Augustinus van Hippo :Kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden…..

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika)

f118a6db8dc7ef70afd688a4b2d219b4Augustinus van Hippo

Overwegingen over het evangelie van Johannes, nr. 49, 1-2 “Kom haar de hand opleggen, dan zal zij weer levend worden”

“Er komt een uur waarop allen die in het graf liggen de stem van de Mensenzoon zullen horen en eruit zullen komen” (Joh 5,28). (…) Wij zien in het Evangelie drie doden die Christus laat verrijzen en dat is niet zonder reden: de handelingen van de Heer zijn niet alleen daden, maar ze zijn ook tekenen. (…) Wij zijn vol bewondering bij het verhaal van Lazarus (Joh 11); maar als we onze aandacht richten op nog grotere werken van Christus, dan zullen we zien dat elke mens die gelooft zal verrijzen. En als wij serieus nadenken dan begrijpen we dat er afschuwelijker wijzen van doodgaan zijn, en dat elke mens die in zonde valt de dood ondergaat.

Elke mens is bang voor zijn lichamelijke dood; slechts enkelen voor de dood van de ziel. (…) De mens doet alles om te ontsnappen aan de dood, die hij niet kan vermijden, en dezelfde mens die geroepen is om eeuwig te leven, doet niets om de zonde te vermijden. (…) Als we de mensen toch eens zouden kunnen wekken uit hun apathie, en onszelf met hen, om het eeuwige leven met evenveel ijver lief te hebben als dat ze dit vergankelijke leven liefhebben! (…) Als men tegen iemand zegt dat hij de zeeën moet overgaan om de dood te vermijden, aarzelt hij dan? Als men hem zegt om er goed zorg voor te dragen dat hij niet sterft, blijft hij dan met de armen over elkaar zitten? God geeft ons de meest lichte opdrachten om het eeuwige leven te verkrijgen en wij weigeren om te gehoorzamen. (…)

Als onze Heer dan met zijn grote genade en zijn grote barmhartigheid, onze zielen laat verrijzen om ze te redden van de eeuwige dood, dan hebben we reden om in de drie doden, waarvan Hij het lichaam liet verrijzen, het symbool en de voorafbeelding te zien van de verrijzenis van de zielen welke door het geloof wordt verricht.

Bron : Evzo

Ignatius van Antiochië : Als schapen tussen de wolven….

55185b60cc3925df21f70074176a0680

H. Ignatius van Antiochië (?- ca. 110) bisschop en martelaar
Brief aan Polycarpus (69-155, heilige, bisschop en martelaar), 1-3 ; SC

ccdacd4a8e22d584c7792026ce109d12

“Als schapen tussen wolven

Ik roep je op om, door de genade waarmee je bent bekleed, je vurige ijver te verdubbelen en om al je zusters en broeders te roepen, opdat ze gered worden. Rechtvaardig je bisschoppelijke waardigheid door een onophoudelijke waakzaamheid van je lichaam en geest; heb zorg voor de eenheid: niets overstijgt deze. Verdraag met geduld al je zusters en broeders zoals de Heer jou verdragen heeft; steun hen allen met liefde, zoals je overigens al doet. Bid zonder ophouden; vraag om een nog grotere wijsheid; let op en bewaak met alertheid je geest; spreek tegen iedereen in het bijzonder, naar het voorbeeld van God. “Draag de gebreken” (cf Mt 8,17) van allen zoals een volmaakte atleet. Daar waar de moeite groter is, is de winst groter.

Als je slechts van goede leerlingen houdt, heb je geen verdiensten; het zijn vooral de meest aangetaste die je met zachtmoedig moet behandelen. Men smeert niet dezelfde zalf op al de wonden; maak scherpe crisissen rustig met natte kompressen. In alle gevallen, wees “slim als een slang” en altijd “onschuldig als een duif”. Jij bent geest en lichaam, behandel wat onder de zintuigen valt met goedheid, maar bid ook opdat de onzichtbare wereld je geopenbaard zal worden. Zo zul je aan niets gebrek hebben; je zult rijk zijn met alle gaven van de heilige Geest.

Zoals een zeevaarder de winden aanroept en de schipper die belaagd wordt door stormen, een haven zoekt, zo nodigt de tijd je uit om naar God te gaan. Beoefen de soberheid als een atleet van God, en je zult de prijs van het eeuwige en onvergankelijke leven winnen. (…) Een groot atleet overwint ondanks de tegenslagen. Het is vooral om God dat we al deze beproevingen moeten accepteren, opdat Hij ook ons aanvaardt. Verdubbel je ijver, onderzoek deze fase zorgvuldig. Wacht op Degene die voorbij de tijd is, eeuwig en onzichtbaar, maar Die zich om ons heeft laten zien – Degene die onkwetsbaar en niet in staat te lijden, de Passie gekend heeft en met alle lijden heeft ingestemd.

Bron : Evzo.org

 

Hosios_Loukas_(south_west_chapel,_south_side)_-_Ignatios (1)

Fresco van Ignatius van Antiochië in het Monasterie van Ousios Loukas, Boetia, Griekenland

blob (4)

“Dan zal Christus tot ons zeggen: ‘Kom ook gij! Kom jullie dronkaards! Kom je zwakkelingen! Kom je verdorven!’ En hij zal tot ons zeggen: ‘Verachtelijke schepselen, jullie naar het beeld van het beest en jullie die zijn merkteken dragen. Toch kom jij ook!’ En de wijzen en verstandigen zullen zeggen: ‘Heere, waarom verwelkomt U hen? En hij zal zeggen: ‘O wijs en voorzichtig, ik verwelkom hen omdat geen van hen zichzelf ooit waardig heeft geoordeeld. En hij zal zijn armen naar ons uitstrekken, en wij zullen aan zijn voeten vallen en in snikken uitbarsten, en dan zullen wij alles, alles begrijpen! Heer, uw koninkrijk kome!”

Fjodor Dostojevsky

Johannes van Kronstadt : “Het Koninkrijk der Hemelen lijdt aan geweld, en de gewelddadigen nemen het met geweld”……

blob (3)

“Het Koninkrijk der Hemelen lijdt aan geweld, en de gewelddadigen nemen het met geweld” (Matteüs 11:12). Als we er niet dagelijks naar streven om de hartstochten te overwinnen, die tegen ons vechten, en om het Koninkrijk van God in ons hart te verwerven, dan zullen de passies tiranniek, met geweld bezit van ons nemen, onze ziel binnendringen als rovers; onze gehechtheid aan aardse dingen zal evenredig toenemen naarmate ons geloof in hemelse zegeningen en liefde voor God en onze naaste ook zwakker en zwakker zal worden; wij zullen steeds minder rust en vrede van hart genieten. We moeten strijden in de kwestie van de redding van de ziel, die kostbaarder is dan wat dan ook in de wereld; we moeten alles wat aards is als dross, of als een fantoom, een visioen zien , en alles wat hemels is, bovenal de Heer Zelf, als waarheid zelf, eeuwig, zeer gezegend en onveranderlijk.

