Cyrill Argenti : Pinksteren : het ontstaan van de Kerk….

288f9991fd9e26111e035d8f4bb26b34

PINKSTEREN : HET ONTSTAAN VAN DE KERK

Door Cyrille  Argenti

1. HET JOODSE PINKSTEREN EN HET CHRISTELIJKE PINKSTEREN

De dag van Pinksteren was een groot feest in Israël: Zeven weken, d.w.z. 49 dagen (7 x 7 = 49), in het Hebreeuws “Chavouth” = de weken – scheidden het Joodse Pesach – de dag waarop de Joden het paaslam offerden ter herinnering aan hun uittocht uit Egypte onder leiding van Mozes – van het Joodse Pinksterfeest (in het Grieks “Pentecost” = 50e dag), op die 50e dag na het Pascha, toen de Joden het moment vierden waarop God, op de Sinaï, Mozes de Tafelen der Wet gaf, die stenen platen waarin Hij zijn 10 geboden had gegraveerd.

– Op dezelfde dag (volgens de chronologie van het Johannes-evangelie) waarop de Joden het paaslam offerden ter voorbereiding op het Pascha (voorbereiding: in het Grieks Paraskevê = vrijdag), werd het Lam van God, Jezus Christus, aan het kruis geofferd om overmorgen te verrijzen.

– Op dezelfde dag dat de Joden de ontvangst van de Wet (of Torah) vierden, vieren de christenen de ontvangst van de Genade, de gave van de Heilige Geest.
Dit is hoe het Oude Verbond het Nieuwe voorafgaat en voorbereidt, hoe het Joodse Pascha en Pinksteren het Christelijke Pascha en Pinksteren aankondigen.

Dit is wat de Evangelist Johannes samenvat wanneer hij ons zegt: “Als de Wet door Mozes gegeven is, is de Genade en de Waarheid door Jezus Christus gekomen (Johannes 1:17).

2. HET ONTSTAAN VAN DE KERK

Op de dag van het Joodse Pinksterfeest zijn de apostelen en leerlingen van Jezus Christus en de Maagd Maria dus met één hart bijeen – door dat geloof in Jezus Christus waarop Hij Petrus beloofd had dat Hij zijn Kerk zou bouwen – in een vergadering (in het Grieks: ecclesia). Het was toen dat “Jezus, verheven aan de rechterhand van God, van de Vader de beloofde heilige Geest ontving en hem uitstortte” (Handelingen 2:31-32). De Heilige Geest, de Trooster, de Geest der Waarheid “die van de Vader uitgaat” (Johannes 15:26) en die “in de Zoon rust” (Johannes 1:38), de Zoon zendt Hem “van de Vader” (Johannes 15:26) en geeft Hem “aan hen die in zijn Naam geloven” (Johannes 1:12). Hij zond hem “in tongen van vuur” (Handelingen 2:3). Met tongen spreekt men. Met een vurige tong spreekt men het Woord Gods: de vergadering der gelovigen wordt dan de plaats van de tegenwoordigheid van het Woord Gods, van het Goddelijk Woord, van de Enige Zoon. Hij wordt er mens in, het wordt Lichaam van Christus, Kerk: het is de schepping van de Kerk.

3.- DE KERK, GEACTUALISEERD PINKSTEREN

De Kerk is dus in wezen geen instituut, d.w.z. een organisatie met statuten en werkingsregels, ook al moest zij die verwerven, maar de mysterieuze aanwezigheid van de Zoon van God die door de werking van de heilige Geest vlees wordt in een vergadering van zondaars die geloven in de verrijzenis van hun Meester en dit verkondigen aan de wereld. Vlees nemen: het vlees van het Woord, het vlees van de Zoon, het vlees van God, het lichaam van Christus, dat zijn wij: “Hij is het hoofd van het lichaam dat de Kerk is” (Kol. 1,18 – Ef. 1,22). “De tempel van God is heilig en deze tempel bent u” (1Cor.3,17), “u bent het lichaam van Christus, want u bent zijn leden, ieder voor zijn deel” (1Cor.13,27).
Wij worden dit lichaam wanneer wij, “met één hart” bijeen om “het Brood uit de hemel” (Joh. 6, 51) te eten en “het Bloed van het Nieuwe Verbond” (1 Kor. 11, 25) te drinken, tot God de Vader zeggen: “Wij vragen en smeken U, zend uw Heilige Geest over ons en over deze gaven” (Lit. (Johannes Chrysostom) “En maak dit brood tot het lichaam zelf van onze Heer en Verlosser Jezus Christus en dat wat in deze kelk zit tot het bloed zelf van onze Heer en Verlosser Jezus Christus, opdat wij allen die gemeenschap hebben met dit ene brood en deze ene kelk verenigd worden door de ene Heilige Geest” (St. Basilius’ Lit.)

Het is daar, tijdens de eucharistische bijeenkomst, dat de Heilige Geest in één lichaam, het Lichaam van Christus, hen verenigt die met dit Brood dat Hij, het Woord van de Zoon bevestigend, veranderde in het Lichaam van Christus, en met deze wijn die Hij veranderde in het Bloed van Christus, ons veranderen in leden van ditzelfde Lichaam. De eucharistische vergadering, of liever de heilige Geest door het eucharistisch mysterie, maakt de Kerk: het is daar dat de Kerk wordt opgebouwd, geïdentificeerd wordt met het Lichaam van de Verrezene; het is daar dat Pinksteren wordt bestendigd en geactualiseerd, d.w.z. feitelijk werkelijkheid wordt.

