7e zondag na Pinksteren : Genezing van twee blinden en een doodstomme…

0139 (2)

± 1500 houtsnede Bijbel Ludolf van Saksen; Nederland, Utrecht, Catherijneconvent.

De kunstenaar heeft twee genezingen van Jezus samengebracht op één tekening. Hij volgt daarin getrouw de tekst van Matteus. We zien Jezus rechts, herkenbaar aan de kruisnimbus rond zijn hoofd. Van links naderen twee groepen mensen. Voorop twee blinden, herkenbaar aan hun gesloten ogen en aan de stok, waarmee zij de weg vóór zich aftasten. Terwijl Jezus zijn linkerhand uitstrekt om hun ogen aan te raken, maakt Hij met zijn rechterhand het gebaar van zegen én onderricht.
Achter de blinden wordt door twee mannen een stomme naar Jezus gebracht.. Merkwaardig eigenlijk, je zou eerder verwacht hebben dat de blinden een geleide nodig hadden. Maar de kunstenaar volgt ook hierin Matteus die inderdaad vertelt dat de twee blinden Jezus zelf volgden, en dat de stomme gebracht werd; door hoeveel mensen, vertelt Matteus niet; de kunstenaar kiest voor twee mannen. (Er staan trouwens alleen maar mannen op de tekening).
Er is echter een groot onderscheid met de tekst waar het de achtergrond betreft. De tekening toont ons een groenig, kaal heuvellandschap. Maar Matteus vertelt dat Jezus de blinden bij Hem thuis geneest (vs.28). We zitten dus in Kafarnaüm. Als de blinden weg zijn, wordt de stomme gebracht (vs.32), alsof het om een spreekuur van de dokter gaat, of een ambtenaar achter een loket. We kunnen ons afvragen, waarom de kunstenaar hier zo opzichtig van de tekst afwijkt, waar hij hem op andere punten zo nauwkeurig volgt. Wellicht kiest hij voor zo’n nietszeggende achtergrond om de aandacht niet af te leiden van wat er tussen de mensen gebeurt?

Er is misschien nog een reden :

Als we op de tekening kijken naar de kleding, zien we dat alle personen een hoofddeksel dragen, behalve Jezus en de stomme. Zij zijn ook de enige twee die op blote voeten lopen. Zoals bekend duiden in de middeleeuwse religieuze kunst blote voeten altijd op de navolging van Jezus. Zijn leerlingen zijn zeer vaak herkenbaar precies aan hun blote voeten. Als dat hier ook opgaat, wordt de stomme dus afgebeeld als een leerling van Jezus. De blinden niet!?
Ook hierin zou het kunnen zijn dat de kunstenaar de tekst nauwkeurig volgt. Immers Jezus vermaant de genezen blinden – zelfs op strenge toon – ervoor te zorgen dat niemand hun genezing te weten komt. Maar eenmaal buiten beginnen zij er overal over te vertellen. Zij volgen Jezus dus niet na. Dus geen blote voeten. Bij de genezing van de stomme spreekt Jezus die vermaning niet uit, en we horen ook niet dat de stomme erover spreekt. Hij volgt Jezus dus wel na…!
Intussen verbazen wij ons over de tekst. Waarom zouden die blinden er niet over mogen vertellen? Trouwens, genezen blindheid kan toch niet verborgen blijven? Ieder die de blinden vroeger heeft gekend, zal vragen wat er gebeurd is. Vreemde vermaning dus van Jezus. Nog vreemder is het dat Hij die vermaning niet uitspreekt bij de genezen stomme. En die had – om zo te zeggen – juist des te meer reden om erover te vertellen, juist omdat hij nu eindelijk spreken kon. Beeldt de kunstenaar daarom geen bewoonde wereld af: omdat er dan ook niemand is aan wie dit verhaal zou kunnen worden doorverteld?
Als genezing hier opgevat moet worden als ‘bekering’, is er misschien nog een reden waarom de blinden de vermaning wel krijgen en de stomme niet. De stomme zal van nu af spreken met een nieuwe stem. Hij zal spreken vanuit de ontmoeting met Jezus. Hij zal Jezus-taal spreken, omdat hij voortaan een Jezus-stem heeft. De blinden hebben wel nieuwe ogen gekregen, waarmee ze voortaan zullen zien op de Jezus-manier. Maar hun stem moet nog bekeerd worden. Vertelt Matteus daarom deze genezingen achter elkaar, en wel in deze volorde?
Er is blijkbaar een Jezus-manier van zien en van spreken. Zien en spreken moeten dus bekeerd, genezen worden. Dat maakt ons toegankelijk voor de ware inhoud van zijn Blijde Boodschap. En het maakt ons uiteindelijk tot blote-voeten-mensen, Jezus-leerlingen. Daarover gaat het in het vervolg van Matteus’ verhaal. In het vervolg van het evangelie horen we namelijk hoe Jezus de Blijde Boodschap verkondigt.

