
“We moeten een uitzondering maken voor de heilige Maagd Maria, die ik geen vraag wil stellen over het onderwerp zonde, uit eer aan de Heer; want van Hem weten we wat een overvloed aan genade voor het overwinnen van elke zonde aan haar werd verleend, die de verdienste had om Hem te ontvangen en te dragen die ongetwijfeld geen zonde had (1 Johannes 3:5). Als we dan, met uitzondering van de Maagd, alle bovengenoemde heilige mannen en vrouwen konden verzamelen en hen konden vragen of ze zonder zonde leefden, wat kunnen we dan veronderstellen dat hun antwoord zou zijn?”
Augustinus : Natuur en genade (415 4.D