Heilige Johannes van Kronstadt

Orthodoxe ecologie….

images (2)

Orthodoxe ecologie‎

Boek : Beyond the Shattered Image‎ (Voorbij het verbreizelde beeld)
Boek geschreven door John Chryssavgis
gerecenseerd door ‎‎Vincent Rossi‎‎

Voor de meeste milieuactivisten blijft theologie een laatste redmiddel, als ze er al hun toevlucht toe nemen. Deze generalisatie staat, denk ik, ondanks de nieuwe academische belangstelling voor religie en ecologie. Zelfs als seculiere milieuactivisten nu actief op zoek zijn naar de steun van de theologie, is het niet als de “koningin van de wetenschappen” dat ze zich tot de theologie wenden, maar slechts als een vorm van eco-ethiek ondersteund door de veronderstelde morele steun van “religie” in het algemeen.‎

Voor degenen die oprecht geïnteresseerd zijn in het raakvlak tussen religie en het milieu als eerste verdedigingslinie tegen de verkrachting van de natuur, is een herstelde theologische visie die in staat is om een rampzalig individualistisch en antropocentrisch wereldbeeld te overwinnen en God, de mens en de natuurlijke wereld te re-integreren een vision-quest die elke inspanning waard is. Misschien wel het diepste ecologische denken, het breedste en meest inclusieve bereik van milieuverzoening en de meest verheven en meest complete kosmische visie en spiritualiteit zijn te vinden in de  rijkdommen van de orthodox-christelijke theologische traditie.‎

“Beyond the Shattered Image”,‎‎ geschreven door de Grieks-orthodoxe theoloog, leraar en diaken John Chryssavgis, heeft tot doel de volledige ecologische betekenis van het orthodox-christelijke wereldbeeld in zijn diepste, breedste en hoogste betekenis te presenteren. Het is een eerbetoon aan de volwassenheid en helderheid van het denken van de auteur dat hij in staat is om deze taak te volbrengen in een klein volume van minder dan 200 pagina’s, en om een in wezen oosters-orthodox perspectief te presenteren op zo’n vreedzame en aantrekkelijke manier dat het de hele confessionele raad zou moeten aanspreken.‎

Het hart van een orthodox ecologisch wereldbeeld bestaat volgens Chryssavgis uit de visie, de conceptie en vooral de ervaring van de wereld als sacrament. Om de sacramentaliteit van de wereld op een werkelijk effectieve manier te kennen en te accepteren – dat wil zeggen, op een manier waarop we denken, voelen en handelen ten opzichte van de schepping dat ons transformeert – Dit vereist om te beginnen een conceptueel bewustzijn van de Goddelijke Aanwezigheid in de wereld als wederzijdse transcendentie en immanentie en, zich ontwikkelend op die conceptie, een ervaringsgericht besef van die Aanwezigheid in alle geschapen dingen. Nu God alleen heilig is en de bron van het heilige, wordt een gevoel van Gods aanwezigheid in en betrokkenheid bij de geschapen orde door de gelovige ervaren als een gevoel van het heilige in de schepping. De schepping als zodanig wordt in de orthodoxe traditie niet als heilig beschouwd, maar de schepping als een zeker teken van Gods wil, voorzienigheid en doel is een traditionele leer van de Kerk zo oud als St. Athanasius, zo vrijmoedig als St. Basilius, zo compleet als Chrysostomus en zo kosmisch verenigend als St. Maximus de Belijder. De schepping is een openbaring van het heilige – dat wil zeggen, de aanwezigheid van goddelijke voorzienigheid, rechtvaardigheid en doel – in en door de wereld. Bovendien, als elke levensvorm, inderdaad, elk geschapen object op zijn eigen manier de aanwezigheid en het doel van God onthult, dan is elk geschapen ding ook een symbool – dat wil zeggen, een zichtbare en materiële vorm die niet alleen de onzichtbare en voorbij-de-fysieke dimensies van de werkelijkheid vertegenwoordigt, maar letterlijk opnieuw presenteert. “De hele schepping”, zegt Chryssavgis, “is een tastbaar mysterie, een immense incarnatie van kosmische proporties.”‎

Lees verder “Orthodoxe ecologie….”

Over St. Nektarios : Na zijn rust verspreidde zijn Heilige Lichaam een aangename geur en velen kwamen om zijn Heilige relikwieën te vereren….

23406153_1515541201863921_8235949388402280750_o

Na zijn rust verspreidde zijn Heilige Lichaam een prachtige geur en velen kwamen om zijn Heilige relikwieën te vereren. Hij werd begraven in zijn klooster op de plaats die hij had uitgekozen, onder een boom. Om verschillende redenen werd zijn graf een aantal keren geopend na zijn begrafenis. Gedurende 20 jaar werd zijn lichaam intact gevonden en verspreidde een heerlijke en hemelse geur.

St.Nektarios is bekend door zijn miraculeuze  genezingen en wordt beschouwd al de patroonheilige  van de Kankerpatiënten.

Gods Heilige Nektarios , bid voor ons.

Over Sint Nektarios

Isaak de Syriër : Berisp niemand….

c4e8525334cf0fb92aaa6926dee1eef8 (1)

“Berisp niemand, bekritiseer niemand, zelfs niet degenen die heel slecht leven.” “Spreid uw gewaad uit over hen die in zonde vallen, ieder van hen, en bescherm hen.” “En als je de schuld niet op jezelf kunt nemen en hun straf in hun plaats kunt accepteren, vernietig dan hun karakter niet.”

Isaak de Syriër

Augustinus : Verlichte citaten…

MEER DAN  20 VERLICHTE CITATEN GESCHREVEN DOOR SINT AUGUSTINUS

Img_190530094656780-1

Je kan deze citaten en vele andere altijd terugvinden bij de Categoriën  (Bovenaan deze  blog)

Augustinus van Hippo leefde tussen 13 november 354 en 28 augustus 430, in deze periode bestudeerde en ontwikkelde hij ideeën op het gebied van filosofie en christelijke theologie. Augustinus wordt beschouwd als een van de grootste invloeden op de westerse cultuur. Zijn geschriften hebben de basis gevormd van zoveel van onze tradities en ideeën. Zoals zelfrapportages over ons eigen leven, bekend als het maken van een autobiografie. Een van Augustinus’ baanbrekende werken is getiteld De belijdenissen. Waarin hij vertelt over zijn levensreis en vertelt over zijn accent van de dualistische religie van de manicheeërs naar het christelijk geloof. Dit boek dat 1600 jaar geleden werd geschreven, wordt beschouwd als de eerste autobiografie in westerse stijl.
“The Confessions”(belijdenis) dient niet alleen als leidraad voor de eerste autobiografieën, maar is ook rijk aan filosofische vragen en ideeën. Het wordt vandaag de dag nog steeds veel gelezen door mensen van alle religies, en hoewel het 1600 jaar geleden werd geschreven, resoneert het nog steeds met de tijd. De gebeurtenissen die in zijn boek worden verteld, kunnen gemakkelijk worden gevisualiseerd met onze moderne ogen. 

