
H. Basilius (ca 330-379)
monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homilie 31
“Andere graanschuren bouwen”
“Dwaas, deze nacht eist men uw ziel van u op; en wat u verworven hebt, naar wie zal het heengaan?” Het gedrag van de rijke in het evangelie is bespottelijker dan de eeuwige straf rigoureus is. Deze man wordt immers zeer binnenkort van deze wereld weggenomen en met wat voor plannen houdt hij zijn geest bezig? “Ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen.” Ik zou hem graag willen zeggen: “Je doet er goed aan, want ze verdienen het vernietigd te worden, die graanschuren van de onrechtvaardigheid. Vernietig met je eigen handen tot op de uiterste bodem wat je oneerlijk hebt gebouwd. Laat je overschot aan graan vergaan waar niemand ooit mee gesterkt geweest is. Laat elke schuilplaats van je gierigheid verdwijnen, haal de daken weg, haal de muren neer, zet het graan dat schimmelt in de zon, haal de rijkdom uit de gevangenis waarin het gevangen was.”
“Ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen.” Als je die ook eenmaal gevuld hebt, welk besluit zul je dan nemen? Zul je ze afbreken om er nog een keer andere te bouwen? Bestaat er een ergere gekte dan zich eindeloos te kwellen, hardnekkig te bouwen en hardnekkig te vernietigen? Je hebt de woningen van de armen als graanschuren, als je wilt. Vergaar de rijkdom bij God. Wat daar opgeslagen is “zullen de wormen niet eten, zal de roest niet aantasten, zullen de dieven niet stelen” (Mt 6,20).
Bron : Evzo.org