Omdat wij geloven dat de Kerk – hoe zondig haar leden ook mogen zijn – door de werking van de Heilige Geest werkelijk het Lichaam van de Verrezene wordt, geloven wij “in” de Kerk “Eén Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk”, zoals wij ook geloven in de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Het doel van ons geloof is niet zijn patriarchen, zijn bisschoppen, zijn priesters, zijn “marguilliers” of “epitropes”, zijn sacristans … maar de actie van de Heilige Geest die Christus aanwezig maakt in een vergadering van gelovige zondaars en Hem met deze vergadering verenigt, om “van haar, geleidelijk, door de eeuwen heen deze ‘Bruid zonder rimpel of vlek of iets dergelijks’ te maken” (Ep. 5:26-27), dit hemelse Jeruzalem dat aan het einde der tijden zal neerdalen “gereed als een bruid, die voor haar Bruidegom versierd is” (Openb. 21:2) om eeuwig met Hem verenigd te worden.

Lees verder “Cyrill Argenti : Pinksteren : het ontstaan van de Kerk….”

De Icoon van Pinksteren uitgelegd….

c46e0-dyn003_original_467_640_pjpeg_2588242_30e07256d7c97584839d307f3f27bc94

Op Pinksteren vieren we de KERK!

j“De lichamelijke aanwezigheid van Christus onder ons is ten einde, de handelingen van de Geest beginnen” (H. Gregorios van Nazianze, Homilie van Pinksteren, 81)
De dag van Zijn Hemelvaart naar de Vader, gaf Christus aan Zijn leerlingen de opdracht om “niet uit Jeruzalem heen te gaan, maar de Belofte van de Vader af te wachten” (Hand. I: 4). Hij vroeg hen om samen te blijven om de gave van de Geest te ontvangen:
“Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt; en gij zult Mijn getuigen zijn in Jeruzalem en geheel Judea en Samaria, ja tot aan het einde der aarde” (Hand. I: 8).
De leerlingen waren bijeen in het Cenakel, toen dit gebeurde. In de Handelingen der Apostelen staat:
“Toen na vijftig dagen het Pinksterfeest aanbrak, waren allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er vanuit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, en vervulde het gehele huis waar zij waren samengekomen. Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten. Allen werden vervuld met de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf om zich te uiten.” (Hand. II: 1-4). Die dag gebeurden er drieduizend bekeringen.
Het feest van Pinksteren herdenkt de gave van de Heilige Geest aan de Apostelen, de geboorte van de Kerk en het begin van haar zending in de wereld.
Pinksteren komt van het Grieks pentecosti en duidt een periode aan van vijftig dagen, de vijftig dagen die volgen na de Opstanding (zoals saracosti staat voor de veertig dagen van de Vasten). Het is belangrijk om zich bewust te zijn van de continuïteit die Pasen, Hemelvaart en Pinksteren verbindt. Pinksteren vormt de afsluiting van deze periode.
Maar vooraleer Pinksteren een christelijk feest werd, is het een joods feest, Shavouot in het Hebreeuws, dat elk jaar trouw gevierd wordt door de Joden. Het joodse paasfeest herdenkt de bevrijding van de slavernij in Egypte en de doortocht van de Rode Zee. Vijftig dagen later ontvangt Mozes op de berg Sinaï de Stenen Tafelen der Wet waaronder het volk van Israël zal moeten leven. Het is de goddelijke openbaring van de Sinaï waarvan het joodse Pinksterfeest de herdenking is.
Het is niet zonder betekenis dat de Heilige Geest naar de Apostelen gezonden werd op deze verjaardag van het eerste Verbond met het volk der Hebreeërs. Na de tafelen der Wet komt het onderricht van Christus.

Wat stelt de icoon van Pinksteren voor?

De icoon is de geschilderde uitdrukking van de heilige Traditie van de Kerk, traditie die leeft in de heilige Schrift en in de liturgische teksten. Zij drukt de theologische inhoud van de gewijde teksten uit in grafische termen en is niet enkel een eenvoudige illustratie. Door middelen die behoren tot de zichtbare wereld brengt zij ons in contact met de onzichtbare wereld, zij drukt een geestelijke realiteit uit, en daardoor is zij altijd een beetje in discrepantie met de natuurlijke wereld. Zij staat boven de wet van tijd en ruimte: bij voorbeeld voor wat de ruimte betreft, bekommert ze zich niet om volume of perspectief, ze beperkt de voorstellingen niet tot een bepaald gebouw. Dit betekent dat de zin van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar daar bovenuit stijgt. Zij wil ook de schijn van de werkelijke wereld overschrijden en zich situeren in een wereld die niet onderworpen is aan de wetten van de tastbare wereld. Voor wat betreft de tijd, maakt ze de toeschouwer tijdgenoot van de gebeurtenis, er is een deelname, hier en nu, van diegene die de icoon aanschouwt.

We bekijken nu een icoon van Pinksteren die zich bevindt in het klooster Stavronikita op de Athosberg en die dateert van de zeventiende eeuw.

ATHOSBERG

We zien een bijeenkomst van mannen, die in een halve cirkel gezeten zijn, op een bank met hoge leuning. Het is een scène van een interieur, zoals blijkt uit de huizen op de achtergrond en het gordijn.

Er zijn twaalf protagonisten en ze dragen elk iets in de hand: de ene een perkamentrol, de andere een boek. Hun houding is kalm en plechtig, de sfeer lijkt hartelijk, ze onderhouden zich met elkaar. Men merkt ook een ruimte op tussen de twee middelste figuren, alsof de centrale plaats leeg gebleven is.

Boven het huis ziet men de hemel, van waaruit stralen komen die uitlopen in vlammen -vuurtongen- die afdalen en zich boven elk personage plaatsen.
Onderaan het beeld ziet men een donkere holte, waaruit een gekroonde figuur naar voren komt, met witte baard. Hij draagt een linnen doek met twaalf rollen.
De compositie is symmetrisch: zes mannen en zes vuurtongen langs elke kant.
De scène is lichtgevend: de hemel wordt voorgesteld als een gouden achtergrond, er is de zon en de lichtstralen op de banken, de lichtweerkaatsingen op de klederen.

De twaalf personages zijn de Apostelen, van het Grieks apostoloi, zij die gezonden zijn.
Bovenaan Petrus en Paulus, dan de vier evangelisten, die het Heilige Boek vasthouden, links Mattheus en Lucas en rechts Johannes en Marcus en verder waarschijnlijk Simon, Bartholomeus en Filippus (of Judas) links en Andreas, Jacobus en Thomas rechts.

Waarom is de heilige Paulus op deze icoon afgebeeld, kunt u zich afvragen, vermits hij niet aanwezig was op die dag en hij zelfs nog niet bekeerd was?
Dit komt omdat deze icoon niet enkel de gebeurtenissen beschrijft die de teksten voorstelt, maar ook de zin en betekenis ervan toont. De betekenis van deze aanwezigheid lijkt klaar, de icoon toont niet enkel de historische ooggetuigen, maar de draagwijdte van het beeld wordt uitgebreid door een evocatie van de apostolische volheid en daardoor ecclesiale volheid; en kan men zich deze voorstellen zonder Paulus? Ze is ondenkbaar zonder hem en daarom zit hij tegenover Petrus. Doordat Paulus toegevoegd wordt, getuigt de icoon van de kerkelijke realiteit.

De icoon is niet een eenvoudige illustratie van de heilige Schrift, zij heeft een dogmatische en didactische inhoud, en onderwijst het geloof van de Kerk. Dit is zeker waar voor de icoon van Pinksteren die daarenboven het symbool is van de Kerk.

De onderrichtscène

Wat betekent de lege plaats midden tussen de apostelen?
Deze plaats is die van Christus. De leeg gelaten plaats in het centrum betekent dat Christus aanwezig is, zelfs als Hij niet zichtbaar is. “Waar twee of meer in Mijn naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden” (Mt. XVIII : 2).
De plaats van Christus is in het centrum, hij is de leider van de Gemeenschap.
Hij is de leider (d.w.z. het hoofd) van de Kerk en het is de Kerk – Lichaam van Christus – die de taak heeft om Zijn Onderricht te verspreiden; met de gave van de Heilige Geest, “Die bij u zal blijven in eeuwigheid” (Jo. XIV, 16).
De Heilige Geest neemt in zekere zin het onderricht over, want Hij leert hen alles, zelfs dat wat ze niet konden dragen wanneer Christus onder hen was: “De Trooster, de Heilige Geest Die de Vader zenden zal in Mijn naam, Hij zal u alles leren, en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb.” (Jo. XIV, 26)
Christus zegt ook: “Nog veel meer heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, dan zal Hij u tot volle waarheid geleiden.” (Jo. XVI, 12-13).
De Heilige Geest, die voor altijd gegeven is, zal de apostelen helpen om de apostolische zending te volbrengen die hun is toevertrouwd, toevertrouwd aan hen die niet erudiet of filosoof waren, maar eenvoudige mensen, zondaars…
Waarom kozen de iconografen een onderrichtscène die doet denken aan de filosofische onderrichtscènes van de Oudheid?
Bekijken we de icoon:
De apostelen zijn gezeten op een bank met hoge rugleuning in een halve cirkel, dezelfde die men gebruikte in de Oudheid in de scholen van filosofie. Men denkt onmiddellijk aan Plato, aan Pythagoras…, die hun leerlingen onderwezen.
De verwijzing naar de Oudheid is duidelijk, ze richt zich tot de Grieken, tot de vertegenwoordigers van het filosofisch denken, wat de absolute referentie was, en zegt dat het onderricht van Christus veel verder gaat dan de eenvoudige filosofie, die menselijk blijft. Het is een nieuw tijdperk dat aanvangt voor de mensheid, want het woord van Christus, “dit woord dat gij hoort,” zegt Christus, “is niet van Mijzelf, maar van de Vader die Mij gezonden heeft” (Jo. XIV: 24).
Het is dus het Woord van de Vader dat ons werd overgebracht door de Zoon en dat de Geest verduidelijkt.
We weten ook dat Christus in het Oude Testament werd aangekondigd onder de naam Wijsheid, Christus is Sofia. Toen God Zijn Zoon schonk aan de mensen, heeft Hij deze Wijsheid medegedeeld, en deze Wijsheid heeft Hij aan de Apostelen doorgegeven en heeft hun gevraagd om ze aan de hele wereld te verkondigen: “Gaat uit over de gehele wereld en predikt het Evangelie aan alle schepselen”. (Mc. XVI: 15).
Het beeld van de onderwijzende Christus is reeds vroeg voorgesteld in de vroegchristelijke iconografie. In de Catacomben van Domitilla, vierde eeuw, bevindt zich één van de eerste voorstellingen van Christus die onderricht geeft; Hij is gekleed als in de Oudheid, zoals de filosoof te midden van zijn leerlingen. De vroegchristelijke kunst is zeer geïnspireerd door de antieke kunst, de fresco’s, de miniaturen, het half­verheven beeld­­houwwerk.

