+De vroegst bestaande vermelding van een Mariaverschijning+……

0bf829a4c4b7316930a7412a2128005f

+Het vroegst bestaande vermelding van een Mariaverschijning+

“Terwijl Gregorius (de Thaumaturg) een slapeloze nacht doorbracht vanwege deze zorgen, verscheen er iemand aan hem in menselijke vorm, oud van uiterlijk, gekleed in kleding die een heilige waardigheid uitstraalde, met een gezicht dat werd gekenmerkt door een gevoel van gratie en deugd.

Gregory werd bang, stond op van zijn bed en vroeg hem wie hij was en waarom hij was gekomen. De andere sprak met een gedempte stem en  kalmeerde Gregorius’ verdriet, en vertelde hem dat hij was verschenen door de Goddelijke Wil, vanwege de vragen die Gregory dubbelzinnig en verwarrend vond, om aan Gregory de waarheid van het vrome geloof te onthullen. Na het horen van deze woorden, herwon Gregory zijn sereniteit en observeerde de man met vreugde en verwondering. De ander hield zijn hand op, alsof hij met zijn wijsvinger naar iets wilde wijzen  dat tegenover hem was verschenen. Gregory, zijn blik afwendend, zag een andere gedaante voor zich. Deze figuur was een vrouw, wier edele aspect  de normale menselijke schoonheid overtrof.   Gregory wendde zijn blik af, het niet aandurvend om met zijn ogen te kijken. Het buitengewone visioen, hoewel het een donkere nacht was, gaf een stralend licht alsof er een lamp was aangestoken.

Hoewel hij het niet kon verdragen om naar de verschijning te kijken, hoorde  Gregorius de woorden van hen die verschenen. Uit hun woorden, verkreeg Gregorius het exacte begrip van de leer van het geloof, alsmede hun namen.
Want hij hoorde de vrouw Johannes de Evangelist aansporen om aan Gregorius het mysterie van het ware geloof uit te leggen. Johannes, op zijn beurt, uitte zijn wens  om de  Moeder van de Heer te behagen, omdat het dit was wat hem het meest na aan het hart lag.

Toen de discussie ten einde was,
verdwenen de twee uit zijn gezichtsveld.”

Leven en Panegyricum (lofrede) van Gregorius de Wonderdoener (213-270 4. D).
Geschreven door St. Gregorius van Nyssa in 380 4. D.

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie