Augustinus (Westerse Kerkvader) : De regel van Augustinus…..

67faf182c8edce371091ab296baa0488 (1)

De Regel van Augustinus (inleiding en tekst.)

INLEIDING :

Augustinus (354-430) is bekend als onrustig zoeker naar waarheid, als bekeerling, als bisschop en als geleerde. Hij is minder bekend als monnik. Toch kan men zijn persoonlijkheid slechts ten volle begrijpen wanneer men voor ogen houdt dat hij na zijn bekering niets anders wilde zijn dan dienaar Gods, wat voor hem “monnik” betekende. Als monnik heeft hij geleefd, ook toen hij priester was en later zelfs als bisschop. Maar er is meer. Hij heeft ook een meer dan gewone invloed uitgeoefend op het christelijke ideaal van het religieuze leven door het schrijven van de oudste, bewaarde kloosterregel van het westen. Daardoor heeft hij een zeer grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van het latere westerse religieuze leven.

Maar in de loop van de eeuwen hebben verschillende kloosterregels de naam van Augustinus gedragen: een Regel voor vrouwen (Regularis informatio), een Regel voor mannen (Praeceptum) en een Reglement voor een klooster (Ordo monasterii). Deze zijn in niet minder dan negen verschillende vormen overgeleverd. Maar de laatste onderzoekingen hebben uitgewezen dat slechts n ervan op Augustinus zelf teruggaat. Vooral Luc Verheijen o.s.a. heeft op dit gebied baanbrekend werk verricht. Na jarenlang onderzoek heeft hij ons een kritische Latijnse tekst van de Regel van Augustinus bezorgd in zijn tweedelig monumentaal werk: La Règle de saint Augustin, Parijs, 1967. Het is op deze tekst dat wij onze Nederlandse vertaling (zowel in vrouwelijke als in mannelijke vorm) gebaseerd hebben.

Historische Situering

Augustinus heeft zijn Regel waarschijnlijk geschreven rond het jaar 397, ongeveer tien jaar nadat hij door Ambrosius te Milaan gedoopt werd. Toen reeds had hij een periode van ervaring met het religieuze leven achter de rug. Zijn eerste stichting vond immers plaats in 388 te Tagaste; vervolgens stichtte hij als priester een klooster voor lekenbroeders te Hippo (391). En toen hij bisschop werd, richtte hij een klooster voor clerici op in zijn bisschopshuis te Hippo (395/6). In dat klooster heeft hij zijn Regel geschreven die duidelijk gericht is aan gemeenschappen van monniken die leken waren en waar n priester aanwezig was voor het sacramentele leven van de groep. Historisch gezien moeten we zeggen dat de Regel van Augustinus nog uit de beginperiode van het religieuze leven stamt; op dit ogenblik is hij immers zestien eeuwen oud. Zoals men weet kan de Egyptische woestijn beschouwd worden als de wieg van de beweging die wij later met de algemene naam “het religieuze leven” aange duid hebben. De oudste “voorschriften” voor monnikengemeenschappen werden in Tabenn si (in het zuidelijke deel van Boven-Egypte) opgesteld door Pachomius (ca. 292 – ca. 346/7). Zijn opvolger Horsiesius (ca. 300 – ca. 388) heeft eveneens een belangrijk monastiek testament nagelaten, namelijk het Boek van onze vader Horsiesius. Vervolgens krijgen we de Grote en Kleine Regels van de bisschop van Caesarea, Basilius (ca. 330-379). Vanaf 370 ongeveer verschijnt de monastieke levensvorm ook in het westen. Dan zal het slechts een goede dertig jaar duren dat de eerste westerse kloosterregel, namelijk die van Augustinus, het licht ziet. Ruim honderd jaar later zal Benedictus van Nursia (ca. 480 – ca. 547) zijn bekende Regel schrijven, daarbij puttend zowel uit de oosterse als uit de westerse traditie.

Invloed

De invloed van de Regel van Augustinus blijkt uit het feit dat er veertien handschriften van v r het jaar 1000 bewaard gebleven zijn, waarvan het oudste dateert uit de zesde eeuw. Die invloed laat zich ook aflezen uit het gebruik dat schrijvers in Galli , Spanje en Itali , in de twee eeuwen volgend op Augustinus’ dood, van de Regel van Augustinus gemaakt hebben. Bij het samenstellen van richtlijnen voor mannelijke of vrouwelijke religieuzen in hun omgeving halen zij bepaalde gedeelten uit de Regel van Augustinus aan. De bekendsten onder hen zijn: Fulgentius van Ruspe (462/8-527/33), Caesarius van Arles (ca. 470-542), Leander van Sevilla (ca. 545-600/1), Isidorus van Sevilla (ca. 560-636), de schrijver van de Regel van de Magister en Benedictus van Nursia.

De Regel van Augustinus werd dus overgeschreven en raakte aldus wijd verspreid. Dit bewijst alleszins dat er mensen waren die leefden van de inspiratie die de Regel bood. Maar we mogen ons dit niet te eenzijdig voorstellen. V r het jaar 1000 werd de Regel van Augustinus altijd samen met andere Regels en monastieke documenten overgeleverd. Zo vloeiden verschillende religieuze stromingen samen in n grote traditie. Deze traditie van de Vaders werd als n geheel aan de toenmalige kloosterlingen als inspiratiebron aangeboden. Slechts tussen de negende en de elfde eeuw verschijnt de Regel van Augustinus als alleen geldende leefregel voor n bepaalde groepering van kloosterlingen. Juist die eeuwen vormen de periode waarin een hervorming van het monastieke leven en van de diocesane clerus werd doorgevoerd. In die hervorming speelde de Regel van Augustinus een belangrijke rol en werd hij door verschillende groepen aangenomen als alleengeldende leefregel.

Karakter van de Regel

De Regel geeft duidelijk de indruk een samenvatting te zijn van mondelinge conferenties die Augustinus voor zijn monniken hield. Hij is een soort beginselverklaring. De idee n zijn er niet uitgewerkt, maar op een erg bondige manier weergegeven. Zij worden als bekend verondersteld. Daarom moet men al vertrouwd zijn met Augustinus’ andere werken om tot de diepere betekenis van de korte zinnen van de Regel door te dringen. De parallelteksten uit de andere werken moeten het geheel van de Regel verhelderen en doorzichtig maken. Voor Augustinus’ volgelingen is de Regel ongetwijfeld een samenvatting geweest om het geheugen op te frissen.