2b0aa-dyn003_original_720_1024_pjpeg_2588242_b3395d31ae545986107fc00894cdbbf2
Een ivoor uit de zesde eeuw (Rome of Noord-Italië) toont ons de twaalf apostelen, gezeten rond Christus. Op dit gebeeldhouwd ivoor, ziet men dat de plaats van Christus in het centrum is, bijna als een centrale zuil, en dat de apostelen zich rond Hem bevinden. Ze zitten op stoelen in een halve cirkel, en ze worden gezien in een verhoogd perspectief, men zou kunnen zeggen een ‘omgekeerd perspectief’ (dus de personages worden kleiner afgebeeld, niet als ze verder van de toeschouwer verwijderd zijn, maar als ze dichterbij komen).
Indien we ons inbeelden dat de plaats van Christus leeg is, komen we tot de klassieke schikking van het college van apostelen van Pinksteren, het college van apostelen is de basis van de Kerk, de twaalf zuilen waarop het gebouw rust, gebouwd op de hoeksteen die Christus is (cfr. De twaalf stammen van Israël).
Dat Christus op de Pinkstericoon gesuggereerd wordt door een lege ruimte, is sterk, is symbolisch erg sterk: de aanwezigheid wordt gesuggereerd door de afwezigheid…

Symbool van de Kerk

De icoon van Pinksteren is dus niet een eenvoudige illustratie van een historische gebeurtenis, zij is een symbool, zij is het symbool van de Kerk.
We moeten hier even stilstaan bij het woord symbool. Symbolon (Grieks; betekent: wat verzamelt) is het tegenovergestelde van diabolon (Gr., wat verdeelt). Oorspronkelijk was het symbolon een voorwerp dat men in twee had gesneden en dat slechts betekenis had wanneer de twee delen terug verenigd waren. Het was een teken van herkenning.

Het symbool verenigt twee delen, aan de ene kant een realiteit van de zichtbare wereld, en aan de andere kant een realiteit van de onzichtbare wereld die tegenwoordig wordt gesteld. Het symbool is niet een eenvoudig allegorisch beeld, er bestaat een organische band tussen de twee delen die het verenigt.
De icoon als symbool beïnvloedt ook diegene die haar aanschouwt. Zij kan ons helpen om ons om te vormen door ons uit te nodigen om ons te richten naar wat gesymboliseerd is en om ons ermee te vereenzelvigen.

De icoon handelt op deze wijze, ze verenigt een zichtbaar en onzichtbaar deel, een materieel deel en een spiritueel deel, ze openbaart ons een andere wereld met een volheid die niet te vergelijken is met het leven van de gevallen wereld.
Zich verenigen in de Kerk heeft betrekking op de natuur en het doel van de vereniging, niet op de plaats: het woord kerk komt van het Grieks ekklesia, wat bijeenkomst betekent (het werkwoord ekklesiazo betekent oproepen, een bijeenkomst samenroepen, een samenkomst bijwonen). De icoon toont ons het prototype van deze bijeenkomst, de eerste bijeenkomst, de stichtende vergadering, die van de apostelen. “Zich verenigen in de kerk” betekent dus zulke gemeenschap vormen, waarvan het doel is de Kerk te vertegenwoordigen, te realiseren. Deze eerste samenkomst bevestigt het bestaan van de Kerk.

Een orthodoxe theoloog, vader Alexander Schmemann, schrijft: “We moeten goed beseffen dat we ons naar de tempel begeven, niet om er individueel te bidden, maar om ons te verenigen in de Kerk. De zichtbare tempel is slechts de afbeelding van de onzichtbare waarmee hij zich bekleedt en die niet door mensenhanden gemaakt is… Wanneer ik zeg dat ik me naar de kerk begeef, betekent dit dat ik ga naar de gemeenschap van gelovigen om met hen de Kerk te vormen, om diegene te zijn die ik geworden ben op de dag van mijn doop: een lidmaat van het Lichaam van Christus, in de volle betekenis van het woord… Ik ga naar de kerk om mezelf als lid te manifesteren, om te getuigen voor God en de mensen van het Koninkrijk, reeds gekomen in kracht” (A. Schmemann: de Eucharistie). Dit is het mysterie van de Kerk, van het Lichaam van Christus dat wij vormen, nu, want Christus is met ons, zelfs al is Hij onzichtbaar zoals op de icoon.

De scène die wordt afgebeeld op de icoon is meer dan een onderrichtscène, het is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen op het moment dat zij de doop van de Geest ontvangen.

Deze Gemeenschap is de initiële en fundamentele vorm van de Kerk. Het is het model van de Kerk die WIJ nu vormen, want WIJ zijn de Kerk, wij zijn in Christus en Christus is in ons. Wij zijn de Kerk en wij manifesteren en belijden de aanwezigheid van Christus in de wereld.
De aanwezigheid van Christus en Zijn Koninkrijk in de wereld bevestigen en belijden, was de eerste zending van de Apostelen, daarom draagt de ene een boek en de andere een schriftrol.