Augustinus begint niet alleen de autobiografische traditie met De belijdenissen, maar hij helpt ook om een verscheidenheid aan kerkelijke doctrines te belichten. De meest populaire van zijn leerstellige werken zijn over de ideeën van de erfzonde, het vagevuur, de vrije wil, de predestinatie en de theorie van de rechtvaardige oorlog. Zijn werk op deze gebieden heeft nog steeds invloed op hoe we ze begrijpen. Het is veilig om te zeggen dat het niet uitmaakte waar Augustinus over schreef, het is tijdloos geworden.

3-1

“U hebt ons voor uzelf gemaakt, o Heer, en onze harten zijn rusteloos totdat ze in U rusten.” – Heilige Augustinus

2-1

“De wereld is een boek en degenen die niet reizen, lezen slechts een pagina.” – Sint Augustinus

1-1

“Mensen reizen om zich te verwonderen over de hoogte van de bergen, over de enorme golven van de zeeën, over de lange loop van de rivieren, over het uitgestrekte kompas van de oceaan, over de cirkelvormige beweging van de sterren, en toch gaan ze vanzelf voorbij zonder zich af te vragen.” – Saint Augustine

4-1

“God houdt van ieder van ons alsof er maar één van ons is.” – Sint Augustinus

 

5-1

“Zoals liefde in jou groeit, zo groeit schoonheid. Want liefde is de schoonheid van de ziel.” – Heilige Augustinus

6-1

“Het was hoogmoed die engelen in duivels veranderde; het is nederigheid die de mens tot engelen maakt.” – Sint Augustinus

 

7-1

“Verliefd worden op God is de grootste romantiek; om hem het grootste avontuur te zoeken; om hem te vinden, de grootste menselijke prestatie.” – Sint Augustinus

8-1

“Liefde begint met een glimlach, groeit met een kus en eindigt met een traan.” – Sint Augustinus

9-1

“Geduld is de metgezel van wijsheid.” – Sint Augustinus

10-1

“Goed is goed, zelfs als niemand het doet; Fout is verkeerd, zelfs als iedereen het doet.” – Sint Augustinus

11

“Hope heeft twee prachtige dochters; hun namen zijn Woede en Moed. Woede over de manier waarop de dingen zijn, en moed om te zien dat ze niet blijven zoals ze zijn. Sint Augustinus

12

“De maat van liefde is liefhebben zonder maat.” – Sint Augustinus

15

“De waarheid is als een leeuw; je hoeft het niet te verdedigen. Laat het los; het zal zichzelf verdedigen.” – Sint Augustinus

13

“Om het karakter van mensen te ontdekken, hoeven we alleen maar te observeren waar ze van houden.” – Sint Augustinus

14

“De bestraffing van elke ongeordende geest is zijn eigen wanorde.” – Sint Augustinus

16

“In mijn diepste wond zag ik uw heerlijkheid en het verblindde mij.” – Sint Augustinus

15

“De waarheid is als een leeuw; je hoeft het niet te verdedigen. Laat het los; het zal zichzelf verdedigen.” – Sint Augustinus

27

“We waren verstrikt in de wijsheid van de slang; we worden bevrijd door de dwaasheid van God.” – Sint Augustinus

28

“Volledige onthouding is gemakkelijker dan perfecte matiging.” -Sint Augustinus

19

“Omdat je niet voot iedereen goed kunt doen, moet je speciale aandacht besteden aan degenen die door toevalligheden van tijd, of plaats, of omstandigheid, in nauwere verbinding met je worden gebracht.” – Heilige Augustinus

30

“Een onrechtvaardige wet is helemaal geen wet.” – Sint Augustinus

29-1

” Hun schoonheid is de stem waarmee ze God aankondigen, waarmee ze zingen: “Jij bent het die mij mooi heeft gemaakt, niet ikzelf maar jij.” – Heilige Augustinus

24

Ik weet niet wat ik niet weet. Sint Augustinus

26

‎De goede mens, hoewel een slaaf, is vrij; de goddeloze, hoewel hij regeert, is een slaaf, en niet de slaaf van een enkele man, maar – wat erger is – de slaaf van zoveel meesters als hij ondeugden heeft.‎ Sint Augustinus

“Ik zei deze dingen en huilde in het meest bittere berouw van mijn hart, toen ik plotseling de stem hoorde van een jongen of een meisje waarvan ik niet weet welke – afkomstig uit het naburige huis, steeds weer zingend: “Neem op en lees; opnemen en lezen.” Onmiddellijk stopte ik met huilen en begon ik heel serieus na te denken of het gebruikelijk was dat kinderen in een soort spel zo’n lied zongen, maar ik kon me niet herinneren ooit zoiets te hebben gehoord. Dus, de stroom van mijn tranen verdoemend, kwam ik overeind, want ik kon niet anders dan denken dat dit een goddelijk gebod was om de Bijbel te openen en de eerste passage te lezen die ik moest aansteken. Want ik had gehoord hoe Antonius, die per ongeluk in de kerk kwam terwijl het evangelie werd gelezen, de vermaning ontving alsof wat er gelezen werd tot hem gericht was: “Ga heen en verkoop wat u hebt en geef het aan de armen, en u zult een schat in de hemel hebben; en kom en volg Mij” (Matth. 19:21). Door zo’n orakel werd hij onmiddellijk tot u bekeerd. Dus keerde ik snel terug naar de bank waar Alypius zat, want daar had ik het boek van de apostel neergelegd toen ik daar was vertrokken. Ik pakte het op, opende het en las in stilte de paragraaf waarop mijn ogen voor het eerst vielen: “Niet in rellen en dronkenschap, niet in kameraadschap en baldadigheid, niet in strijd en afgunst, maar zet de Heere Jezus Christus aan, en maak geen voorziening voor het vlees om de begeerten daarvan te vervullen” (Rom. 13:13). Ik wilde niet verder lezen en dat hoefde ook niet. Want onmiddellijk, toen de zin eindigde, was er in mijn hart zoiets als het licht van volledige zekerheid en alle somberheid van twijfel verdween.” – Heilige Augustinus

“Hoe zal ik dan reageren op hem die vraagt: “Wat deed God voordat hij hemel en aarde maakte?” Ik geef geen antwoord, zoals een bepaalde naar verluidt schouderophalend heeft gedaan (schouderophalend over de kracht van de vraag). “Hij bereidde de hel voor,” zei hij, “voor degenen die te diep wrikken.” Het is één ding om het antwoord te zien; het is iets anders om de vraagsteller uit te lachen – en voor mezelf beantwoord ik deze dingen niet zo. Ik zou gewilliger hebben geantwoord: “Ik weet niet wat ik niet weet”, dan iemand die een diepe vraag stelde belachelijk te maken – en door dergelijke tactieken lof te krijgen voor een waardeloos antwoord.” – Sint Augustinus