De Regel van Augustinus beslaat weinig bladzijden en heeft vooral de bedoeling enkele gedachten aan te bieden die inspirerend kunnen werken. Deze gedachten steunen vooral op de H. Schrift. In de korte tekst van de Regel zijn minstens vijfendertig verwijzingen naar de Schrift aanwezig, acht naar het Oude Testament en zevenentwintig naar het Nieuwe Testament. De tekst van de Regel is daarom een treffend voorbeeld van bijbelse stijl. Zelfs de meest eenvoudige zinnen zijn doorweven met bijbelse idee n, die de grondinspiratie dragen. In deze verwijzingen naar de H. Schrift treedt ook Augustinus’ eigen visie en spiritualiteit aan het licht, want de bijbelse gedachten waar hij de nadruk op legt, zijn voor hem de dierbare bronnen waaruit hijzelf leefde. Juist deze bijbelse en evangelische grondslag vormt de blijvende structuur van de Regel, die de waarde ervan blijft verzekeren door de wisselende tijden en culturen heen.

De grondidee n van de Regel zijn opgebouwd rond het ideaal van de eerste gemeente van Jeruzalem uit Hand. 4, 31-35. Daardoor komen liefde en gemeenschap centraal te staan: een goed gemeenschapsleven is niets anders dan het in praktijk brengen van de liefde. Het valt onmiddellijk op hoe weinig concrete voorschriften of detailwetten in de Regel gegeven worden. Het gaat nergens om details, maar om de kern van de dingen en het hart van de mens. Vandaar de weg van de verinnerlijking die in de Regel herhaaldelijk toegepast wordt: het uiterlijke alleen is niet genoeg, het uiterlijke moet het symbool worden van het innerlijke. Het uiterlijke mag niet leeg blijven, maar moet bezield zijn. Een ander kenmerk dat hiermee samenhangt, is de nagenoeg totale afwezigheid van nadruk op het “ascetisme”, dat wil zeggen de beoefening van ascese in de materi le zin zoals het zich ontzeggen van eten en drinken of allerhande vormen van zelfkastijding. Het accent verschuift meer naar het leven in gemeenschap als overwinning op de zelfzucht. De Regel vraagt ons alle aandacht te laten uitgaan naar de onderlinge liefderelaties.

Wanneer Pachomius, Basilius en Augustinus het gemeenschapsleven zo sterk benadrukten, dan was dit omdat zij in de gerichtheid op het eigen ik en in het individualisme de grootste hindernis zagen om het evangelie te verwezenlijken. De eerste gemeenschap van Jeruzalem speelt bij hen de rol van een oude droom, die een ideaal wordt voor het heden en voor de toekomst. Men zou de Regel van Augustinus kunnen kenmerken als een oproep tot evangelische gelijkheid van alle mensen. Hij vertolkt de christelijke eis om te komen tot volwaardige broederlijkheid en zusterlijkheid onder allen. Daarin klinkt ook impliciet een protest tegen de ongelijkheid in de maatschappij, die zo zwaar getekend is door hebzucht, hoogmoed en macht. Een kloostergemeenschap zou daarvoor volgens Augustinus een alternatief moeten bieden door de opbouw van een gemeenschap die niet gedragen is door hebzucht, hoogmoed en macht, maar door liefde voor elkaar. En in deze zin biedt de Regel van Augustinus ook een stuk maatschappijkritiek.

Structuur

Het is goed bij het lezen van de Regel de algemene structuur voor ogen te houden. Het eerste hoofdstuk bevat de beginselen en inspiratie die Augustinus voor ogen stonden. Men zou kunnen zeggen dat het alle andere hoofdstukken overkoepelt. De andere hoofdstukken (op de slotaansporing na) zijn alle niets anders dan concrete toepassingen van het fundamentele ideaal op de verwezenlijking van het leven in gemeenschap

Lees verder “Augustinus (Westerse Kerkvader) : De regel van Augustinus…..”

8e zondag na Pinksteren : de Transfiguratie….

6613e9e0c5cce7650df430fdb0a8d451

Feest van de Transfiguratie van onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus

59c9ff_fb3870abb270403e906e0e7b2fac4fe3_mv2 (1)

LEZINGEN VAN HET FEEST

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
jIk zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.

Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’ En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven. Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE :

Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’ Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’ Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang. Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.

Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.

8b7bdd2ce01389fc6528cd38098389f7

badd195d51ec33bf9692f3072bdd4d05

e738e447df9f9a77f9ba6416253049a5

09353e526146cb81a1f721c2f0c24cf8

+De vroegst bestaande vermelding van een Mariaverschijning+……

0bf829a4c4b7316930a7412a2128005f

+Het vroegst bestaande vermelding van een Mariaverschijning+

“Terwijl Gregorius (de Thaumaturg) een slapeloze nacht doorbracht vanwege deze zorgen, verscheen er iemand aan hem in menselijke vorm, oud van uiterlijk, gekleed in kleding die een heilige waardigheid uitstraalde, met een gezicht dat werd gekenmerkt door een gevoel van gratie en deugd.

Gregory werd bang, stond op van zijn bed en vroeg hem wie hij was en waarom hij was gekomen. De andere sprak met een gedempte stem en  kalmeerde Gregorius’ verdriet, en vertelde hem dat hij was verschenen door de Goddelijke Wil, vanwege de vragen die Gregory dubbelzinnig en verwarrend vond, om aan Gregory de waarheid van het vrome geloof te onthullen. Na het horen van deze woorden, herwon Gregory zijn sereniteit en observeerde de man met vreugde en verwondering. De ander hield zijn hand op, alsof hij met zijn wijsvinger naar iets wilde wijzen  dat tegenover hem was verschenen. Gregory, zijn blik afwendend, zag een andere gedaante voor zich. Deze figuur was een vrouw, wier edele aspect  de normale menselijke schoonheid overtrof.   Gregory wendde zijn blik af, het niet aandurvend om met zijn ogen te kijken. Het buitengewone visioen, hoewel het een donkere nacht was, gaf een stralend licht alsof er een lamp was aangestoken.

Hoewel hij het niet kon verdragen om naar de verschijning te kijken, hoorde  Gregorius de woorden van hen die verschenen. Uit hun woorden, verkreeg Gregorius het exacte begrip van de leer van het geloof, alsmede hun namen.
Want hij hoorde de vrouw Johannes de Evangelist aansporen om aan Gregorius het mysterie van het ware geloof uit te leggen. Johannes, op zijn beurt, uitte zijn wens  om de  Moeder van de Heer te behagen, omdat het dit was wat hem het meest na aan het hart lag.

Toen de discussie ten einde was,
verdwenen de twee uit zijn gezichtsveld.”

Leven en Panegyricum (lofrede) van Gregorius de Wonderdoener (213-270 4. D).
Geschreven door St. Gregorius van Nyssa in 380 4. D.