(Bron : Dries van den Acker sj.)

Lezingen van de zondag : 

Eerste lezing : Romeinen 15,1-7 :

Lees verder “7e zondag na Pinksteren : Genezing van twee blinden en een doodstomme…”

Ouderling Aimilianos : Zijn hele leven was een voortdurende zelfvernedering…..

18bb5ccdc9647f74f2cd867ddc8b00a6

.. Zijn hele leven was een voortdurende zelfvernedering, een oneindige zelfontlediging, vanaf het moment van Zijn conceptie tot Zijn dood en begrafenis en daarna. In de extreme nederigheid van Zijn afdaling liet God het niet bij de wolken. Zijn reis eindigde ook niet op aarde. Hij ging helemaal naar de hel. In Zijn extreme nederigheid daalt Hij af naar het uiterste van de verdoemenis van de mens en strekt Hij Zijn hand uit naar degenen die in de duisternis en de schaduw van de dood zitten. Door Zijn handen uit te strekken, omhelst Hij allen: zij die Hem liefhadden, en zij die Hem haatten; zij die Hem zijn hele leven bijstonden, en zij die Hem verloochenden. Hij strekt Zijn open handen uit naar allen, zodat iedereen die wil Hem kan grijpen, en Hij zal hen uit de hel trekken. Lager dan dit, er is geen plaats voor de mens of God om naartoe te gaan.

-Ouderling Aimilianos

Ouderling Aimilianos : Hoewel Hij de oneindige God is, wordt Hij in Zijn oneindige liefde vrij klein…..

9ee038e9c1c35e631a9ddd38858f5556

Hoewel Hij de oneindige God is, wordt Hij in Zijn oneindige liefde vrij klein, zodat Hij door Zijn volk bemind kan worden. Hij regeert de wereld van bovenaf, maar dringt niet aan op Zijn koninklijke prerogatieven; Hij rekent goddelijke transcendentie niet tot iets om naar gegrepen te worden, maar daalt eerder af naar beneden, vernedert Zichzelf en wordt één met Zijn volk. –

Ouderling Aimilianos

Efrem de Suriër : Het chrysma verzegelt hen aan de Heer…..

1fb59947f968c03dff88c9aad8cdd287

                       HET CHRISMA VERZEGELT HEN AAN DE HEER
De olie die Elia vermenigvuldigde, zou geproefd kunnen worden met de mond, want deles was van de weduwe , het was niet die van het chrisma. De olie van onze Heer die in de fles zit, is geen voedsel voor de mond: de zondaar die een wolf was zonder, het maakt hem een lam in de kudde. Het chrisma van de zachtmoedige en nederige, verandert de koppige om te zijn als zijn Heer. De heidenen waren wolven en vreesden, de strenge roede van Mozes. Voorwaar, het chrisma verzegelt hen en maakt van de wolven een kudde schapen. En de wolven die gevlucht waren voor de roede, zie ! zij hebben hun toevlucht gezocht in  het kruis!

St. Ephraim, Hymnen voor Epifanie: Hymn 3 para 6-7, ~357AD

 

 

Augustinus : Gebed…

215b08bbc2b0903d61001d0ec331e104

“Adem in mij, o Heilige Geest, opdat mijn
gedachten heilig mogen zijn.
Werk in mij, o heilige Geest, opdat ook mijn werk heilig moge zijn.
Vervul mijn hart, O Heilige Geest, dat ik alleen liefheb wat heilig is.
Versterk mij, o Heilige Geest, om alles wat heilige is te verdedigen
Bewaak mij dan, o heilige geest, opdat ik altijd heilig moge zijn.
Amen.”

Augustinus

Johannes Chrysostomos : De Sacramenten zijn Zichtbare tekenen van de Onzichtbare Genade……

50963b7624984482e74b833db6e77c17

De Sacramenten zijn Zichtbare tekenen van de Onzichtbare Genade.

Laten we dan in alles God geloven, en Hem in niets bekritiseren, hoewel wat er gezegd wordt in strijd lijkt te zijn met onze gedachten en zintuigen, maar laat Zijn woord van hoger gezag zijn in plaats van gewone redenerigen. Laten we dat dus ook in de mysteriën doen, niet kijkend naar de dingen die voor ons liggen, maar zijn uitspraken in gedachten houden. Want Zijn woord kan niet bedriegen, maar onze zintuigen worden gemakkelijk verleid. Dat is nooit mislukt, maar dit gaat in de meeste dingen mis. Sindsdien zegt het woord: Dit is mijn lichaam, laten we ons zowel overtuigen als geloven, en ernaar kijken met de ogen van de geest. Want Christus heeft niets zinnigs gegeven, maar heeft in de dingen toch alles gegeven om door de geest waargenomen te worden. Dus ook in de doop wordt de gave geschonken door iets tastbaars, dat wil zeggen door water; maar wat gedaan wordt, wordt waargenomen door de geest, de geboorte, bedoel ik, en de vernieuwing. Want als u onstoffelijk was geweest, zou Hij u de onstoffelijke gaven hebben geschonken die kaal waren; maar omdat de ziel in een lichaam is opgesloten, levert Hij je de dingen die de geest waarneemt, in dingen die verstandig zijn. Hoevelen zeggen nu: ik zou Zijn gedaante willen zien, het merkteken, Zijn kleren, Zijn schoenen. Je ziet Hem, Je raakt Hem aan, je eet Hem op. En gij verlangt er inderdaad naar Zijn kleren te zien, maar Hij geeft Zich aan u, niet om alleen te zien, maar ook om aan te raken en te eten en in u te ontvangen.

St. Chrysostomus, Homilie 82 over Matteüs, ~ 387 AD

© 2022 juli

Schmemann : Liturgie en Eschatologie…..

2018-1212-schmemann3

Schmemann : Liturgie en Eschatologie

 

Een postchristelijke tijd?

Als ik aan de hedendaagse theologie denk en probeer de diversiteit ervan te begrijpen, die van alle tendensen, de ideologieën, de accenten van de verschillende denominaties die het zo diep kenmerken, herinner ik me een uitdrukking die in sommige opzichten al enkele jaren populair is geworden, de uitdrukking “postchristelijke tijd”. Wat de betekenis van deze uitdrukking ook is, het heeft een zeker belang voor iedereen die betekenis zoekt in de hedendaagse theologie. Het gemeenschappelijke idee van deze theologie (ondanks alle confessionele en andere verschillen), een hypothese bewust of niet, is dat theologie wordt geschreven, of uitgewerkt, of geloofd in een postchristelijke tijdperk. Dit wordt als vanzelfsprekend beschouwd. Dit betekent niet dat elke theoloog expliciet schrijft over de postchristelijke periode; integendeel, er zijn veel “actualiteiten” in de theologie. Maar als je op zoek gaat naar een principe dat ten grondslag ligt aan de hedendaagse theologie, lijkt het hierop: we leven, bidden en “theologiseren” in een wereld waar ons christelijk geloof door een scheiding gaat; er is een diepe scheiding, niet alleen in de kerk, maar in het hele wereldbeeld aan de ene kant, en de cultuur en samenleving waarin we leven aan de andere kant. Dit wordt op zichzelf als een voor de hand liggend idee geaccepteerd. Dit is niet het thema van de hedendaagse theologie, maar een van de bronnen. Het is belangrijk voor ons om te proberen deze scheidingservaring te begrijpen.

Theologie heeft zich altijd op de wereld gericht; het is niet uitsluitend bedoeld voor de interne consumptie van de kerk. Christenen hebben zich altijd ingespannen om het evangelie uit te leggen in termen van een bepaalde cultuur, een bepaalde context. Daarom heeft de theologie altijd geprobeerd een gemeenschappelijke taal te spreken met de wereld waarin zij zich uitdrukt. De vaders van de kerk deden precies dat (niet dat dit de betekenis van de patritische periode uitput); ze verzoenden Jeruzalem en Athene, Athene en Jeruzalem, en ze creëerden een gemeenschappelijke taal die trouw zou zijn aan het Evangelie terwijl ze begrijpelijk en acceptabel waren in de wereld. Maar wat moet er gebeuren als deze gemeenschappelijke taal uiteenvalt en er geen gemeenschappelijke taal meer is? Want dat is onze situatie vandaag. Een periode is net afgelopen, een periode die wordt gekenmerkt door het bestaan van de christelijke kerk, van de christelijke theologie, in feite van een christelijke wereld.

Het radicale ‘ja’: bevrijdingstheologie en therapeutische theologie
Geconfronteerd met deze scheiding, deze breuk in een gemeenschappelijke taal, hebben twee fundamentele attitudes de neiging zich te ontwikkelen in de theologie.

Een soort theologie – en daarin zit een zeer breed pluralisme – blijft streven naar een gemeenschappelijke taal met de wereld, en dat doet het door het discours aan te nemen dat specifiek is voor de wereld van vandaag, dat wil zeggen, het leent een discours dat ik associeer met pater Yves Congar, die zegt dat het de wereld is die de zorgen van de kerk bepaalt. Ik herinner me heel goed, drie jaar geleden wandelde ik door een theologische boekhandel in Parijs, waar je alle moderne theologie in twintig minuten kunt vinden. Daar ontmoette ik de titel Een marxistische lezing van Sint Lucas; een paar minuten later vond ik een Freudiaanse lezing van st Johannes. In de titels van deze twee boeken en andere vinden we een theologie op zoek naar een gemeenschappelijke taal met de wereld, een theologie die deze taal vindt in het discours van de wereld zelf.

Dit type theologie omvat verschillende genres. Als het specifiek over rechtvaardigheid en politiek gaat, kan het de vorm aannemen van bevrijdingstheologie. Een andere trend in hetzelfde type theologie wordt goed beschreven in de titel van het boek “The Triumph of Therapy”. We ontwikkelen therapeutische theologie, omdat onze wereld therapeutisch is. We proberen altijd mensen te helpen. Ik weet niet hoe het gaat in Londen, maar in New York kun je geen advertenties voor tandpasta lezen zonder een garantie voor geluk. We hebben dezelfde eis voor religie: het “garandeert ook geluk”. Neem uw gezin mee naar de kerk of synagoge van uw keuze. Het helpt.

Er zijn hier dus twee trends, een die de samenleving aangaat en de andere over het individu. De eerste komt tot op zekere hoogte van Hegel met zijn transformatie van geschiedenis aan Geschiedenis met een hoofdletter “De tweede neemt het standpunt aan van het individu dat vandaag de dag in de wereld overheerst, die hem beschouwt als een patiënt in een kosmisch ziekenhuis, voortdurend in behandeling met niettemin een belofte van totale genezing en onsterfelijkheid. Net als in de politiek wil de theologie hier steeds actiever aan deelnemen: we willen laten zien dat we niet achterblijven, dat we deze therapeutische triomf inhalen.

Het radicale “nee”: “Spiritualiteit”

Er is nog een ander soort ideologie, die vooral bestaat uit het verwerpen van de benadering die we zojuist hebben beschreven. Dit tweede type verlaat elke poging om een gemeenschappelijk discours tussen theologie en de wereld te bereiken. Het belangrijkste doel (en ik stel het eenvoudig voor : ik kan alleen een schets presenteren) is spirituele en persoonlijke zelfontplooiing. Na meer dan twintig jaar als decaan van een seminarie te hebben gediend, merk ik dat het woord “spiritualiteit” vaker wordt uitgesproken dan de naam van Jezus Christus. En de spiritualiteit die door dit tweede type theologie wordt aanbevolen, is een spiritualiteit van ontsnapping, een zeer persoonlijke spiritualiteit, zonder enige verwijzing naar de wereld. Om een kleine paradox te gebruiken: St. Antonius de Grote, bij het oprichten van het christelijke monasticisme, was meer betrokken bij de ontluikende christelijke wereld van zijn tijd dan sommige van deze christenen van vandaag, die, terwijl ze in de wereld leven, met alle mogelijke middelen proberen te ontsnappen en het bestaan ervan te vergeten.