Daarom, hoewel goede en slechte mensen  lijden, moeten we niet veronderstellen dat er geen verschil is tussen de mannen zelf, omdat er geen verschil is in wat ze allebei lijden. Want zelfs in de gelijkenis van het lijden blijft er een onwaarschijnlijkheid in de lijders; en hoewel blootgesteld aan dezelfde angst, zijn deugd en ondeugd niet hetzelfde. Want zoals hetzelfde vuur goud helder doet gloeien, en kaf rookt; en onder dezelfde klepel wordt het stro klein geslagen, terwijl het graan wordt gereinigd; en zoals de droesem niet vermengd is met de olie, hoewel door dezelfde druk uit het vat geperst, zo bewijst hetzelfde geweld van ellende, reinigt, verheldert het goede, maar verdoemt, ruïneert, vernietigt de goddelozen. En zo is het dat in dezelfde ellende de goddelozen God verafschuwen en lasteren, terwijl de goeden bidden en loven. Dus materieel maakt het een verschil, niet welke kwalen er worden geleden, maar wat voor soort mens lijdt ze. Want, aangewakkerd met dezelfde beweging, ademt modder een vreselijke stank uit en zalf verspreidt een geurige geur.” – Sint Augustinus

“De heerschappij van slechte mensen is vooral kwetsend voor zichzelf die regeert, want zij vernietigen hun eigen ziel door grotere vrijheid in goddeloosheid; terwijl degenen die onder hen in dienst worden gesteld, niet worden gekwetst, behalve door hun eigen ongerechtigheid. Want voor de rechtvaardigen is al het kwaad dat hun door onrechtvaardige heersers wordt opgelegd niet de bestraffing van de misdaad, maar de test van de deugd. Daarom is de goede mens, hoewel hij een slaaf is, vrij; maar de slechte mens, zelfs als hij regeert, is een slaaf, en dat niet van één man, maar, wat veel ernstiger is, van zoveel meesters als hij ondeugden heeft; waarvan ondeugden wanneer de goddelijke Schrift behandelt, er staat: “Voor wie een mens overwonnen wordt, tot dezelfde is hij ook de slaaf van de band.” – Heilige Augustinus

40a522c5cd20bf68369eb65259f46c22 (1)

Severius van Antiochië : Hij is uit de hemel neergedaald…..

H. Severius van Antiochie
(ca. 465-538), bisschop
Homilie 86

Saint-Severus-of-Antioch-Icon-Hand-Painted-Byzantine-Orthodox-2-38 (1)

“Hij is uit de hemel neergedaald” (Credo)

Eens daalde een man de weg van Jeruzalem naar Jericho af”, Christus heeft niet gezegd “iemand daalde af”, maar “een man daalde af” want hij staat voor d gehele mensheid. Door zijn fout heeft Adam de mensheid, de verheven, rustige en paradijselijke verblijfplaats die vrij was van lijden, verlaten. Het paradijs wordt met recht Jeruzalem genoemd – de naam betekent “de Vrede van God” -. En zij is afgedaald naar Jericho, een kaal en laagliggend land, waar de hitte verstikkend is. Jericho staat voor het koortsachtige leven van deze wereld, een van God gescheiden leven. (…) Wanneer de mensheid van het goede pad is afgegaan naar dat leven, komt een groep wilde demonen haar aanvallen zoals een bende struikrovers dat doet. Ze ontdoen haar van de kleding van de volmaaktheid, en laten niets over van de zielskracht, noch van de zuiverheid, noch van de gerechtigheid, noch van de behoedzaamheid noch iets dat het goddelijke beeld karakteriseert (Gn 1,26), maar slaan haar neer met de aanhoudende slagen van de verschillende zonden en laten haar vervolgens halfdood liggen.

De wet door Mozes gegeven kwam voorbij, maar het ontbrak hem aan kracht, deze heeft de mensheid niet geleid tot een volledige genezing. De wet heeft degene die uitgleed niet opgericht. (…) Want de wet bood “slachtoffers en gaven”, die zij, die deze cultus uitvoerden, niet volmaakt naar hun geweten uitvoeren, want “het bloed van stieren en bokken was onmachtig om de zonden weg te nemen” (Heb.10,14)

Eindelijk komt er een Samaritaan voorbij. Christus geeft zichzelf expres de naam Samaritaan. Want (…) Hijzelf is gekomen om de wet te vervullen door in zijn werken te laten zien “wie de .naaste is” en wat het is “om van anderen te houden als van zichzelf”.

Bron : Dagelijks Evangelie

Filosofie : ( Ongeloof) en (Geloof)

Vandaag een beetje filosofie

Twee artikels die bij mekaar aansluiten : Ongeloof (Sartre) en geloof (uit de film : de wazige spiegel -Ingmar Bergman)

HET ONGELOOF VAN JEAN- PAUL SARTRE

Frans filosoof
De ongelovige existentialist Jean-Paul-Sartre (1905-1980) rekent in zijn psychologisch toneelstuk ‘huis clos’ (met gesloten deuren,1944) op een theatrale manier met het geloof in de anderen af.
Hij projecteert drie mensen in een hiernamaals, dat eigenlijk het aardse leven voorstelt. Dit hiernamaals speelt zich af in een Second-Empiresalon, waarin men met twee anderen moet leven : er zijn –geen deuren : dus je kan niet naar buiten; geen vensters : je bent geïsoleerd van de buitenwereld; geen spiegels : je kan jezelf maar spiegelen in en door de ogen van de anderen. Net als de andere mensen hebben deze drie hun eigen fouten, die ze willen verbergen. In een situatie met deuren, vensters en spiegels lukt dit doorgaans wel vrij goed; er zijn heel wat ontsnappingsroetes in de werkelijkeheid in gebouwd. In het hiernamaals is ontsnappen onmogelijk : ze vernemen spoedig elkaars geheim : Estelle vermoordde haar kind. Inès is een lesbische vrouw en Garcin is een lafaard.
Voeg daarbij nog de affiniteit tussen twee vrouwen en één man. Liefde in zijn hechtste vorm is immers een tweepersoonsrelatie. Wie zal de afgewezen en jaloerse derde zijn ? Alle ingrediënten voor de driehoeksverhouding zijn aanwezig… Psychologisch wordt het een boeiend spel… Naar het einde van het stuk vloeien climax en anti-climax sterk in elkaar
‘Ze zijn dood. Dit betekent : ze hebben niets anders meer dan hun verleden. Er is geen toekomst meer. Ze bestaan zonder persoonlijk levensontwerp, versteend met het beeld dat de anderen zich van hen hebben gevormd. De dialectiek van die situatie, het versteend zijn voor en door de blik van de andere is de’hel’. L’enfer c’est les autres. (Bauters, Jean Paul-Sartre, ontmoetingen, DDB,1964,pp.48-49)
Estelle:
Luister niet naar haar. Neem mijn mond; ik ben van jou helemaal van jou.
Inès
Nou, waar wacht je op ? Doe wat je gezegd is.
De lafaard Garcin houdt de kindermoordenares Estelle
in zijn armen. Er kan worden gewed. Zal de lafaard
Garcin haar kussen ?
Ik zie jullie; ik alleen ben de menigte, de menigte,Garcin,de menigte, hoor je het ?
Lafaard ! Lafaard ! Lafaard ! Tevergeefs vlucht je voor me, ik laat je niet los ! Wat zoek je op haar lippen ?
Vergetelheid ? Maar ik vergeet je niet.
Mij moet je overtuigen. Kom ! Kom !
Ik wacht op je.
Je ziet, Estelle, hij maakt zich los uit de omarming,
Hij is zo gedwee als een hondje….Je krijgt hem niet !
Garcin :
Wordt het dan nooit nacht ?
Inès :
Nooit.
Garcin :
Zal je me altijd zien ?
Inès :
Altijd
(Garcin: laat Estelle aan haar lot over en doet een paar stappen
door het vertrek, naar het bronzen beeld op de schoorsteenmantel)
Garcin :
Het beeld….(Hij streelt het).
Nu is het ogenblik gekomen. Hier is het bronzen
Beeld, ik kijk ernaar en begrijp dat ik in de hel ben.
Ik zeg jullie dat alles was voorzien.
Zij hadden voorzien, dat ik voor deze schoorsteen
Zou staan, dat ik met mijn hand op dit beeld zou
Drukken, met al die blikken die mij verslinden…
(zich met een ruk omdraaiend)
Ha zijn jullie maar met z’n tweeën.
Het leek me dat er veel meer waren.(Lacht)
Dus dit is nu de hel. Ik zou nooit geloofd hebben …
Herinneren jullie je nog : zwavel, brandstapel,
Braadrooster… Ha ! Wat een grap !
Een braadrooster is niet nodig :De hel dat zijn de
Anderen.