Het is door zichzelf te geven dat liefde leven geeft……

31b43a645c10f896e6539d493ba7f676 (1)

Het is door zichzelf te geven dat liefde leven geeft, de bron van leven wordt. Men heeft niet lief om kinderen te krijgen. Liefde heeft geen rechtvaardiging nodig; het is niet omdat het leven geeft dat liefde goed is: het is omdat het goed is dat het leven geeft. Het vreugdevolle mysterie van Maria’s moederschap staat dus niet tegenover het mysterie van haar maagdelijkheid. Het is hetzelfde  mysterie. Ze is geen moeder “ondanks” haar maagdelijkheid. Ze onthult de volheid van het moederschap omdat haar maagdelijkheid de volheid van
liefde is.

-Alexander Schmemann

.. hoewel Hij de oneindige God is, wordt Hij in Zijn oneindige liefde heel klein……

9ee038e9c1c35e631a9ddd38858f5556

.. hoewel Hij de oneindige God is, wordt Hij in Zijn oneindige liefde heel klein , zodat Hij door Zijn volk kan worden bemind. Hij regeert de wereld van bovenaf, maar dringt niet aan op Zijn koninklijke prerogatieven; Hij beschouwt goddelijke transcendentie niet als iets om naar te grijpen, maar daalt veeleer naar beneden, vernedert Zichzelf en wordt één met Zijn volk.

-Ouderling Aimilianos

Maximos de Belijder : Reinig je geest van boosheid…

7a126963895e67f29cf9dcc2b82fa1e4

Reinig je geest van boosheid, herinnering aan het kwaad en schandelijke gedachten, en dan zul je ontdekken hoe Christus in je woont

St. Maximus de Belijder, Hoofdstukken over liefde, 4.76) Sluiten. 34. Geplaatst door. Oosters-orthodox (Byzantijnse ritus) 3 jaar geleden.

Maximos de Belijder

Thomas Hopke : Het symbool van geloof (deel 10)

3ffbdf3b7614142ab586f90cf6d1b188

Het symbool van geloof (Deel 10)

Incarnatie

En Hij was vleesgeworden van de Heilige Geest en de Maagd Maria en werd mens. . .

50d2260c8cf995199877b37c1b932f10

De goddelijke Zoon van God werd als mens uit de maagd Maria geboren door de kracht van de Heilige Geest (Mt 1; Lc 1). De Kerk leert dat de maagdelijke geboorte de vervulling is van de oudtestamentische profetie (Jes 7,14), en dat het ook de vervulling is van de verlangens van alle mensen naar verlossing die in alle religies en filosofieën in de menselijke geschiedenis worden aangetroffen. Alleen God kan de wereld redden. De mens alleen kan het niet, want het is de mens zelf die gered moet worden. Daarom is volgens de orthodoxe leer de maagdelijke geboorte helemaal niet nodig vanwege een valse verheerlijking van de maagdelijkheid als zodanig of vanwege een zondige afkeer van de normale menselijke seksualiteit. Het is ook niet nodig, zoals sommigen beweren, om “meer gewicht” te geven aan de morele leringen van Jezus. De maagdelijke geboorte wordt gezien als een noodzaak omdat degene die wordt geboren niet slechts een man moet zijn zoals alle anderen die redding nodig hebben. De Redder van de wereld kan niet slechts een van het ras van Adam zijn, geboren uit het vlees, zoals alle anderen. Hij moet “niet van deze wereld” zijn om de wereld te redden.

Jezus is geboren uit de Maagd Maria omdat hij de goddelijke Zoon van God is, de Verlosser van de wereld. Het is de formele leer van de orthodoxe kerk dat Jezus niet ‘slechts een mens’ is zoals alle andere mensen. Hij is inderdaad een echte man, een hele en volmaakt complete man met een menselijke geest, ziel en lichaam. Maar hij is de man die de Zoon en het Woord van God is geworden. Zo belijdt de Kerk formeel dat Maria terecht Theotokos moet heten, wat letterlijk “degene die God baart” betekent. Want wie uit Maria geboren is, is, zoals de Orthodoxe Kerk met Kerstmis zingt: “. . . hij die van alle eeuwigheid God is.”

Vandaag baart de Maagd de Transcendente, en de aarde biedt een grot aan de Onnaderbare! Engelen, met herders, verheerlijk Hem! De wijze mannen reizen met de ster! Want ter wille van ons werd de eeuwige God als een klein kind geboren! (Kontakion van de Geboorte van Christus)

Jezus van Nazareth is God, of beter gezegd, de goddelijke Zoon van God in menselijk vlees. Hij is in alle opzichten een echte man. Hij werd geboren. Hij groeide op in gehoorzaamheid aan zijn ouders. Hij nam toe in wijsheid en gestalte (Lc 2,51-52). Hij had een gezinsleven met “broeders” (Mc 3.31-34), die volgens de orthodoxe leer geen kinderen waren die werden geboren uit Maria die bekend staat als “eeuwig-maagd”, maar neven of nichten of kinderen van Jozef.

Als mens beleefde Jezus alle normale en natuurlijke menselijke ervaringen zoals groei en ontwikkeling, onwetendheid en leren, honger, dorst, vermoeidheid, verdriet, pijn en teleurstelling. Hij kende ook menselijke verleiding, lijden en dood. Hij nam deze dingen op zich „voor ons mensen en voor onze redding”.

Omdat daarom de kinderen deel hebben aan vlees en bloed, nam hij zelf ook deel aan dezelfde natuur, opdat hij door de dood hem zou vernietigen die de macht over de dood heeft, dat wil zeggen de duivel, en iedereen zou verlossen die door angst voor de dood werd gedood. onderworpen aan levenslange slavernij. Want het gaat hem zeker niet om engelen, maar om de nakomelingen van Abraham. Daarom moest hij in elk opzicht op zijn broeders lijken. . . om verzoening te doen voor de zonden van het volk. Want omdat hij zelf heeft geleden en verzocht is, is hij in staat degenen te helpen die verzocht worden (Heb 2,9-18).

Christus is de wereld binnengekomen en is zoals alle mensen geworden in alle dingen behalve in zonde.

Hij beging geen zonde; er werd geen bedrog op zijn lippen gevonden. Toen hij werd beschimpt, schold hij niet terug; toen hij leed, dreigde hij niet; maar hij vertrouwde op hem [God de Vader] die rechtvaardig oordeelt (1 Petr. 2.22; Heb 4.15).

Jezus werd verzocht, maar hij zondigde niet. Hij was in elk opzicht volmaakt, absoluut gehoorzaam aan God de Vader; Zijn woorden spreken, Zijn werken doen en Zijn wil volbrengen. Als mens vervulde Jezus zijn rol als de volmaakte mens, de nieuwe en laatste Adam, perfect. Hij deed alle dingen die de mens nalaat te doen, en was in alles het meest volmaakte menselijke antwoord op het goddelijke initiatief van God tot de schepping. In die zin “recapituleerde” de Zoon van God als mens het leven van Adam, dwz het hele menselijke ras, de mens en zijn wereld terugbrengend naar God de Vader en een nieuw begin van leven mogelijk maken, vrij van de macht van de zonde, de duivel en de dood.

Als de Verlosser-Messias vervulde Christus ook alle profetieën en verwachtingen van het Oude Testament, en vervulde en bekroonde in definitieve en absolute perfectie alles wat in Israël was begonnen voor menselijke en kosmische redding. Zo is Christus de vervulling van de belofte aan Abraham, de voltooiing van de wet van Mozes, de vervulling van de profeten en Zelf de Laatste Profeet, de Koning en de Leraar, de ene Grote Hogepriester van Verlossing en het Volmaakte Offerslachtoffer, het nieuwe Pascha en de schenking van de Heilige Geest aan de hele schepping.
Het is in deze rol als Messias-Koning van Israël en Verlosser van de wereld dat Christus vasthield aan Zijn identiteit met God de Vader en Zichzelf de Weg, de Waarheid en het Leven noemde: de Opstanding en het Leven, het Licht van de Wereld , het Brood des Levens, de Deur naar de Schaapskooi, de Goede Herder, de Hemelse Mensenzoon, de Zoon van God en God Zelf, de IK BEN (Evangelie van de heilige Johannes).

Verdediging van de leer van de menswording

In de orthodoxe kerk is het centrale feit van het christelijk geloof, dat de Zoon van God op aarde is verschenen als een echte man, geboren uit de Maagd Maria om te sterven en weer op te staan ​​om leven te geven aan de wereld, uitgedrukt en verdedigd op veel verschillende manieren. De eerste prediking en de eerste verdediging van het geloof bestond uit het volhouden dat Jezus van Nazareth in waarheid de Messias van Israël is, en dat de Messias Zelf – de Christus – inderdaad waarlijk Heer en God in menselijke vorm is. De eerste christenen, te beginnen met de apostelen, moesten volhouden dat Jezus niet alleen werkelijk de Christus en de Zoon van God is, maar dat Hij waarlijk heeft geleefd en is gestorven en opgestaan ​​uit de dood in het vlees, als een waar mens.

Hieraan ken je de Geest van God: elke geest die belijdt dat Jezus Christus in het vlees is gekomen, is van God, en elke geest die Jezus niet belijdt, is niet van God (1 Joh 4.2).

Want er zijn veel bedriegers de wereld ingegaan, mensen die de komst van Jezus Christus in het vlees niet willen erkennen. . . (2 Joh 7).

In de beginjaren van het christelijk geloof hadden de verdedigers van het geloof – de apologeten en martelaren – als hun centrale getuige en taak de verdediging van de leerstelling dat Jezus, als de Zoon van God in menselijk vlees, op aarde heeft geleefd, heeft stierf, werd opgewekt door de Vader en werd verheerlijkt als de enige Koning en Heer en God van de wereld.

De oecumenische concilies

In de derde en vierde eeuw werden pogingen ondernomen om te leren dat, hoewel Jezus werkelijk de vleesgeworden Zoon en Woord van God is, de Zoon en het Woord Zelf niet volledig en totaal goddelijk zijn, maar een schepsel – zelfs het meest verheven schepsel – maar een schepsel gemaakt door God zoals al het andere dat gemaakt is. Dit was de leer van de Arianen. Tegen deze leer verdedigden de vaders, zoals Athanasius van Alexandrië, Basilius de Grote, zijn broer, Gregorius van Nyssa, en Gregorius de theoloog van Nazianzus de definitie van geloof van het eerste en tweede oecumenische concilie, dat stelde dat de Zoon en het Woord van God – vleesgeworden in menselijke vorm als Jezus van Nazareth, de Messias – Christus van Israël – geen schepsel is, maar werkelijk goddelijk met dezelfde goddelijkheid als God de Vader en de Heilige Geest.

²Tegelijkertijd was het in de vierde eeuw ook noodzakelijk voor de Kerk om de leer van een zekere Appolinarius te verwerpen, die beweerde dat hoewel Jezus inderdaad de vleesgeworden Zoon en het Woord van God was, de incarnatie erin bestond dat het Woord slechts een menselijk lichaam en niet de volheid van de menselijke natuur. Dit was de leerstelling dat Jezus geen echte menselijke ziel, geen menselijk verstand, geen menselijke geest had, maar dat de goddelijke Zoon van God, die eeuwig bestaat bij de Vader en de Geest, slechts in een menselijk lichaam woonde, in menselijk vlees, zoals in een tempel. Het is om deze reden dat elke officiële leerstellige verklaring in de Orthodoxe Kerk, inclusief alle verklaringen van de oecumenische concilies, er altijd op staat dat de Zoon van God mens werd van de Maagd Maria met een rationele ziel en lichaam; met andere woorden, dat de Zoon van God werkelijk mens werd in de volle betekenis van het woord en dat Jezus Christus een werkelijk mens was en is, die alles heeft en is wat ieder mens heeft en is. Dit is niets anders dan de leer van de evangeliën en de nieuwtestamentische geschriften in het algemeen.

Aangezien daarom de kinderen delen in vlees en bloed, nam Hij Zelf ook deel aan dezelfde natuur. . . [wordt] gemaakt als Zijn broeders in elk opzicht. . . (Hebr 2,14–17)

Lees verder “Thomas Hopke : Het symbool van geloof (deel 10)”

Thomas Hopko : Het symbool van het geloof (deel 9)

0c18fd17dce951363c5e1738d11d4107

Het symbool van geloof (Deel 9)

Zoon van God

De eniggeboren Zoon van God. . . 

Jezus is één met God als Zijn eniggeboren Zoon. Dit is de evangelieverkondiging die door de heilige vaders van het Concilie van Nicea als volgt is geformuleerd:
. . . en in één Heer Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, voor alle tijden door de Vader verwekt: Licht van Licht. Ware God van Ware God. Verwekt niet gemaakt. Van één wezen met de Vader. Door wie alle dingen zijn gemaakt. . .
Deze regels spreken over de Zoon van God, ook wel het Woord of de Logos van God genoemd, vóór zijn geboorte in menselijk vlees uit de maagd Maria in Bethlehem.

Er is maar één eeuwige Zoon van God. Hij wordt de Eniggeborene genoemd, wat betekent : de enige geboren uit God de Vader. Verwekt als woord betekent gewoon geboren of voortgebracht.

De Zoon van God is geboren uit de Vader “voor alle eeuwen”; dat wil zeggen, vóór de schepping, vóór het begin van de tijd. De tijd begint in de schepping. God bestaat voor de tijd, in een eeuwig tijdloos bestaan ​​zonder begin of einde.
Eeuwigheid als woord betekent niet eindeloze tijd. Het betekent de toestand van helemaal geen tijd – geen verleden of toekomst, alleen een constant heden.

Voor God is er geen verleden of toekomst. Voor God is alles nu.
In het eeuwige ‘nu’ van God, vóór de schepping van de wereld, baarde God de Vader zijn eniggeboren Zoon in wat alleen een eeuwige, tijdloze, altijd bestaande generatie kan worden genoemd. Dit betekent dat hoewel de Zoon “door de Vader verwekt” is en uit de Vader voortkomt, zijn voortkomen eeuwig is. Er is dus nooit een “tijd” geweest dat er geen Zoon van God was. Dit is specifiek wat de ketter Arius leerde. Het is de leer die formeel is veroordeeld door het eerste oecumenische concilie.

Hoewel geboren uit de Vader en zijn oorsprong in Hem, heeft de eniggeboren Zoon altijd bestaan, of beter gezegd, altijd “bestaat” als ongeschapen, eeuwig en goddelijk. Zo zegt het evangelie van Johannes:
In den beginne was het Woord [de Logos-Zoon], en het Woord was bij God, en het Woord was God (Joh 1.1).

Als de eeuwiggeborene van God en altijd bestaande met de Vader in de “tijdloze generatie”, is de Zoon echt “Licht van Licht, Ware God van Ware God”. Want God is Licht en wat uit Hem geboren wordt, moet Licht zijn. En God is de Ware God, en wat uit Hem geboren is, moet de Ware God zijn.

We weten uit de geschapen orde der dingen dat wat geboren wordt in wezen hetzelfde moet zijn als wat geboorte geeft. Als de een voortkomt uit het wezen van een ander, moet men precies hetzelfde zijn. Hij kan niet wezenlijk anders zijn. Zo baren mensen mensen, en vogels vogels, vissen vissen, bloemen bloemen.

Als God dan in de overvloedige volheid en volmaaktheid van Zijn goddelijke wezen een Zoon baart, moet de Zoon in alle dingen dezelfde zijn als de Vader – behalve natuurlijk in het feit dat hij de Zoon is.

Dus als de Vader goddelijk en eeuwig volmaakt, waar, wijs, goed, liefdevol is, en alle dingen waarvan we weten dat God is: “onuitsprekelijk, onvoorstelbaar, onzichtbaar, altijd bestaand en eeuwig dezelfde” (om deze tekst te citeren van de Liturgie), dan moet de Zoon ook al deze dingen zijn. Te denken dat wat uit God geboren is, minder moet zijn dan God, zegt een heilige van de Kerk, is oneer aan God.

Lees verder “Thomas Hopko : Het symbool van het geloof (deel 9)”

John Mcguckin : Liturgie, voor de orthodoxen, is niet in de eerste plaats een pedagogische ervaring……

43ce1cdc441d47d63c7d1dab19f3ea57

Liturgie, voor de orthodoxen, is niet in de eerste plaats een pedagogische ervaring, of een gemeenschapsdaad van het voldoen aan nieuwe vereisten van de historische missie, het is eerder de onderdompeling in het grote verhaal van schepping en verlossing; een deelname aan de vormende energie die de wereld maakte en redde, en die, in zijn steeds hernieuwde openbaring,  het individu  heroriënteert in de gemeenschap naar de authentieke bronnen van hun wezen.

– John McGuckin (Engels Orthodox priester en Theoloog)

Dostojevsky : Heb elkaar lief, vaders….

05c35b05b5888c6a6524d8e70bf68ca3 (1)

Heb elkaar lief, vaders, leerde de oudste (voor zover Alyosha zich achteraf kon herinneren).

Heb Gods volk lief. Want wij zijn niet heiliger dan degenen in de wereld, omdat wij hier gekomen zijn en ons binnen deze muren hebben opgesloten, maar integendeel, iedereen die hier komt, alleen al door het feit dat hij gekomen is, weet dat hij erger is dan allen die in de wereld zijn, erger dan allen op aarde … En hoe langer een monnik binnen zijn muren leeft, hoe scherper hij zich daarvan bewust moet zijn. Want anders had hij geen reden om hier te komen. … Deze kennis is de kroon op het pad van de monnik en van het pad van ieder mens op aarde. Want monniken zijn niet een ander soort mensen, maar alleen zoals alle mensen op aarde ook zouden moeten zijn.

-Ouderling Zosima van Dostojevski’s “De gebroeders Karamozov”

Efraïm de Syriër : ‎De tijd‎‎ van ‎‎mijn leven‎‎ ‎‎is‎‎ ‎‎verspild aan‎‎ ‎‎zorgen‎‎ ….

5f6aca4b52207266c7f51364f08e9e91 (1)

‎De tijd‎‎ van ‎‎mijn leven‎‎ ‎‎is‎‎ ‎‎verspild aan‎‎ ‎‎zorgen‎‎ ‎‎en beschamende‎‎ ‎‎gedachten‎‎. ‎‎Verleen‎‎ ‎‎mij‎‎, ‎‎o‎‎ ‎‎Heer‎‎, ‎‎een genezing‎‎, ‎‎opdat ik‎‎ ‎‎volledig‎‎ ‎‎genezen zou‎‎ zijn van mijn ‎‎verborgen‎‎ ‎‎zweren‎‎. ‎‎Sterk‎‎ ‎‎mij‎‎, ‎‎opdat ik‎‎ ‎‎ ‎‎ijverig‎‎ ‎‎zou werken in Uw‎‎ ‎‎wijngaard‎‎, ‎‎al was‎‎ ‎‎het maar‎‎ ‎‎voor een‎‎ ‎‎uur‎‎. ‎‎Want‎‎ mijn leven ‎‎in zijn‎‎ ‎‎ijdelheid‎‎ ‎‎heeft‎‎ ‎‎al‎‎ ‎‎zijn‎‎ ‎‎elfde‎‎ ‎‎uur‎‎ ‎‎bereikt‎‎ .

St.Efraïm de Syriër

Maximus Confessor : Een zeker bevel om met hoop uit te zien naar de vergoddelijking van de menselijke natuur…….

b71e671c72c5ac925745c9b11565c7fc

Een zeker bevel om met hoop uit te zien naar de vergoddelijking van de menselijke natuur wordt verschaft door de menswording van God, die de mens tot God maakt in dezelfde mate als God Zelf mens werd… Laten we het beeld worden van de ene hele God, die niets aards draagt in onszelf, zodat we met God kunnen omgaan en goden kunnen worden, en van God ons bestaan ​​als goden kunnen ontvangen. Want het is duidelijk dat Hij Die mens is geworden zonder zonde, de menselijke natuur zal vergoddelijken zonder haar in de Goddelijke Natuur te veranderen , en haar ter wille van Hemzelf in dezelfde mate zal verheffen als Hij Zichzelf ter wille van de mens heeft verlaagd.