Boek en schriftrol

Degenen die het Boek, het Evangelie,
vasthouden, zijn: Paulus, Johannes, Lucas, Mattheus en Marcus. De overigen houden een schriftrol in de hand. Op andere iconen houden de apostelen allemaal een schriftrol vast; de schrift­rol symboliseert het Woord van God, dat ze gaan overbrengen dankzij de Heilige Geest.

We zien hier tegelijkertijd de parallel en de overstijging van de parallel tussen Christelijk en joods Pinksteren: de Tafelen der Wet zijn aan Mozes gegeven vijftig dagen na de doortocht van de Rode Zee. De Heilige Geest, die alles leert aan de Apostelen (dus aan de Kerk) en hen herinnert aan alles wat Christus hun gezegd had, is gezonden aan de Kerk in wording op de dag van het joodse Pinksterfeest. Het onderricht van Christus, dat komt van de Vader, is daar bovenop gegeven aan de mensheid op de weg van het heil.

Harmonie en kalmte

In de Handelingen der apostelen staat dat de Nederdaling van de Heilige Geest gebeurde met groot lawaai en in een totale verwarring. Nochtans zien we op de icoon helemaal het tegenovergestelde: een harmonische orde, een nauwkeurige compositie. De strakke houding van de Apostelen drukt kalmte en plechtigheid uit. De icoon toont ons het gebeuren van binnen, zoals het beleefd werd door de apostelen, en zo laat ze ons deelnemen aan het innerlijke gebeuren, wij beleven het zoals de apostelen het beleefd hebben. De icoon openbaart ons de innerlijke betekenis van de gebeurtenissen, zij openbaart de eschatologische betekenis

De vuurtongen: de doop van de Kerk door het vuur..

De icoon van Pinksteren is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen, d.w.z. van de Kerk, op het moment dat deze de Doop van de Geest ontvangt.

“Want Johannes doopte met water, maar gij zult gedoopt worden met de Heilige Geest” (Hand. I: 5), zegt Christus tegen de apostelen. “Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten.” (Hand. II: 3).

Lees verder “De Icoon van Pinksteren uitgelegd….”

Enkele iconen van Pinksteren …

2ab490e337465627cc2bbf3a5df132f6

Reggio,Emilia,,Italy,-,April,12,,2018:,The,Icon,Of

5f4ab942b2278df95c89488b5d6ac46e

6a1b1bb20551561905f6d25b392de7c6

70fbc131591390673314daf0925b29c0

143c5207922503e65da1406807a40d4b

288f9991fd9e26111e035d8f4bb26b34

9938d9717797c0ad7321eec97975fe5d

52f913d16061bd7de5b64212cc4733e8

b374db2202b415976740cc213e4437f0

8ab2b3910aebadd8173ecde247064b33

3587771505abe3bc096ea0703fd8b238

pinksteren47

pinksteren10

e881b33fb8a6e5cb8520c1e05c6e1fd1

pinksteren222

Pinksteren95

pinksteren14

pinksteren5

blob

Adem in mij, o Heilige Geest, opdat mijn gedachten allemaal heilig mogen zijn. Handel in Mij, o Heilige Geest, opdat ook mijn werk heilig moge zijn. Trek mijn hart, o Heilige Geest, dat ik liefheb, maar wat heilig is. Sterk mij, o Heilige Geest, om alles wat heilig is te verdedigen. Bewaak mij dan, o Heilige Geest, opdat ik altijd heilig moge zijn. Amen.‎

Heilige Augistinus

Basilius de Grote : Gij zult van Mij getuigen : Johannes 15:26 .

188a92dc5d446af4d90bf90a38c7db35 (1)

Gij zult van Mij getuigen : Johannes 15:26 .

Geest van waarheid, die komt, die Ik zenden zal van de Vader, als de Eenvoudige in Zichzelf, de Geest is veelvuldig in Zijn machtige werken. Het geheel van Zijn wezen is aanwezig voor ieder individu, het geheel van Zijn wezen is overal aanwezig. Al delen velen in Hem, Hij blijft onveranderd, Zijn zelfgave is geen verlies voor Hemzelf. Zoals de zonneschijn, die de gehele atmosfeer doordringt, zich uitspreidt over land en zee en toch door ieder mens wordt genoten, alsof zij alleen voor hem bestemd was, zo stort de Geest Zijn genade uit in volle mate, voldoende voor allen en toch, is Hij aanwezig alsof exclusief voor allen die Hem kunnen ontvangen. Aan alle schepselen die in Hem delen, geeft Hij een verrukking, alleen beperkt door hun eigen natuur, niet door Zijn vermogen om te geven.

Basilius de Grote

Thomas Hopke : Pinksteren : De nederdaling van de Heilige Geest

7910d3ba97247e5ca04749dc0a093b67

Pinksteren: De nederdaling van de Heilige Geest

door Thomas Hopke

Het oudtestamentische Pinksterfeest vond plaats 50 dagen na Pesach – de herdenking van de uittocht van de Israëlieten uit gevangenschap en slavernij in Egypte – ter viering van Gods geschenk van de Tien Geboden aan Mozes op de berg Sinaï.