De ongelovige existentialist Jean-Paul-Sartre (1905-1980) rekent in zijn psychologisch toneelstuk ‘huis clos’ (met gesloten deuren,1944) op een theatrale manier met het geloof in de anderen af.

Hij projecteert drie mensen in een hiernamaals, dat eigenlijk het aardse leven voorstelt. Dit hiernamaals speelt zich af in een Second-Empiresalon, waarin men met twee anderen moet leven : er zijn –geen deuren : dus je kan niet naar buiten; geen vensters : je bent geïsoleerd van de buitenwereld; geen spiegels : je kan jezelf maar spiegelen in en door de ogen van de anderen. Net als de andere mensen hebben deze drie hun eigen fouten, die ze willen verbergen. In een situatie met deuren, vensters en spiegels lukt dit doorgaans wel vrij goed; er zijn heel wat ontsnappingsroetes in de werkelijkeheid in gebouwd. In het hiernamaals is ontsnappen onmogelijk : ze vernemen spoedig elkaars geheim : Estelle vermoordde haar kind. Inès is een lesbische vrouw en Garcin is een lafaard.

Voeg daarbij nog de affiniteit tussen twee vrouwen en één man. Liefde in zijn hechtste vorm is immers een tweepersoonsrelatie. Wie zal de afgewezen en jaloerse derde zijn ? Alle ingrediënten voor de driehoeksverhouding zijn aanwezig… Psychologisch wordt het een boeiend spel… Naar het einde van het stuk vloeien climax en anti-climax sterk in elkaar

‘Ze zijn dood. Dit betekent : ze hebben niets anders meer dan hun verleden. Er is geen toekomst meer. Ze bestaan zonder persoonlijk levensontwerp, versteend met het beeld dat de anderen zich van hen hebben gevormd. De dialectiek van die situatie, het versteend zijn voor en door de blik van de andere is de’hel’. L’enfer c’est les autres. (Bauters, Jean Paul-Sartre, ontmoetingen, DDB,1964,pp.48-49)

(J.P.Sartre.De Vliegen e.a., De Bezige Bij, 1966, pp.119-120)

Volgens Sartre kan een mens op twee manieren bestaan : als een subject en als object.

Als subject (‘corps-pour-soi’) is de mens pas echt mens door zich voortdurend te realiseren in en met de wereld : hij denkt aan, hij werkt met… Het menselijk bewustzijn is als het ware een verbindingselement tussen het ik en de wereld. Doordat de mens bewust is, is hij altijd al in de wereld. Zelfs in de droom is de mens aanwezig in de wereld. Een droom is samengesteld uit ‘ervaringsresten’ van de wereld. Het is dank zij het bewustzijn dat de mens vrij is. Hij is in de wereld, maar valt er niet mee samen. Een mens neemt voortdurend afstand : ik ben geen plant, geen dier, geen vrouw (man), geen volwassene….

Door het bewustzijn is de mens vrij, hij is een wezen dat niet vastligt (vandaag is hij anders dan gisteren) en niet vastgelegd kan worden. Zelfs in een gevangenis kan de mens , volgens hem, zijn vrijheid bewaren. Ook ziek zijn zou volgens Sartre een keuze zijn.

Als object (‘corps-en-soi’) : op zijn eentje kan de mens zonder problemen als subject bestaan. Eenmaal tussen andere personen echter zijn er twee mogelijkheden : hij blijft bestaan als subject ofwel wordt hij herleid tot een ding, een object.

Een voorbeeld : een vrouw is in de badkamer, ze voelt zich vrij, niemand ziet haar, ze is naakt en zingt. Plotseling ontdekt ze dat ze begluurd wordt door iemand doorheen het sleutelgat. Op dat moment verliest de vrouw haar
subject-zijn en voelt ze zich als een object, bekenen. Ze voelt zich herleid tot een object. Maar tezelfdertijd gaat ook zij diegene die gluurt objectiveren, tot een object herleiden. Zo verliezen beiden op dat moment hun subject-zijn, en zijn ze voor elkaar tot objecten geworden.

Sartre gelooft niet in de liefde. De sterkste persoonlijkheid zal altijd de ander domineren, in zijn macht gevangen houden, waardoor de ander tot ding of instrument herleid wordt.

Dit –tot-ding herleiden gebeurt bij uitstek op twee manieren : door de blik en het oordeel.

De blik : de ‘pornografische blik’ , de ‘betrappende blik’. Enz…
Het oordeel : Iemand vastspijkeren op zijn anders-zijn, hij is jood, neger,homo enz..

Sartre kan ook niets anders dan God verwerpen. God kan niet bestaan, God mag niet bestaan, als God bestaat is de mens niet vrij, zegt hij.
Een God aanvaarden betekent voor hem, door iemand (een god) tot object worden herleid. Iemand die gelooft moet geboden onderhouden. Als ik dat doe, verlies ik mijn vrijheid en leef ikzelf niet meer, maar laat ik me leven. Opdat een mens vrij zou zijn;, moet hij elke band met een opperwezen verloochenen, om zelf zijn leven in handen te geven.

Deze visie van Sartre spruit voort uit zijn opvoeding. Sartre is opgegroeid in een milieu, waar hij de slechtheid heeft leren kennen. Drugs, alcohol, verraad, overspel enz.. Dit heeft hem getekend. Als je in je leven niets anders dan slechtheid hebt gekend, hoe kun je dan nog een geloof hebben in de goedheid van de mens. En het geloof in de mens is een voorwaarde tot Godsgeloof. Wat hij zegt is waar, het bestaat. Mensen kunnen voor elkaar de hel zijn. We leven in een wereld waar de hel voorturend dichtbij is. Irak, Afrika, maar ook bij ons. Armoede, drugs, depressies, zich aan zijn lot overgelaten voelen. Niemand meer hebben om eens mee te praten, ouderen die vereenzamen in bejaardentehuizen, door iedereen in de steek gelaten, kinderen die mishandeld en misbruikt worden, kinderarbeid,prostitutie enz… Dit is een reële wereld, maar Sartre heeft het mis, wanneer hij stelt dat dit altijd , in elke situatie en voveral zo is. Ook de hemel is een realiteit, we kunnen zeker ook voor de ander een stukje hemel zijn. Liefde bestaat echt. En godsdienst maakt de mens niet noodzakelijk tot een object. Christus is voor een christen juist ‘de meest vrije mens’, en zo zou ook een christen moeten zijn. Geboden en voorschriften zijn niet noodzakelijk een beperking van onze vrijheid, maar zijn juist een garantie om ons vrij te kunnen voelen. Natuurlijk, teveel geboden, teveel inmenging van de kerkelijke overheid (denken we aan de uitspraken van de pausen in morele kwesties) kan als een beperking van onze vrijheid aangevoeld worden. Vandaar dat de orthodoxie niet aan systematisch moraal doet. De mens is een vrij wezen, en hijzelf moet in eer en geweten over zijn handelen oordelen. Alleen tegenover God hebben we verantwoording af te leggen. En we weten dat de mens zwak en zondig is ( maar wat is zonde ? – voor mij is elke daad tegen de liefde voor onze medemens zonde). Met welk recht gaan we over anderen oordelen ? Christus maakt ons vrij, Hij leert ons te beminnen. Dit kan ook voor een ongelovige een realiteit zijn, en voorbeelden hiervan zijn ons bekend. Ook Sartre zou naar het einde van zijn leven toe een kleine copernicaanse zwenking hebben gemaakt. Hij was lid van de communistische partij, maar toen hij zag wat de russen hadden aangericht in Budapest in 1956, was de maat vol. Zoiets kan men mensen niet aandoen. Sartre wordt de spreekbuis van de vervolgden. Dit is een kleine maar belangrijke koerswijziging. Of hij daarmee zijn vroegere ideeën heeft gecorrigeerd blijft te betwijfelen.
°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°
Tot slot wil ik , met een dialoog uit Ingmar Bergman’s film ‘Als in een wazige spiegel’ proberen aan te tonen, dat een andere visie en houding mogelijk is, zelfs in een gebroken wereld.
In die film heeft Bergman het over een gesprek dat Minus heeft met zijn vader David, nadat hij de crisis van godsdienstwaanzin van zijn zus Karin heeft meegemaakt :

Minus :
Toen ik daar in het wrak zat en Karin in mijn
Armen hield, toen brak de werkelijkheid, begrijp
je wat ik bedoel ?
David :
Dat begrijp ik wel.
Minus :
De werkelijkheid brak en ik rolde eruit.
Dat is net als in een droom, maar het is echt.
Alles kan gebeuren – alles, vader !
David :
Ja, dat weet ik wel.
Minus :
Dat maakt mij zo bang dat ik ’t wel kan schreeuen.
David :
Kom eens hier ! (hij raakt Minus’hand aan en ze
lopen zo samen op het strand…zwijgend…..
Dan slaat David zijn arm om de schouder van
Minus)
Minus :
Ik kan met dit nieuwe niet leven, vader.
David :
Jawel, dat kun je wel.
Maar je moet iets hebben om je aan vast te houden.
Minus :
Wat zou dat moeten zijn. Een God ?
Een God in de gedaante van een spin, zoals de god
van Karin ?
Of een onzichtbare heerser, ergens in het donker ?
Nee, dat kan niet.
Stilte
Minus :
Nee, vader. Dat kan niet. God bestaat niet in mijn
wereld.
Stilte (ze lopen langs het water)
Minus :
Geef mij een bewijs dat God bestaat.
Stilte
Minus :
Dat kun je niet.
David :
Dat kan wel
Maar nu moet je goed luisteren naar wat ik zeg,
Minus.
Minus :
Dat moet ik wel vader.
David :
Er staat geschreven : God is Liefde.
Minus :
Voor mij zijn dat alleen maar holle woorden.
David :
Wacht nu eens even, je moet mij niet in de rede
vallen.
(Ze zijn bij een laag, zanderig uitsteeksel gekomen
dat bijna onmerkbaar afhelt naar het water. Het
lijkt alsof ze midden in al het wit van de zee staan,
met al het wit van de zomerhemel boven hun
hoofden, alsof ze opgesloten zijn in een stolp van
melkkleurig glas. Oneindig kleine wezens in al dit
wazige stille wit).
David :
Ik wil je alleen maar een vaag idee geven van wat
ik zelf verwacht.
Minus :
En dat is Gods Liefde ?
David :
Het is de wetenschap dat liefde in de wereld van de
mensen bestaat als iets reëels.
Minus :
En het is natuurlijk een bijzondere soort liefde die
bedoeld wordt.
David :
Alle soorten liefde, Minus.
De hoogste en de laagste, de armste en de rijkste,
de belachlijkste en de schoonste.De waanzinnige
of de cynische. Alle soorten liefde.
Minus :
(zacht) Verlangen naar liefde.
David :
Verlangen en verloochening. Achterdocht en
vertrouwen.
Minus :
Dus de liefde zou het bewijs zijn ?
David :
We kunnen niet weten of de liefde Gods bestaan
Bewijst, of dat de liefde God zelf is.
Maar het doet er ook niet zoveel toe.
Minus :
Voor jou zijn liefde en God hetzelfde ?
David :
Die gedachte helpt mij in mijn leegheid en in
mijn smerige wanhoop.
(zwijgt)
Minus :
Zeg nog wat vader !
David :
Plotseling verandert leegheid in rijkdom
en wanhoop in leven.
Het is net alsof je gratie krijgt, Minus.
alsof je gratie krijgt nadat je tot de doodstraf
veroordeeld bent.
Minus :
Dat klinkt allemaal vreselijk onwerkelijk, vader.
Maar ik geloof wel dat je meent wat je zegt.
Ik beef over mijn lichaam.Vader.
David :
Ja.
Minus :
Als het zo is als jij zegt,
dan zou Karin omgeven zijn door God, omdat
wij van haar houden ?
David :Ja.
Minus :
Kan dat haar helpen ?
David :
Dat geloof ik zeker…..

Ingmar Bergman, Filmtrilogie, Bruna, Utrecht, 1965, pp.74-75)

Kris Biesbroeck – 1969 Leuven – studie filosofie

Ambrosius van Milaan : Het onze Vader….