Maximus Confessor

Waarom kijken de altaren van orthodoxe kerken naar het oosten?…

border dghs

Waarom kijken de altaren van orthodoxe kerken naar het oosten?

door John Malov

10000000

In de architectonische traditie van de oosters-orthodoxe kerken bevindt het altaargedeelte zich aan de oostzijde van het kerkgebouw. Met het oog hierop bidden parochianen en geestelijken naar het oosten gericht. Volgens de geschriften van de oude christelijke vaders baden gelovigen zelfs buiten de kerk met het gezicht naar het oosten. Binnenlandse iconostasen zijn in dezelfde richting georiënteerd als orthodoxe altaren. Trouwens, zelfs het woord “oriëntatie” zelf komt van het Latijnse oren, vertaald als “oost”.

Waar komt deze traditie vandaan?

St. Basilius de Grote schrijft in zijn essay Over de Heilige Geest dat de traditie van het bidden met het gezicht naar het oosten, evenals de gewoonte om het kruisteken te maken, mondeling door de apostelen aan ons werd doorgegeven. Hoewel het eerste niet wordt geboden in de Bijbel, maakt het deel uit van de oude Heilige Traditie, waarin het oosten (in tegenstelling tot het westen), een symbool is van waarheid, licht en goedheid. De zon, die uit het oosten komt, brengt ons licht. In het oosten werd de Zoon van God geboren – de Zon van Waarheid en het Licht van de wereld. Christus Zelf wordt ‘de dageraad van omhoog’ genoemd (zie Lucas 1:78).

Zelfs de Joden uit het Oude Testament behandelden het Oosten met speciale eerbied. Archeologisch bewijs toont aan dat de meeste gebouwen in het oude Israël zo stonden dat een persoon die ze binnenging naar het oosten gericht zou zijn. De nieuwtestamentische religie, deels gevormd in de joodse omgeving, nam deze traditie over. Tegenwoordig bidden moderne joden gewoonlijk met het gezicht naar Jeruzalem, indien mogelijk naar de plaats waar de tempel van Jeruzalem stond.

Meerdere kerken op het oosten

Zijn alle kerken op het oosten gericht?
Kerkaltaren zijn niet altijd naar het oosten gericht. Zo hebben de rooms-katholieken deze traditie verlaten en er geen bijzondere betekenis aan gehecht. Altaren van katholieke kerken van alle tijden zijn vaak op het westen georiënteerd. In de orthodoxie zijn er ook kerken, waarvan de indeling een uitzondering op de regel is.

Als het altaar van een orthodoxe kerk echter niet naar het oosten is gericht, is dat altijd met een reden. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het gebouw wordt omgebouwd tot kerk en het onmogelijk is om het te herbouwen. Er zijn kerken waarvan de gebouwen vroeger tot andere denominaties behoorden, en het altaar stond in een andere richting.Soms is het in grote steden, met dichte ontwikkelingen, niet altijd mogelijk om een ​​kerk te bouwen volgens de canons. In dergelijke gevallen proberen ze een tussenliggende optie te vinden, door het altaar in het noorden of zuidoosten te plaatsen. Is dit ook niet mogelijk, dan wordt de kerk georiënteerd zoals de architectonische ruimte toelaat. Echter, het oriënteren van het kerkaltaar naar het westen is hoogst ongewenst, omdat het de kerk een deel van haar bijbelse symboliek en een belangrijke esthetische component berooft – het moment tijdens de ochtenddienst wanneer het altaar wordt gevuld met zonlicht.

Conclusie :

Het is niet verplicht om tijdens het gebed naar het oosten te kijken. West en oost zijn slechts symbolen, en naar het oosten gericht tijdens het bidden is slechts een traditie. De heilige Basilius vindt het echter net zo belangrijk als het maken van het kruisteken. Als het voor ons ondenkbaar is om van dit laatste af te zien, waarom is bidden dan niet zo belangrijk in de hoofden van gelovigen? Toch wordt deze traditie erkend en ondersteund door de patristische en vooral apostolische autoriteit. Gedurende het tweede millennium worden orthodoxe kerken gebouwd met hun altaren naar het oosten gericht, en onze nakomelingen zullen nieuwe bouwen volgens dezelfde regels, die sinds onheuglijke tijden in acht worden genomen en doorgegeven.

2cd464739168c03fcc7a2469d17f6fde

Kom Heer Jezus – meditatie

Canto para el pronto Retorno de Cristo:

ESPAÑOL (2x): ¡Ven Señor Jesús, Maranathá!

ENGLISH: Come Lord Jesus, Maranatha!

DEUTSCH: Komm Herr Jesus, Maranatha!

FRANÇAIS: Viens Seigneur Jésus, Maranatha!

ITALIANO: Vieni, Signor Gesù, Maranatá!

CHINESE: 来吧,主耶稣 (Lai ba, zhu Ye su, Maranatha!)

HEBREW: !בּוֹא אָדוֹן יֵשׁוּעַ מרנאתא (Bo Adon Jeshua, Maranatha!)

RUSSIAN: Гряди, Господи (Gryadi Gospodi, Maranatha!)

GREEK: ἔρχου, Κύριε (Erhu Kyrie, Maranatha!) LATIN (4x): Veni Domine, Maranatha!

Theofan de recluse : Het christendom moet eeuwig onveranderlijk blijven….

5b80151d09dcc79362b5c32c801386c1

“Het christendom moet eeuwig onveranderlijk blijven, op geen enkele manier afhankelijk zijn van of geleid worden door de geest van elk tijdperk. In plaats daarvan is het christendom bedoeld om de tijdgeest te besturen en te sturen voor iedereen die zijn leringen gehoorzaamt.

St Theophan de kluizenaar

Clémens van Alexandrië : De mens die mooi wil zijn…..

1dd27e48f27ddef033d6fa34be06f803

“De mens die mooi wil zijn, moet datgene versieren wat het mooiste in de mens is, zijn geest, dat hij elke dag in grotere lieflijkheid zou moeten tentoonspreiden. Hij moet geen haren uitplukken, maar lusten.

Heilige Clemens van Alexandrië, afkomstig uit de Paedagogus, geschreven in het begin van de 3e eeuw na Christus

Heiligenleven : de heilige Charalambos….

Charalambos

Heilige Charalambos de Hieromartelaar
+ 10 februari

Oorsprong
Sint Charalambos, de Hieromartyr en wonderdoener, werd geboren in Magnesia in 90 na Christus. rond en gemarteld tijdens de jaren van de grote vervolgingen van het christendom. Deze Magnesia bevond zich naar alle waarschijnlijkheid in Thessalië. De ruïnes zijn nog steeds bewaard in de buurt van het dorp genaamd “Milies”. Hij had het geluk geboren te zijn uit vrome christelijke ouders die hun geloof in Christus behielden met gevaar voor eigen leven in die moeilijke maar heroïsche tijden van vervolging.

