
“Als iemand de kleren van een ander steelt, noemen we hem een dief. Moeten we niet dezelfde naam geven aan iemand die de naakten zou kunnen kleden en dat niet doet? Het brood in je kast is van de hongerigen; de jas die ongebruikt in je kast ligt, is van degene die het nodig heeft; de schoenen die in je kast rotten, zijn van degene die geen schoenen heeft; het geld dat je oppot , is van de armen.”
Basilius de Grote