55e721c1e19eace8f8a4c2154ac89423

Het Onze Vader becommentarieerd door de heilige Ambrosius van Milaan‎

30445353_p

Heilige Ambrosius van Milaan

Deze beroemde heilige had zo’n grote persoonlijkheid dat hij gouverneur van de provincie Milaan werd. Dan ontdekt hij Jezus Christus. Hij was nog maar catechumen toen hij, op doorreis door zijn stad, bij acclamatie van het volk tot bisschop werd gekozen. Hij werd toen onmiddellijk gedoopt, tot priester gewijd, in korte tijd tot bisschop gewijd. De heilige Ambrosius is een echte bisschop, die zich bezighoudt met de rechtschapenheid van het geloof en de sociale vrede. Zijn relaties met opeenvolgende keizers (die soms katholieken, soms Ariaanse ketters bevoordeelden) waren turbulent. In 390 slachtte keizer Theodosius een heel deel van de bevolking van Thessaloniki af om de rellen te stoppen. Om deze reden weigerde de heilige Ambrosius hem de toegang tot zijn kerk in Milaan en eiste dat hij zich eerst zou onderwerpen aan de openbare boetedoening van de kerk. De keizer onderwierp, gehoorzaamde en na maanden van boetedoening communiceerde Theodosius niet langer in het heiligdom met de priesters (volgens het keizerlijke voorrecht), maar te midden van de leken. Augustinus heeft deels te danken aan de heilige Ambrosius zijn bekering, want hij bekeek zijn preken in het geheim, luisterde naar zijn gedachten, bewonderde de woorden van deze grote redenaar. De heilige Ambrosius had een grote zorg voor mooie liturgieën. Hij introduceerde in de Latijnse Kerk de Griekse gewoonte om hymnen te zingen die tegelijkertijd gebeden, dankzeggingen en samenvattingen van dogma’s waren. Hij componeerde er verschillende die we vandaag de dag nog steeds zingen ” Aeternae rerum conditor ” – ” God schepper van alle dingen “. Beschermheer van imkers, hij wordt soms afgebeeld met een gevlochten strokorf.

Een portret van St. Ambrosius van Milaan

Degene die wordt beschouwd als een van de grootste kerkvaders (339-397) werd door Origenes ingewijd in bijbelstudies. “Hij vertaalde in de Latijnse culturele context de meditaties van de Schrift, inaugureerde in het Westen de Lectio Divina, die zijn prediking en zijn werk inspireerde, allemaal gericht op het luisteren” naar het goddelijke Woord. Hij onderwees catechumenen eerst “de kunst van het goed leven om goed voorbereid te zijn op de grote christelijke mysteriën”. Zijn prediking begint “met het lezen van de Heilige Boeken om te leven in overeenstemming met Openbaring”. “Het is duidelijk”, zei de Heilige Vader, “dat het persoonlijke getuigenis van de prediker en zijn voorbeeld voor de gemeenschap bepalend zijn voor de effectiviteit van zijn aanpak. Daarom zijn de manier van leven en de realiteit van het woord geleefd beslissend”. Het getuigenis van Augustinus, wiens bekering de vrucht was van de “prachtige homilieën” van Ambrosius die in Milaan werden gehoord, maar ook “van het getuigenis dat hij gaf en dat van de Milanese Kerk, die één was in bidden en zingen met één stem”. De bisschop van Hippo vertelt ook over zijn verbazing toen hij Ambrosius mentaal de Schriften privé zag lezen, “terwijl ze in die tijd hardop moesten worden gelezen om hun begrip te vergemakkelijken”. In deze manier van lezen “waar het hart ernaar streeft het Woord van God te begrijpen, ziet men een glimp van de catechetische methode van de heilige Ambrosius. Volledig geassimileerd, suggereert de Schrift de inhoud die moet worden verspreid voor het behoud van harten … In feite is catechese onlosmakelijk verbonden met het getuigenis van het leven”. “Wie onderwijs geeft in het geloof, kan niet het risico lopen een acteur te lijken die een rol speelt.” De prediker moet ,,het voorbeeld van Johannes volgend, zijn hoofd op het hart van zijn meester laten rusten en zijn manier van denken, spreken en handelen aannemen’. Ambrosius van Milaan stierf in de nacht van Goede Vrijdag met zijn armen over elkaar, “wat in deze houding zijn mystieke deelname aan de dood en opstanding van de Heer tot uitdrukking bracht. Dit was zijn ultieme catechese.” Zonder woorden en in de stilte van gebaren bleef hij getuigen.

Het Onze vader in de hemel

Wat betekent in de hemel? Luister naar de Schrift die zegt: “De Heer is verheven boven alle hemelen”, (Psalm 112,4), en je vindt overal dat de Heer boven de hemel der hemelen is, alsof de engelen niet ook in de hemel waren , alsof de heerschappijen niet ook in de hemel waren. Maar in de hemelen waarvan wordt gezegd: “De hemelen verkondigen de heerlijkheid van God”, (Psalm 18,2). De hemel is waar schuld ophoudt, de hemel is waar misdaden worden bestraft, de hemel is waar geen doodswond is. “Onze Vader, die in de hemel zijt, laat uw naam geheiligd worden.” Wat betekent “geheiligd worden”? Alsof we wilden dat hij geheiligd zou worden die zei: “Wees heilig, want ik ben heilig”, (Leviticus 19,2), alsof ons woord zijn heiligheid zou kunnen vergroten. Nee, maar moge hij in ons geheiligd worden,

Onze Vader die in de hemel zijt, geheiligd zij uw naam, uw koninkrijk komt

Alsof het koninkrijk van God niet eeuwig is. Jezus zegt: “Daar ben ik geboren”, (Johannes 18,37), en u zegt: “Uw koninkrijk kome”, alsof het niet gekomen was. Maar het koninkrijk van God kwam toen je genade kreeg. Want hij zegt zelf: “Het koninkrijk van God is in u” (Lukas 17,21).

Geef ons vandaag ons dagelijks brood.

Ik herinner me wat ik je vertelde toen ik de sacramenten uitlegde. Ik heb u gezegd, dat hetgeen geofferd wordt, vóór de woorden van Christus brood genoemd wordt; zodra de woorden van Christus gesproken zijn, wordt het niet langer brood genoemd, maar een lichaam. Waarom zegt hij in het gebed dat onmiddellijk volgt “ons brood”? Hij zegt brood, “epiousios” (in het Grieks), dat wil zeggen substantieel. Het is niet dit brood dat in het lichaam gaat, maar dit is het brood van eeuwig leven dat de substantie van onze ziel troost. Daarom noemt het Grieks het “epiousios”. Het Latijn noemde “dagelijks brood” dat de Grieken “van morgen” noemen, omdat de Grieken morgen “ten epiousian hemeran” noemen. Dus wat het Latijn zegt en wat het Grieks zegt lijkt even bruikbaar. Het Grieks drukte beide betekenissen uit in één woord, het Latijn zei dagelijks. Als dit brood dagelijks is, waarom zou je dan een jaar wachten om het te ontvangen, zoals de Grieken in het Oosten plegen te doen? Ontvang elke dag wat jou elke dag ten goede moet komen. Leef op zo’n manier dat je het verdient om het elke dag te ontvangen. Wie het niet verdient om het elke dag te ontvangen, verdient het niet om het na een jaar te ontvangen. Zo bracht de heilige Job elke dag een offer voor zijn zonen, opdat zij niet zouden zondigen in hun hart of in hun woorden (Job 1:5). Hoort gij dan, dat iedere offerande de dood des Heren, de opstanding des Heren, de hemelvaart des Heren en de vergeving der zonden voorstelt, en ontvangt gij niet iedere dag het brood des levens? Hij die een wond heeft zoekt een remedie. Het is een wond voor ons onderworpen te zijn aan de zonde: de hemelse remedie is het eerbiedwaardige sacrament. “Geef ons heden ons dagelijks brood.” Als je het elke dag ontvangt, is elke dag voor jou vandaag. Als Christus vandaag de jouwe is, staat hij vandaag voor je op. Hoe? “U bent mijn Zoon, vandaag heb ik u verwekt,” (Psalm 2:7) Vandaag is de dag dat Christus opstaat. “Hij was gisteren en is heden” (Hebreeën 13:8), zegt de apostel Paulus. Maar elders zegt hij: “De nacht is voorbij, de dag is hier”, (Romeinen 13:12). De nacht van gisteren is voorbij, vandaag is de dag.