De heilige Charalambos woonde zijn hele leven in Magnesia. Daar was hij als jonge man een lichtend voorbeeld van een verstandig leven. Later werd zijn geloof in Christus vuriger en zijn verlangen om christenen en heidenen te helpen, om gered te worden, groter. Hij kon niet zwijgen toen hij dacht dat er mensen zijn ver van Christus, die niet weten wat hun lot is en waarom ze hier op aarde leven.

Het is een schande, zei hij, het is verschrikkelijk, het is ondenkbaar dat mensen in de waan van afgoderij leven en dan naar de hel gaan.

Hij wijdde zich daarom aan de dienst van Christus. Hij werd priester in 130 na Christus. Vanuit deze positie nu, vanuit dit goddelijke ambt van de priester, ondernam hij de grote strijd, enerzijds om de ogen van de wereld te openen en het gevaar van de afgodische dwaling te zien en anderzijds om ze te heiligen met hun gelovige mysterien en leide hen tot volmaaktheid. In het bijzijn van christenen en heidenen begon hij zijn vurige christelijke preken. Terwijl gedurende zijn lange leven – hij leefde 113 jaar – waren er vele vervolgingen van christenen en hij verlangde naar het martelaarschap, en ontving geen maatregelen, toch overleefde hij, omdat God hem voor later redde. Hij stierf de marteldood in 202 na Christus.

Rust voor de goddeloze heer.

Toen was de keizer in Rome een goddeloze en christelijke strijder, Severus (193-211 n.Chr.). Deze keizer hield ook van brieven en steunde de kunsten en leverde briljante diensten op het gebied van wetgeving. Maar het blijft tot zijn schande dat hij niet alleen het christendom niet kon begrijpen, maar ook de christenen wreed vervolgde. Hij had een verschrikkelijke vervolging tegen de christenen gepredikt. In alle grote steden had hij heidense heersers aangesteld en strikte bevelen gegeven. Iedereen die een christen was, iedereen die afgoden verachtte, iedereen die zijn bevelen niet opvolgde, wachtte hem op met wrede martelingen en een gruwelijke dood.

De heerser in die regio van Magnesia, waar de heilige Charalambos woonde, was toen een gemene en beestachtige man genaamd Lucian. Hij verspreidde dreiging en angst om zich heen. Zodra hij hoorde dat er in een stad of provincie christenen waren en dat ze afgoden verachtten, rende hij er woedend naar toe. Hij verzamelde christenen en zette ze gevangen. Toen begon de marteling. De pleinen, de verzamelplaatsen, de stadions en de straten werden overspoeld met hun zuivere bloed.

Toen de heerser Luciano hoorde van de christelijke activiteit van de priester Charalambos, was hij erg boos. Woedend door zijn kwaad stuurde hij soldaten naar Magnesia om hem te arresteren en voor hem te brengen. Inderdaad, de gezanten van Lucian brachten de oude geestelijke in de boeien voor de heerser. Hij was toen heel oud. Honderddertien (113) jaar oud.
De heerser keek hem met een felle blik aan en vroeg hem dreigend:
— Waarom, ouderling, veracht en gehoorzaamt u de koninklijke bevelen? En waarom spreek je niet tegen onze goden?

— De heilige antwoordde, ik ben gehoorzaam en onderwerp me aan de Koning van de Hemel, mijn Christus. Ik kniel eerbiedig voor Zijn voorschriften, omdat ik weet dat ze doordrenkt zijn met gerechtigheid, met liefde en redding van de ziel. Uw koning beveelt absurde dingen. Hij beveelt je om ongevoelige goden, dode elementen, levenloze afgoden te aanbidden. Het doodt je leven en doodt je ziel. Mijn eigen Koning, Christus, leidt ons naar de verlossing, naar het eeuwige leven. Wie met vurig gebed vraagt ​​en in Zijn kracht gelooft, wordt ook sterk. Door Zijn kracht wordt Hij sterk. Door Zijn kracht verdwijnen ziekten en worden demonen verpletterd…

— Genoeg, ouderling… genoeg! Ik heb geen zin om naar je onzin te luisteren. Uw preek, bewaar hem voor anderen. Ik moet je iets vertellen. En dat is jouw belang. Aanbid de afgoden, want dat is de enige manier om te ontsnappen aan de martelingen die je te wachten staan… Hoor je dat, gek persoon?
De Sint glimlachte en zei tegen hem:

— U dacht ten onrechte dat een priester van Christus bang zou zijn voor de verschrikkingen van lijden en dood. Ik had al lang moeten slapen. En als je me doodt, geef je me waar ik op wacht. Wij christenen gaan lijden en dood immers niet uit de weg, maar we willen en verlangen ernaar. Want we zijn bekend met strijd en oorlogen, en net als dappere soldaten verlangen we niet naar de stille dood van het bed, maar naar de glorieuze dood van de strijd.

— Je bent een oude man en ik heb medelijden met je ouderdom, om je te martelen, zei Luciano.

— Laat me een oude man zijn. Heb helemaal geen medelijden met mij. Maar leer dat in onze eigen strijd alles de ziel is. Ze wordt niet ouder met de jaren. Twijfel je, Genoeg, daarvoor? Proberen. En u zult weten dat uw beulen moe zullen worden en de priester Charalambos, door de genade van Christus, zal hen niet vertellen medelijden met hem te hebben. Immers, zonder ontbering, zonder geduld en zonder lijden, hoe zullen we het Koninkrijk der Hemelen winnen? Deze, mijn heren, het lijden, openen voor ons de deuren van eeuwig geluk. Is er iets beters dan lijden? Deze brengen ons dichter bij onze Christus. Dus waarom het vermijden? Dan gaat het allemaal zo snel voorbij!

Ze sloegen hem!

Na dit stevige antwoord gaf de raad van heren het op. Maar ze brachten alle martelwerktuigen voor hem om hem bang te maken en hem te choqueren. Ze lieten hem één voor één zien. Ze vertelden hem hoe het vlees ermee zal worden gescheurd, hoe de botten worden gebroken en hoe de spijkers eruit komen. De Sint keek hen onverschillig en apathisch aan.

— Dwaas, zegt de prefect, denk helemaal niet. Offer aan onze grote goden. Begrijp je dat?

— Dit, antwoordde hij, zal nooit gebeuren. Ik ben geen dwaas om om mijn vernietiging te vragen. Ik verkoop mijn ziel niet aan Satan. Een heel leven breng ik een offer aan Christus en nu om het aan Satan te offeren? God red ons!
Door deze woorden van hem werden de heersers van de heidenen wild en werden ze beesten. Woede en onmenselijke haat en onbeschrijfelijke slechtheid ontstaken in hun harten. Ze gaven onmiddellijk het bevel om de superverouderde priester levend te villen! De dorsers hadden geen spijt van zijn hoge leeftijd. Ze respecteerden zijn 113 jaar niet!