In het Nieuwe Verbond van de Messias krijgt de Pesach-gebeurtenis zijn nieuwe betekenis – de viering van de opstanding van Christus, het “overgaan” van de dood naar het leven en van de aarde naar de hemel, de “uittocht” van Gods volk uit deze zondige wereld naar het eeuwige Koninkrijk. Het nieuwtestamentische Pinksteren is ook vervuld en nieuw gemaakt door de komst van de “nieuwe wet” met de nederdaling van de Heilige Geest op de discipelen van Christus. Zoals we lezen in de Handelingen van de Apostelen 2:1-4: “Toen de dag van Pinksteren was aangebroken, waren ze allemaal samen op één plaats. En plotseling kwam er een geluid uit de hemel als het ruisen van een machtige wind, en het vulde het hele huis waar ze zaten. En er verschenen hun tongen als van vuur, verdeeld als rustend op elk van hen. En ze waren allemaal vervuld met de Heilige Geest. De Heilige Geest die Christus aan Zijn discipelen beloofde, kwam op de Pinksterdag (Johannes 14:26, 15:26; Lukas 24:49; Handelingen 1:5) toen de apostelen “de kracht van omhoog” ontvingen en begonnen te prediken en getuigen van Jezus als de verrezen Christus, de Koning en de Heer. Traditioneel wordt dit moment de ‘verjaardag van de kerk’ genoemd.

In de liturgische diensten voor het Grote Pinksterfeest wordt de komst van de Heilige Geest gevierd samen met de volledige openbaring van de Heilige Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. De volheid van de Godheid wordt gemanifesteerd met de komst van de Geest naar de mens, en de kerkhymnen vieren deze manifestatie als de laatste handeling van Gods zelfonthulling en zelfdgave aan de wereld van Zijn schepping. Om deze reden wordt Pinksterzondag ook Drievuldigheidsdag genoemdin de orthodox-christelijke traditie. Op deze dag wordt de icoon van de Heilige Drie-eenheid – in het bijzonder die van de drie engelenfiguren die verschenen aan Abraham, de voorvader van het christelijk geloof – vaak in het midden van de kerk geplaatst, naast de traditionele Pinkstericoon die de tongen van vuur afbeeldt zwevend boven de Theotokos en de 12 apostelen, het oorspronkelijke prototype van de kerk, die in eenheid zitten rond een symbolisch beeld van de ‘kosmos’, de wereld.

Met Pinksteren hebben we de laatste vervulling van de opdracht van Jezus Christus en het eerste begin van het Messiaanse tijdperk van het Koninkrijk van God dat mystiek in deze wereld aanwezig is in de Kerk van de Messias. Om deze reden staat de 50e dag als het begin van het tijdperk dat buiten de beperkingen van deze wereld ligt, waarbij 50 het getal is dat staat voor eeuwige en hemelse vervulling in zowel joodse als christelijke mystieke vroomheid: zeven keer zeven, plus één.

Daarom wordt Pinksteren een ‘apocalyptische dag’ genoemd, wat de dag van de laatste openbaring betekent. Het wordt ook een „eschatologische dag” genoemd, wat betekent dat het de dag is van het definitieve en volmaakte einde — in het Grieks het eschaton . Wanneer de Messias komt en de Dag des Heren is nabij, worden de “laatste dagen” ingewijd, waarin “God verklaart: ‘Ik zal mijn Geest uitstorten op alle vlees’.” Dit is de oude profetie waar de apostel Petrus naar verwijst in de eerste preek van de christelijke kerk, die op die eerste Pinksterzondag werd gepredikt (Handelingen 2:17; Joël 2:28-32).
Het Grote Pinksterfeest is niet alleen de viering van een gebeurtenis die eeuwen geleden heeft plaatsgevonden. Het is veeleer de viering van wat er moet gebeuren – en inderdaad gebeurt – met ons in de kerk van vandaag. We zijn gestorven en opgestaan ​​met de Messias-Koning, en we hebben Zijn Allerheiligste Geest ontvangen. Wij zijn de ‘tempels van de Heilige Geest’. Gods Geest woont in ons (Romeinen 8; 1 Korintiërs 2-3, 12; 2 Korintiërs 3; Galaten 5; Efeziërs 2-3). Wij, door ons eigen lidmaatschap van de kerk, hebben “het zegel van de gave van de Heilige Geest” ontvangen in het sacrament van de Myronzalving. Pinksteren is ons overkomen.

Tijdens de Goddelijke Liturgie op Pinksteren herinneren we ons onze doop in Christus terwijl we zingen, in plaats van het Trisagion, het bekende vers uit Galaten: “Zovelen als er in Christus zijn gedoopt, hebben Christus aangedaan.” De gebruikelijke antifonen worden vervangen door speciale psalmverzen die de betekenis van het feest benadrukken, terwijl de lezingen van de dag uit de brieven en evangeliën herinneren aan de komst van de Heilige Geest naar de mensen. Het kontakion spreekt van de ommekeer van Babel, zoals God de naties verenigt in de eenheid van Zijn Geest. En het troparion verkondigt de samenkomst van het hele universum in Gods “net” door het werk van de geïnspireerde apostelen.

Op de avond van Pinksterzondag worden tijdens de Vespers drie lange gebeden opgezegd, waarbij we voor het eerst sinds Pascha knielen. De maandag na Pinksteren is het feest van de Heilige Geest, terwijl de zondag na Pinksteren het feest van Allerheiligen is. Dit is de logische liturgische volgorde, aangezien de komst van de Heilige Geest in ons wordt vervuld als we heiligheid en in ons eigen leven nastreven – die heiligheid die het eigenlijke doel vormen van de schepping en redding van de wereld: “Zo zegt de Heer: ‘Wijd u daarom toe en wees heilig, want Ik, uw God, ben heilig’” (Leviticus 11:44-45, 1 Petrus 1:15-16).
Zo luidt Pinksteren een nieuw tijdperk in, waarin we geroepen zijn om heiligheid na te streven door de Heilige Geest te verwerven, door ons open te stellen voor de volheid van Christus’ openbaring aan de mensheid, en door vooruit te lopen op het Koninkrijk van God, dat nog volledig geopenbaard moet worden, maar al volledig aanwezig in ons midden als we de Heilige Geest smeken om nu en in het leven van de toekomende wereld te komen en in ons te blijven.