Dit zijn de twee benaderingen van de theologie, die elk een breed scala aan attitudes omvatten. Samen vormen ze wat ik “theologie van de postchristelijke tijd” noem, omdat de twee typen, in al hun varianten, ervan uitgaan dat het onmogelijk is om iets anders te doen dan denken in termen van “postchristelijk” zijn. Of we komen overeen om ons bij de wereld aan te sluiten in zijn werken, dromen, perspectieven en horizonten, of we moeten een persoonlijke en individuele vlucht zoeken van de wereld naar een puur “spiritueel” koninkrijk.” In dit tweede geval wordt spiritualiteit een soort religie op zich, en dit helpt ons om de vele verbanden tussen christelijke spiritualiteit en niet-christelijke spiritualiteit te begrijpen. Zelfs de uitdrukking “Gebed van Jezus”, die centraal staat in de orthodoxe ervaring, wordt door sommigen uitgesproken alsof het een enkel woord is, “Jezusgebed”: Jezus wordt beschouwd als een component, niet als het onderwerp of object van gebed. Waar de twee theologieën het over eens zijn, is als het gaat om toegeven dat we aan het einde van een periode zijn, de christelijke periode.

Een derde manier?

Lees verder “Schmemann : Liturgie en Eschatologie…..”

St.Silouan : St Silouan de Athoniet lag eens, uitgeput, wanhopig, moe van het huilen, ’s nachts op de grond…..

90a4a57936221bc42655e49512c29c24

St Silouan de Athoniet lag eens, uitgeput, wanhopig, moe van het huilen, ’s nachts op de grond. De Heer verscheen op een onbegrijpelijke manier aan hem en vroeg: Waarom huilt u?” … Weet je niet dat ik de wereld zal oordelen… Ik zal genade  hebben voor ieder mens die minstens één keer in zijn leven God heeft genoemd.” 

Toen ging de gedachte door zijn hoofd:  “Waarom zijn we dan de hele dag zo gekweld?”. En de Heer reageerde op de beweging van zijn gedachte: “Zij die lijden voor Mijn gebod zullen Mijn vrienden in het Koninkrijk der Hemelen zijn, maar met de rest zal Ik gewoon medelijden hebben”. En de Heer vertrok.

Johannes Chrysostomos : God heeft zich geheel aan u gegeven en zonder voorbehoud…….

60fb48005b67d7f0b363afcc3ecbf0e7

“God heeft zich geheel aan u gegeven en zonder voorbehoud: als Hij u alles gegeven heeft, en er niets meer voor Hem overblijft om u te geven, zoals Hij heeft gedaan in zijn lijden en in de Heilige Eucharistie, dan vereist de rede dat ook jullie je jezelf zonder voorbehoud aan Hem moet geven.”

~ St. Johannes Chrysostomus

Thomas Hopko : Het symbool van het geloof (deel 8) Jezus….

Thomas Hopko :  Het symbool van het geloof : (deel 8)

4fa0c861db9922e0d66c194d022de82c

En in één Heer Jezus Christus. . .

ba39711dde449b708242692239376ea6

De fundamentele belijdenis van christenen over hun Meester is deze: Jezus Christus is Heer. Het begint in het evangelie wanneer Jezus zelf zijn discipelen vraagt ​​wie zij denken dat Hij is:
Maar wie zegt u dat ik ben? Simon Petrus antwoordde: “U bent de Christus, de Zoon van de levende God”(Mt 16.16).

Jezus is de Christus. Dit is de eerste geloofsdaad die de mensen over Hem moeten maken. Bij Zijn geboorte krijgt het kind van Maria de naam Jezus, wat letterlijk Verlosser betekent (in het Hebreeuws Jozua, ook de naam van de opvolger van Mozes die de Jordaan overstak en het uitverkoren volk naar het beloofde land leidde). “Je zult zijn naam ‘Jezus’ noemen, want hij zal zijn volk redden van hun zonden” (Mt 1,21; Lc 1,31). Het is deze Jezus die de Christus is, wat betekent de Gezalfde, de Messias van Israël. Jezus is de Messias, degene die door Abraham en zijn kinderen aan de wereld is beloofd.

Maar wie is de Messias? Dit is de tweede vraag, die ook door Christus in de evangeliën wordt gesteld – dit keer niet aan zijn discipelen, maar aan degenen die hem bespotten en probeerden hem op zijn woorden te vatten. “Wie is de Messias?” hij vroeg ze, niet omdat ze konden antwoorden of echt wilden weten, maar om ze het zwijgen op te leggen en de inhuldiging te beginnen van “het uur” waarvoor hij was gekomen: het uur van de redding van de wereld.
Terwijl de Farizeeën bijeen waren, stelde Jezus hun een vraag met de woorden: “Wat denkt u van de Christus [dwz de Messias]? Wiens zoon is hij?
Ze zeiden tegen hem: “De Zoon van David.”

Hij zei tegen hen: “Hoe komt het dan dat David, geïnspireerd door de Geest, hem Heer noemt en zegt dat de Heer tot mijn Heer heeft gezegd: zit aan mijn rechterhand totdat ik uw vijanden onder uw voeten zal leggen” (Ps 110). Als David hem zo Heer noemt, hoe is hij dan zijn zoon?”
En niemand kon hem een ​​woord antwoorden, en vanaf die dag durfde niemand hem nog vragen te stellen.
(Mt 22,41–46)

Na de opstanding van Jezus, geïnspireerd door dezelfde Heilige Geest die David inspireerde, begrepen de apostelen en alle leden van de kerk de betekenis van zijn woorden. Jezus is de Christus. En de Christus is de Heer. Dit is het mysterie van Jezus Christus de Messias, namelijk dat Hij de enige echte Heer is, geïdentificeerd met de God Jahweh van het Oude Testament.

We zagen al hoe Jahweh altijd Adonai, de Heer, werd genoemd door het volk van Israël. In de Griekse Bijbel stond het woord Jahweh niet eens geschreven. In plaats daarvan, waar het woord Jahweh in het Hebreeuws was geschreven, en waar de Joden Adonai, de Heer zeiden, schreef de Griekse Bijbel eenvoudig Kyrios – de Heer. Zo wordt de Zoon van David, wat een andere manier was om de Messias uit te spreken, Kyrios, de Heer, genoemd.

Voor de joden, en inderdaad voor de eerste christenen, was de term Heer alleen God eigen: “God is de Heer en heeft Zichzelf aan ons geopenbaard” (Ps 11.8). Deze Heer en God is Jahweh; en het is ook Jezus de Messias. Want hoewel Jezus beweert dat “de Vader groter is dan ik” (Joh 14,28), beweert hij ook: “Ik en de Vader zijn één” (Joh 10,30).

Geloven in “Ene Heer Jezus Christus” is de belangrijkste geloofsbelijdenis waarvoor de eerste christenen bereid waren te sterven. Want het is de belijdenis die de identiteit van Jezus met de Allerhoogste God opeist.

 

Volgend deel 9 – De eniggeboren Zoon van God…

Pachomius de Grote : “Jij ook mijn zoon, hoe lang zul je nog nalatig zijn?…

9dc6904ab511bf319204ed2b564573b7

“Jij ook mijn zoon, hoe lang zul je nog nalatig zijn? Wat is  de grens van je nalatigheid? Zoals het vorig jaar was, zo is het dit jaar; zoals het gisteren was, zo is het vandaag. Zolang je nalatig bent , zal er geen vooruitgang voor u zijn. Wees waakzaam, verhef uw hart, want u zult moeten voor de rechterstoel van God staan en rekenschap afleggen  van wat u gedaan hebt, zowel privé als in
in het openbaar (Rm 14:10).”

St. Pachomius de Grote

Christos Yannaras : Radicale bekering die tot verlossing leidt..

a4b5c9c99305be8c5ab361690c4a5e26 (1)

Christos Yannaras : Radicale bekering die tot verlossing leidt….

Christos_YannarasChristos Yannares

​….radicale bekering die tot verlossing leidt , vereist  tegelijkertijd een pijnlijk verlies: Christus bevestigt dat je haar moet verliezen om je ziel te redden (Mt 16:25).

Dit betekent dat je de diepgewortelde identificatie van jezelf met je individuele aard en met de biologische en psychologische verdediging van het ego moet afwijzen .

Het betekent afstand doen van alle afhankelijkheid van menselijke kracht, goedheid, gezag, actie of effectiviteit. Wie ooit wil leven, moet zijn leven verliezen – de illusie van het leven dat individuele overleving en zelfvoorziening is -om zijn leven te redden als persoonlijk onderscheidend vermogen en vrijheid: “laat hem zichzelf verloochenen en zijn kruis opnemen.” Aanvaarding van het kruis en de vrijwillige dood van alle menselijke zelfverzekerdheid schenkt leven in zijn krachtigste en meest effectieve vorm. Maar bovenal betekent uw leven verliezen dat u afstand doet van individuele verworvenheden, objectieve erkenning van deugd en het gevoel van verdienste, die de pijlers zijn van ons verzet tegen de noodzaak van gemeenschap met God en vertrouwen in Hem.