Ze kleedden hem onmiddellijk uit, gooiden zijn heilige kleding weg en begonnen met de onmenselijke geseling. Ze begonnen bij het hoofd en sneden en scheidden de huid van het vlees. De pijn was verschrikkelijk, ondraaglijk. Maar de Sint knarsetandt. Houdt stevig vast. Hij bidt en zegt:

— God, ik dank U, omdat U mij de grote eer bewees en mij de gewenste kans gaf om op de lijst van de Martelaren te staan. God helpe mij. Geef me geduld om trouw te blijven. Dank u, mijn kinderen, voor het martelen van mijn lichaam. Door wat je doet, geef je mij het geluk van de ziel en de eindeloze vreugde van het Koninkrijk van God.

Maar terwijl de heilige deze dingen zei, bleven allen die hem zagen (de soldaten, de slaven, de folteraars en de heren), sprakeloos. Ze konden niet begrijpen wat het was , te midden van deze grote pijn, die de martelaar zoveel kracht en zoveel geluk schonk. In feite geloofden twee beulen, Porphyrios en Baptos,die hem hadden gevild toen ze het geduld van de martelaar zagen om het Koninkrijk van God te winnen. Ze gooiden de messen en riepen:

— Wij zijn ook christenen! Daarna kusten ze de heilige en vroegen hem hen te vergeven.

De prefect gaf toen bevel en ze onthoofdden hen. Ze accepteerden het graag. Toen zeiden drie vrouwen hardop:

– En wij geloven ook in Christus!

Blij getuigden ook zij van Christus. De kerk viert ze alle 5 op 10 februari samen met de heilige Charalambos.

De hendels gaan open

Zijn hoofd was bekrast door de twee beulen, die getuigden. De anderen, die hen opvolgden, namen de teugels in handen. Dit waren als ijzeren handen met scherpe klauwen. Dus begonnen ze ermee en scheurden ze hun vlees op onmenselijke wijze. Vreselijke marteling. De Sint bleef bidden.

Maar plotseling gebeurde er iets vreemds en wonderbaars: de chiragra’s, hun satanische instrumenten, waarmee ze stroken van het lichaam van de heilige trokken, stopten! Ze konden de huid en het vlees van de heilige niet scheuren! Toen zeiden de kwelgeesten verbaasd:

– Wat gebeurt er; Zou dit Christus zelf kunnen zijn en is hij gekomen om ons te straffen? Zou het kunnen dat de God, die Charalambos gelooft, echt is en daarom de deur opent?

Toen werd een hertog, die deze gesprekken hoorde, heel boos. Hij stond op en vervloekte de soldaten, slaven en folteraars, hij zei tegen hen:

— Je bent verdwaald, je bent verlamd, je bent arbeidsongeschikt, je handen trillen… Nu zal ik hem laten zien… Hij grijpt onmiddellijk zelf de kraanvogels en wilde ze woedend op het oude ascetische lichaam van de Hiëromartelaar losvieren. Maar om het geloof van de heilige te versterken en hem te laten zien dat Hij dicht bij hem is en naar zijn pijn kijkt, heeft God Zijn wonder verricht. De handen van de hertog werden onmiddellijk vanaf de ellebogen afgehakt en met de hendels aan het lichaam van de heilige geplakt! Toen doodsbang viel de hertog, ook in ondraaglijke pijn, op de grond, schreeuwend, huilend en zeggend:

Help mij. Deze is gevaarlijk. Hij hakte mijn handen af. Red mij… Red mij. Help me… Hij is een tovenaar…

Toen naderde de heerser en toen hij de handen van de hertog aan het lichaam van de martelaar zag hangen, werd hij gek van het kwaad en spuugde hij in het gezicht van de heilige. Maar God gaf hem onmiddellijk het wonder. Zijn nek draaide onmiddellijk en hij gooide nu zijn gezicht naar zijn rug! De ellendeling was een zielig en meelijwekkend gezicht.
De mensen van Magnesia, die deze straffen van God zagen, waren bang en smeekten de heilige, zeggende:

— Stop, wij smeken u, heilige, de toorn van de Heer. Vergeld geen kwaad met kwaad. Maar zoals Christus zegt, doe goed aan hen die u haten.

— Zo waar de Heer leeft, mijn God, antwoordde de heilige. Ik verzeker je, ik doe het niet uit boosaardigheid, maar de Heer straft hen, omdat ze slecht en goddeloos zijn. De Heer doet het zelfs omdat Hij wil dat je ze ziet en dat ze een voorbeeld voor je worden. Hij wil dat je Hem gelooft, Hem volgt en je eeuwig leven en het Koninkrijk geeft.

De menigte riep toen met ontroering tot de Heer en zei:

— Laat ons niet omkomen, despoot. Maar vergeef ons in alles wat we U onrecht hebben aangedaan. Toen geloofden velen van hen, die met hun eigen ogen de kracht van God en de wonderen zagen. Maar de hertog smeekte nu de heilige, zeggende:

— Engel van God en hemelse mens, help mij de lijder. Ik heb vreselijke pijn, maar jij draagt ​​ook het gewicht van mijn afgehakte handen. Genees mij alstublieft, zodat ik verlost kan worden van de pijnen en u van de last. Ik beloof u dat als ik genezen ben, ik in uw God zal geloven. De heilige kreeg medelijden met hem en bad als volgt tot de Heer:

— Wij danken u, despoot, omdat u ons altijd beschermt. Zie nu de vernedering van Uw nederige dienaren en bevrijd hen van deze onzichtbare banden, tot eer van Uw Heilige Naam.
Zodra hij deze woorden had gezegd, werd er een stem uit de hemel gehoord die tot hem zei:

– Verheug u, Charalamp, gemaal van de engelen en metgezel van de apostelen. Ik heb uw gebed verhoord en ik geef genezing aan de goddelozen.

Op dat moment werden alle gestraften genezen! De hertog, wiens handen zoals voorheen aan hem werden teruggegeven, geloofde in Christus en werd gedoopt. En de heerser die zijn gezicht naar zijn stoel keerde, stopte de vervolging van de christenen totdat hij de koning vertelde wat er was gebeurd.

De heilige werd vervolgens naar zijn huisje gebracht. Dit huis werd zijn bedevaartsoord. De inwoners van Magnesia en omgeving gingen hem vaak opzoeken. Liggend en uitgeput van wat hij leed, leerde hij hun vanuit zijn bed wat ze moesten doen om gered te worden. Ze beleden hun zonden. Maar veel heidenen geloofden ook en lieten zich dopen.

Daarna, na zijn martelaarschap, verrichtte de heilige vele wonderen en vele genezingen van zieken. De blinden zagen, de lammen liepen, de bezetenen werden bevrijd van demonen en vonden vrede. En vele andere ziekten verdwenen met de wens van de Sint. Zelfs de opstanding van de doden vond plaats met het gebed van de heilige.

Spijkers in zijn rug

Lees verder “Heiligenleven : de heilige Charalambos….”