Thomas Hopke

Bron : http://www.oca.org

Efrem de Syriër : Deugden worden gevormd door gebed….

ac7489b735594b442cd41153d25e6ff5

“‎‎Deugden‎‎ worden ‎‎gevormd‎‎ door ‎‎gebed‎‎. ‎‎Gebed‎‎ ‎‎bewaart‎‎ ‎‎matigheid‎‎. ‎‎Gebed‎‎ ‎‎onderdrukt‎‎ ‎‎woede‎‎. ‎‎Gebed‎‎ ‎‎voorkomt‎‎ ‎‎emoties‎‎ ‎‎van trots‎‎ en ‎‎afgunst‎‎. ‎‎Het gebed‎‎ ‎‎trekt‎‎ ‎‎de Heilige‎‎ Geest ‎‎in‎‎ ‎‎de ziel‎‎ en ‎‎wekt de‎‎ ‎‎mens‎‎ ‎‎op naar de hemel‎‎.”

Heilige Efrem de Syriër

Heilige Johannes van Kronstadt : Wanneer Christus in ons hart is….

756243243c5f96e71d2ec901288dd63e

‎”… Wanneer Christus in ons hart is, zijn we tevreden met alles: ‎‎wat ongemak voor ons is geweest, wordt de grootste troost, wat bitter voor ons was, wordt zoet, armoede wordt rijkdom, onze honger wordt gestild en ons verdriet verandert in vreugde!…”‎ Maar als Christus niet in het hart is, dan is de mens nergens tevreden mee, hij vindt nergens geluk in”

– St. John van Kronstadt
Fragment uit ‎‎Mijn leven in Christus‎‎, pp153-154,

Johannes Chrysostomos : Ga u eerst met uw broeder verzoenen….

Johannes Chrysostomos :priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel,
Homilie over de eerste brief aan de Korintiërs, nr. 24

365fabdf1e2d44e7898632cbe1fa2c9e 

Ga u eerst met uw broeder verzoenen; kom dan terug, en draag uw offer op”

“De menigte die wij zijn is slechts één lichaam, want wij hebben allen deel aan slechts één brood” (1Kor 10,17). Wat is dit brood? Het Lichaam van Christus. En wat worden degenen die het ontvangen? Het Lichaam van Christus. Zij zijn niet meer verschillende lichamen, maar slechts één. Wat gaan er veel tarwekorrels in het brood! Maar wie ziet die korrels? Zij zijn wel in het brood dat zij samen hebben gevormd, maar niets onderscheidt ze van elkander, zo verenigd zijn zij.
Zo worden wij verenigd met elkander en met Christus. We zijn niet verschillende lichamen die door verschillende voedingsmiddelen worden gevoed. Wij vormen slechts één lichaam, dat gevoed en verlevendigd is door hetzelfde brood. Daarom zegt Paulus: “Wij hebben allen deel aan slechts één brood.” Als wij allen aan hetzelfde brood deelnemen, als wij in Hem verenigd zijn om een zelfde lichaam te worden, waarom zijn wij niet verenigd door een zelfde liefde, onderling nauw verbonden door de zelfde liefde?

Herlees de geschiedenis van onze voorvaderen in het geloof en u zult dit beeld opmerkelijk vinden: “De menigte die tot geloof was gekomen, was één van hart en één ziel” (Hand. 4,32). Maar helaas, is dat tegenwoordig niet zo. Tegenwoordig geeft de Kerk het tegengestelde beeld; men ziet slechts pijnlijke conflicten, verdelingen tussen broeders die hardnekkig vol worden gehouden (…). U was ver van Hem, maar Christus heeft niet geaarzeld om u met Hem te verenigen. En nu wilt u Hem niet navolgen door u van harte met uw broeder te verzoenen? (…) Onze uit-klei-gevormde lichamen (Gn 2,7) hadden vanwege de zonde het leven verloren en waren slaven van de dood geworden. De Zoon van God heeft er de gist van zijn eigen vlees aan toegevoegd, dat vrij is van elke zonde en vol van leven. En Hij heeft zijn lichaam als voedsel aan alle mensen gegeven opdat, vernieuwd door dit sacrament van het altaar, zij allen deel aan zijn onsterfelijk en gelukkig leven hebben.

Johannes Chrysostomos

Bron : Evzo.org

Heilige Anthonios de Grote: ‎HEER, ik wil gered worden‎….