Christos Yannaras

Nectarius van Aegina : Degenen die de Goddelijke gaven en inzichten zoeken…..

9c750e360dbfc7b3d6a440301df84e39

Degenen die de Goddelijke gaven en inzichten zoeken terwijl ze ondergedompeld worden in de passies verkeren in trotse en dwaze waanideeën. Ten eerste moet men werken aan het reinigen van zichzelf. Genade wordt gezonden als een geschenk aan hen die gereinigd zijn van de passies. En ze krijgen het rustig, op het moment dat ze het niet merken.

Nectarios van Aegina ”

Stephen Freeman : We verlangen niet alleen om steeds meer te hebben, we vinden onszelf vaak machteloos om minder te verlangen…..

fr-stephen-freeman

Vader Stephen Freeman

blob

We verlangen niet alleen om steeds meer te hebben, we vinden onszelf vaak machteloos om minder te verlangen. “Wroeging van de koper” is geen fictie – het is de versie van de consument van een kater.  Als het verlangen om meer te hebben beperkt zou zijn tot materiële goederen, zou het misschien maar een vervelende zaak zijn. De ziekte van pleonexia ( (hebzucht en begeerte) is echter spiritueel en infecteert ons hele leven. Pleonexia  is geen ziekte die kan worden geïsoleerd tot een enkel gebied van ons leven. We willen meer van alles: meer dingen, meer seks, meer eten, meer entertainment, ad infinitum. In het Koninkrijk van God is zelfontlediging het principe van het ware bestaan (vgl. Fil 2,5-11). En zo raken we in de ban van een spiritueel principe van de diepste ironie: we hunkeren naar meer dat ons steeds verder van ons wezen afsleept. Hoe meer we winnen, hoe minder we bestaan. .. De orthodoxe manier van leven vraagt ons doelbewust om de geest van de Mammon af te zweren. We vasten, we beoefenen vrijgevigheid – en we doen dat als een manier van leven. We zijn niet gemaakt voor acquisitie (zich van alles aanschaffen). Ons leven is te vinden in het Kruis. Het kruis is zowel de plaats waar Christus onze redding heeft volbracht, als de weg van verlossing zelf. Het is zowel de wijsheid als de kracht van God. De wijsheid van het Kruis is de zelfontlediging van Christus. Deze zelfontlediging is niet anti-leven, maar de feitelijke manier van waarachtig bestaan. “Wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden.” .. Ons verlangen om meer te hebben drijft anderen van ons weg, of plaatst hen in de positie van rivaliserende concurrenten. Ze interfereren met mijn tijd, mijn plannen, mijn interesses, mijn plezier, etc. Om Christus’ wil, verlies je leven. Waarom zou je blijven proberen de wereld te winnen?

 Vader Stephen Freeman   © 2022 juli

Nathan Jacobs : Voor de Cappadociërs is vergoddelijking niet in de eerste plaats een oplossing voor de zondeval…….

blob

Voor de Cappadociërs is vergoddelijking niet in de eerste plaats een oplossing voor de zondeval. Het is het juiste doel waarvoor de mensheid vanaf het eerste werd geschapen. De mensheid, als een icoon van God, wordt gemaakt om op te stijgen naar haar Archetype, door God levend gemaakt te worden en steeds meer god-achtig te worden voor alle eeuwigheid. De zondeval is niet het verlies van iets , maar het stoppen van een beweging in God. Verlossing is niet in de eerste plaats gerechtelijke vrijspraak; het is de terugkeer naar onze deelname aan de goddelijke natuur die bij onze schepping is geïnitieerd. En het is deze deelname aan God die niet alleen de bestemming van de mensheid is, maar van de hele kosmos.

– Nathan Jacobs

Gregorius van Nyssa : ‎Het is onmogelijk dat iemand die zich tot de wereld heeft gekeerd en haar angsten voelt…..

1f4cd566441ed07c057842a4791a578b

‎Het is onmogelijk dat iemand die zich tot de wereld heeft gekeerd en haar angsten voelt, en zijn hart in de wens om de mensen te behagen, dat eerste en grote gebod van de Meester kan vervullen: ‘U zult God liefhebben met heel uw hart en met heel uw kracht’ (Mt. 22,37).‎

Gregorius van Nyssa