H. Severius van Antiochie
(ca. 465-538), bisschop
Homilie 86
![]()
“Hij is uit de hemel neergedaald” (Credo)
Eens daalde een man de weg van Jeruzalem naar Jericho af”, Christus heeft niet gezegd “iemand daalde af”, maar “een man daalde af” want hij staat voor d gehele mensheid. Door zijn fout heeft Adam de mensheid, de verheven, rustige en paradijselijke verblijfplaats die vrij was van lijden, verlaten. Het paradijs wordt met recht Jeruzalem genoemd – de naam betekent “de Vrede van God” -. En zij is afgedaald naar Jericho, een kaal en laagliggend land, waar de hitte verstikkend is. Jericho staat voor het koortsachtige leven van deze wereld, een van God gescheiden leven. (…) Wanneer de mensheid van het goede pad is afgegaan naar dat leven, komt een groep wilde demonen haar aanvallen zoals een bende struikrovers dat doet. Ze ontdoen haar van de kleding van de volmaaktheid, en laten niets over van de zielskracht, noch van de zuiverheid, noch van de gerechtigheid, noch van de behoedzaamheid noch iets dat het goddelijke beeld karakteriseert (Gn 1,26), maar slaan haar neer met de aanhoudende slagen van de verschillende zonden en laten haar vervolgens halfdood liggen.
De wet door Mozes gegeven kwam voorbij, maar het ontbrak hem aan kracht, deze heeft de mensheid niet geleid tot een volledige genezing. De wet heeft degene die uitgleed niet opgericht. (…) Want de wet bood “slachtoffers en gaven”, die zij, die deze cultus uitvoerden, niet volmaakt naar hun geweten uitvoeren, want “het bloed van stieren en bokken was onmachtig om de zonden weg te nemen” (Heb.10,14)
Eindelijk komt er een Samaritaan voorbij. Christus geeft zichzelf expres de naam Samaritaan. Want (…) Hijzelf is gekomen om de wet te vervullen door in zijn werken te laten zien “wie de .naaste is” en wat het is “om van anderen te houden als van zichzelf”.
Bron : Dagelijks Evangelie
