschutting van de aanwezigheid van de Heer” (St. 6.2) Herinnering vereist niet alleen een strenge controle over onze verbeelding: we moeten al onze tumultueuze en ongedisciplineerde vermogens van kennis en spraak tot rust brengen.
jStilte wordt door God gewrocht, maar het is meer dan dit, zoals we hebben gezegd: het is het Woord van God. Het voorbeeld van Maria aan de voeten van de Heer is een licht voor ons: “laat Martha met haar zuster verdragen, zoals zij in de voetstappen van Christus volgt, in stilte weet dat Hij God is” (St. 3.9) Maria is echt de stilte binnengegaan : voorbij de woorden die Jezus uitspreekt, neemt zij werkelijk waar dat Hij Zelf de Eeuwige Zoon is. Haar inspanningen waren niet tevergeefs: “Zij zuivert haar geest, bidt in het diepst van haar ziel, tracht te horen wat God in haar kan spreken” (St. 3.9).
(Vertaald van: « Le Silence selon les Statuts », Paroles de Chartreux, A.A.V.C., Correrie de la Grande Chartreuse, pp. 73-82)
Toch overleven de kartuizers. Wat valt er nog meer te zeggen over een Orde waarvan de belangrijkste kenmerken stilte en eenzaamheid zijn en die wacht op de wederkomst van onze Heer in gebedsvolle boetedoening? St. Bruno kan trots zijn op zijn prestatie , maar hij zou nooit van trots worden beschuldigd.

