
± 1500 houtsnede Bijbel Ludolf van Saksen; Nederland, Utrecht, Catherijneconvent.
De kunstenaar heeft twee genezingen van Jezus samengebracht op één tekening. Hij volgt daarin getrouw de tekst van Matteus. We zien Jezus rechts, herkenbaar aan de kruisnimbus rond zijn hoofd. Van links naderen twee groepen mensen. Voorop twee blinden, herkenbaar aan hun gesloten ogen en aan de stok, waarmee zij de weg vóór zich aftasten. Terwijl Jezus zijn linkerhand uitstrekt om hun ogen aan te raken, maakt Hij met zijn rechterhand het gebaar van zegen én onderricht.
Achter de blinden wordt door twee mannen een stomme naar Jezus gebracht.. Merkwaardig eigenlijk, je zou eerder verwacht hebben dat de blinden een geleide nodig hadden. Maar de kunstenaar volgt ook hierin Matteus die inderdaad vertelt dat de twee blinden Jezus zelf volgden, en dat de stomme gebracht werd; door hoeveel mensen, vertelt Matteus niet; de kunstenaar kiest voor twee mannen. (Er staan trouwens alleen maar mannen op de tekening).
Er is echter een groot onderscheid met de tekst waar het de achtergrond betreft. De tekening toont ons een groenig, kaal heuvellandschap. Maar Matteus vertelt dat Jezus de blinden bij Hem thuis geneest (vs.28). We zitten dus in Kafarnaüm. Als de blinden weg zijn, wordt de stomme gebracht (vs.32), alsof het om een spreekuur van de dokter gaat, of een ambtenaar achter een loket. We kunnen ons afvragen, waarom de kunstenaar hier zo opzichtig van de tekst afwijkt, waar hij hem op andere punten zo nauwkeurig volgt. Wellicht kiest hij voor zo’n nietszeggende achtergrond om de aandacht niet af te leiden van wat er tussen de mensen gebeurt?
Er is misschien nog een reden :
Als we op de tekening kijken naar de kleding, zien we dat alle personen een hoofddeksel dragen, behalve Jezus en de stomme. Zij zijn ook de enige twee die op blote voeten lopen. Zoals bekend duiden in de middeleeuwse religieuze kunst blote voeten altijd op de navolging van Jezus. Zijn leerlingen zijn zeer vaak herkenbaar precies aan hun blote voeten. Als dat hier ook opgaat, wordt de stomme dus afgebeeld als een leerling van Jezus. De blinden niet!?
Ook hierin zou het kunnen zijn dat de kunstenaar de tekst nauwkeurig volgt. Immers Jezus vermaant de genezen blinden – zelfs op strenge toon – ervoor te zorgen dat niemand hun genezing te weten komt. Maar eenmaal buiten beginnen zij er overal over te vertellen. Zij volgen Jezus dus niet na. Dus geen blote voeten. Bij de genezing van de stomme spreekt Jezus die vermaning niet uit, en we horen ook niet dat de stomme erover spreekt. Hij volgt Jezus dus wel na…!
Intussen verbazen wij ons over de tekst. Waarom zouden die blinden er niet over mogen vertellen? Trouwens, genezen blindheid kan toch niet verborgen blijven? Ieder die de blinden vroeger heeft gekend, zal vragen wat er gebeurd is. Vreemde vermaning dus van Jezus. Nog vreemder is het dat Hij die vermaning niet uitspreekt bij de genezen stomme. En die had – om zo te zeggen – juist des te meer reden om erover te vertellen, juist omdat hij nu eindelijk spreken kon. Beeldt de kunstenaar daarom geen bewoonde wereld af: omdat er dan ook niemand is aan wie dit verhaal zou kunnen worden doorverteld?
Als genezing hier opgevat moet worden als ‘bekering’, is er misschien nog een reden waarom de blinden de vermaning wel krijgen en de stomme niet. De stomme zal van nu af spreken met een nieuwe stem. Hij zal spreken vanuit de ontmoeting met Jezus. Hij zal Jezus-taal spreken, omdat hij voortaan een Jezus-stem heeft. De blinden hebben wel nieuwe ogen gekregen, waarmee ze voortaan zullen zien op de Jezus-manier. Maar hun stem moet nog bekeerd worden. Vertelt Matteus daarom deze genezingen achter elkaar, en wel in deze volorde?
Er is blijkbaar een Jezus-manier van zien en van spreken. Zien en spreken moeten dus bekeerd, genezen worden. Dat maakt ons toegankelijk voor de ware inhoud van zijn Blijde Boodschap. En het maakt ons uiteindelijk tot blote-voeten-mensen, Jezus-leerlingen. Daarover gaat het in het vervolg van Matteus’ verhaal. In het vervolg van het evangelie horen we namelijk hoe Jezus de Blijde Boodschap verkondigt.
(Bron : Dries van den Acker sj.)
Lezingen van de zondag :
Eerste lezing : Romeinen 15,1-7 :
Hoofdstuk 15 Wij, die bij de sterken horen, hebben de plicht de gevoeligheid van de zwakken te verdragen, zonder onszelf te zoeken. Laat ieder van ons bedacht zijn op het welzijn en de stichting van zijn naaste. Ook Christus heeft zichzelf niet gezocht. Er staat immers geschreven: De smaad van hen die U smaden, is op Mij neergekomen. Want alles wat eertijds is opgeschreven, werd opgeschreven tot onze lering, opdat wij door de volharding en de vertroosting die wij putten uit de Schrift, in hoop zouden leven. God, die de volharding en de vertroosting schenkt, verlene u ook de eensgezindheid, die u in Christus past, opdat u één van hart en uit één mond de God en Vader van onze Heer Jezus Christus verheerlijkt.
Samenvatting van de brief Aanvaard daarom elkaar, zoals ook Christus u aanvaard heeft, tot eer van God.
EVANGELIE : Mathheüs 9,27-35
Twee blinden zien Toen Jezus vandaar verderging, volgden Hem twee blinden, die schreeuwden: ‘Zoon van David, heb medelijden met ons.’ Toen Hij thuisgekomen was, kwamen de blinden naar Hem toe. Jezus zei tegen hen: ‘Hebt u er vertrouwen in dat Ik dit kan doen?’ Ze zeiden: ‘Ja, Heer.’ Toen raakte Hij hun ogen aan en zei: ‘Het moge u gaan overeenkomstig uw vertrouwen.’ [En hun ogen gingen open. En bars zei Jezus tegen hen: ‘Zorg dat niemand het te weten komt.’ Maar eenmaal buiten, maakten ze zijn faam bekend in heel die streek.
Een stomme begint te praten Terwijl zij weggingen, kijk, daar bracht men iemand bij Hem die niet kon spreken, omdat hij in de macht van een demon was. Toen de demon uitgedreven was, begon de stomme te praten. De menigte zei vol verbazing: ‘Zoiets is in Israël nog nooit vertoond.’ Maar de farizeeën zeiden: ‘Het is de opperdemon waardoor Hij de demonen uitdrijft.’
Aanstelling van de twaalf ] Jezus trok alle steden en dorpen rond, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap van het koninkrijk verkondigde, en elke ziekte en elke kwaal genas.