En vergeef on onze schulden zoals wij ze vergeven aan onze schuldenaren

Wat is schuld, is het zonde? Als je geen geld van een buitenlandse geldschieter had geaccepteerd, zou je je niet schamen, en daarom word je gecrediteerd met zonde. Je bezat het geld waarmee je rijk geboren zou worden. Je was rijk, maakte het beeld en de gelijkenis van God (Genesis 1,26-27). Je hebt verloren wat je bezat, dat wil zeggen nederigheid, wanneer je wraak verlangt voor arrogantie, je hebt je geld verloren, je hebt jezelf naakt gemaakt zoals Adam, je hebt van de duivel een schuld aanvaard die niet nodig was. En , gij die vrij waart in Christus, maakte uzelf tot schuldenaar van de duivel. De vijand hield uw garantie, maar de Heer kruisigde haar en wiste haar uit met zijn bloed (Kolossenzen 2,14-15). Hij heeft je schuld afgeschreven, hij heeft je je vrijheid teruggegeven. Het is dan ook niet voor niets dat hij zegt: “En vergeef ons onze schulden zoals wij ze aan onze schuldenaren vergeven”. Wees voorzichtig met wat je zegt: “Geef mij zoals ik hen geef.” Als je het overdraagt, maak je een rechtvaardige afspraak om aan jou te overhandigen. Als je niet uitlevert, hoe verplicht je hem dan om te herstellen?

En laat ons geen verleiding opwekken, maar ons verlossen van de vijand

Let op wat hij zegt: “En laat ons geen verleiding opwekken die we niet kunnen weerstaan.” Hij zegt niet: “Breng ons niet in verzoeking” maar als een atleet wil hij een beproeving zodanig dat de mensheid het kan verdragen en dat iedereen verlost is van het kwaad, dat wil zeggen van de vijand, van de zonde. Maar de Heer, die uw zonden heeft weggenomen en uw fouten heeft vergeven, is in staat u te beschermen tegen de trucs van de duivel die u bestrijdt, zodat de vijand, die gewoonlijk de fout verwekt, u niet verbaast. Maar wie God in vertrouwen neemt, is niet bang voor de duivel. Want als God voor ons is, wie zal er dan tegen ons zijn? Het is daarom aan hem dat lof en heerlijkheid voor eeuwig is, nu en voor altijd en in de eeuwen der eeuwen . Amen.

Bron :http://imagessaintes.canalblog.com/

Vertaling uit het Frans ; Kris Biesbroeck  © 2022- Juli

5e zondag na Pinksteren : de Uitdrijving van duivels….

border66 (1)

5e zondag na Pinksteren

“De uitdrijving van duivels”

varkens (1)

LEZINGEN :

Romeinen, 10,1-10

U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan 32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken.

Hoofdstuk 10 [1] Broeders en zusters, het is mijn vurige wens en ik bid tot God dat zij gered worden. [2] Ik getuig dat zij godsdienstige ijver hebben, maar het is ijver zonder inzicht. [3] Met hun miskenning van Gods gerechtigheid* en hun pogen een eigen gerechtigheid op te richten, hebben zij zich niet aan de gerechtigheid van God onderworpen. [4] Want Christus is het doel van de wet tot gerechtigheid voor ieder die gelooft. De gerechtigheid uit het geloof [5] Zeker, over de gerechtigheid door de wet schrijft Mozes: De mens die haar volbrengt*, vindt door haar het leven. [6] Maar* de gerechtigheid uit het geloof spreekt aldus: Zeg niet bij uzelf: Wie zal opstijgen naar de hemel? Dat is: Christus laten afdalen. [7] Of: Wie zal neerdalen in de onderwereld? Dat is: Christus uit het dodenrijk laten opstijgen. [8] Nee, zegt de Schrift, het woord is dicht bij u, in uw mond en in uw hart, het woord namelijk van het geloof, dat wij verkondigen. [9] Want* als uw mond belijdt dat Jezus de Heer is, en uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u gered worden. [10] Het geloof van uw hart brengt de gerechtigheid en de belijdenis van uw mond brengt de redding.

Evangelie :

Mattheüs 8,28;9-1

Genezing van twee bezetenen [28] Toen Hij aan de overkant kwam, in het land van de Gadarenen, kwamen Hem vanaf de rotsgraven twee bezetenen tegemoet. Ze waren zeer gevaarlijk, zodat niemand over die weg durfde te gaan. [29] Ze brulden: ‘Wat wilt U van ons, Zoon van God? Bent U ons hier voortijdig komen kwellen?’ [30] Een eind verderop weidde een grote troep varkens. [31] De demonen smeekten Hem: ‘Als U ons uitdrijft, stuur ons dan naar die troep varkens.’ [32] Hij zei tegen hen: ‘Ga maar.’ Ze kwamen eruit en gingen de varkens in. Heel de troep stoof de helling af het meer in, en ze kwamen om in het water. [33] De varkenshoeders gingen ervandoor. Ze gingen naar de stad en vertelden alles, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. [34] Nu ging heel de stad Jezus tegemoet, en toen ze Hem zagen, vroegen ze Hem om uit hun gebied te vertrekken. Weer in Kafarnaüm [1] Hij stak per boot over en kwam in zijn stad.

bezeten-varkens (1)

Sint Sophrony van Essex : Moderne mensen hebben hun leven niet zo kunnen inrichten dat ze genoeg vrije tijd hebben voor gebed…….

04ca1f1a99efee7e2432121ed96c129d

Moderne mensen hebben hun leven niet zo kunnen inrichten dat ze genoeg vrije tijd hebben voor gebed en de geestelijke contemplatie van God. Deze passie wordt afgoderij genoemd door St. Paulus en de “dochter van ongeloof” door St. Johannes de Heler. 

St. Sophrony van Essex

“Wees niet moedeloos als je tegen de onstoffelijke vijand vecht……

ad077f5193b48ff29799c7a99ea70d22

“Wees niet moedeloos als je tegen de onstoffelijke vijand vecht, maar prijs zelfs te midden van je kwellingen en onderdrukking de Heer, Die je waardig heeft gevonden om voor Hem te lijden, door te strijden tegen de subtiliteit van de slang, en om elk uur voor Hem gewond te worden; want als u niet vroom had geleefd en had getracht zich met God te verenigen, zou de vijand u niet hebben aangevallen en gekweld.”

Johannes van Kronstadt – Mijn leven in Christus