
Hoewel Hij de oneindige God is, wordt Hij in Zijn oneindige liefde vrij klein, zodat Hij door Zijn volk bemind kan worden. Hij regeert de wereld van bovenaf, maar dringt niet aan op Zijn koninklijke prerogatieven; Hij rekent goddelijke transcendentie niet tot iets om naar gegrepen te worden, maar daalt eerder af naar beneden, vernedert Zichzelf en wordt één met Zijn volk. –
Ouderling Aimilianos