3d06af8a32a17d5c6e7c1335e35d3aba

Toen abba Antonios in de woestijn woonde, werd hij belaagd door luiheid en aangevallen door vele zondige gedachten. Hij zei tegen God: “Heer, ik wil gered worden, maar deze gedachten laten me niet alleen, wat zal ik doen in mijn ellende? Hoe kan ik gered worden?” Korte tijd later, toen hij opstond om naar buiten te gaan, zag Anthony een man zoals hijzelf op zijn werk zitten, opstaan van zijn werk om te bidden, dan gaan zitten en een touw platleggen en weer opstaan om te bidden. Het was een Engel die de Heer stuurde om hem te corrigeren en gerust te stellen. Hij hoorde de Engel tegen hem zeggen: “Doe dit en je zult gered worden.” Bij deze woorden was Antonius vervuld van vreugde en moed. Hij deed dit en hij werd gered. ‎

‎….. Antonius de Grote 

Heilige Sophrony : De barmhartige Samaritaan en de liefde van vijanden…

border orthodox59

De barmhartige Samaritaan en de liefde van vijanden

Heilige Sophrony

Heilige Sophrony stelt in zijn boek “On Prayer”:

“Deze incarnatie van het Woord van God is ook een leegte, ontologisch kenmerkend voor goddelijke liefde. De Vader ontledigt zichzelf in de geboorte van de Zoon, terwijl de Zoon zichzelf niets toeschrijft, maar alles overgeeft aan de Vader. En onze leegte wordt uitgedrukt door de ontkenning van alles wat ons dierbaar is op aarde in het onderhouden van de geboden: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden. (Matt. 16: 24-25).”zo kan niemand van u mijn leerling zijn, als hij zich niet losmaakt van al wat hij bezit. ” (Lukas 14:33);
En dit is de weg van de Levende God.

De wetgeleerde vroeg : Meester, wat hebben wij nodig om het eeuwige leven te beërven?

En Hij zei tegen hem: “Wat staat er in de wet geschreven? En de respondent zei: “Heb de Heer, uw God, lief uit heel uw hart en uit heel uw ziel, en uit al uw kracht, en met al uw verstand, en uw naaste als uzelf. En Jezus zei dit: Terecht dit is wat er staat , doe dit en je zal leven(vgl. Lucas 10,25-28). Op de vraag van de Wetgeleerde antwoordde de Heer met de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan, waarvan de essentiële betekenis hun tijd verbond met de geest van het gebod “bemint uw vijanden, doet goed en leent uit zonder erop te rekenen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn, dan zult ge kinderen zijn van de Allerhoogste, die immers ook goed is voor de ondankbaren en slechten. (Lucas 6:35).
Over de staat van onze geest, wanneer de genade van het liefhebben van vijanden ons van bovenaf wordt gegeven, spreekt de heilige Silouan over de ervaring van goddelijke eeuwigheid, zelfs op de grenzen van dit leven. Hij zei en schreef: “Wie vijanden niet liefheeft, hij heeft God nog niet gekend, want hij zou Hem moeten kennen.”

Ik durf vanuit mijzelf een verklaring van deze genade toe te voegen: Wie, door het licht van het ongeschapen Licht van de Heilige Geest, in hem de passage “van de dood tot het eeuwige leven” leeft, hij leeft van nature mee met alle dingen, die van dit goede beroofd zijn. Hijzelf, die losstaat van de dood, is vrij van de angst voor rampen en kent de gedachte van de Vader over hem: Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is ook van jou, verbazingwekkend” (Lucas 15:31). En als alles wat de Vader heeft ons gegeven is, dan is het voor de ziel volkomen natuurlijk zijn om “zich te verheugen en te verblijden”, wanneer de vroegere dode broeder tot onvergankelijke heerlijkheid in het Koninkrijk van de Levende God tot leven wordt gewekt (vgl. Lucas 15,32).”

bron:Archim. Sofroniou Sakharov, On Prayer, Holy Stavropegic Monastery of Timios Prodromos, Essex,
Vertaling : Kris Biesbroeck

Simeon de nieuwe theoloog : wees verenigd met de gouden ketting van heiligen, zowel op aarde als in de hemel…..

 

Symeon_the_New_Theologian2

Simeon de Nieuwe Theoloog

WEES VERENIGD MET DE GOUDEN KETTING VAN HEILIGEN, ZOWEL OP AARDE ALS IN DE HEMEL

De heiligen – zij die van generatie op generatie verschijnen, van tijd tot tijd, in navolging van de heiligen die hen voorgingen – worden verbonden met hun voorgangers door gehoorzaamheid aan de goddelijke geboden, en begiftigd met goddelijke genade, worden vervuld met hetzelfde licht. In zo’n volgorde vormen ze allemaal samen een soort gouden keten, waarbij elke Heilige een afzonderlijke schakel in deze keten is, verbonden met de eerste door geloof, juiste handelingen en liefde; een keten die zijn kracht in God heeft en nauwelijks te verbreken is. Een mens die geen verlangen uitdrukt om zich (in de tijd) in alle liefde en nederigheid te verbinden met de laatste van de heiligen vanwege een zeker wantrouwen in zichzelf, zal nooit verbonden worden met de voorgaande heiligen en zal niet worden toegelaten tot hun opvolging, ook al denkt hij dat hij alle mogelijke geloof en liefde voor God en voor al Zijn heiligen bezit. Hij zal uit hun midden worden geworpen, als iemand die weigerde nederig de plaats in te nemen die hem door God voor altijd was toegewezen, en zich te verbinden met die laatste heilige (in de tijd) zoals God had beschikt.”

Heilige Symeon de Nieuwe Theoloog (Praktische en Theologische Voorschriften, 157-158. Geschriften uit de Philokalia: Over het gebed van het hart)

30073257_1939237216406712_8232005919568007952_o

– BRIEF AAN DE CORINTIËRS – XXV. WIJ WORDEN GERECHTVAARDIGD DOOR GENADE DOOR GELOOF

Al dezen werden daarom zeer geëerd en groot gemaakt, niet omwille van henzelf, of voor hun eigen werken, of voor de gerechtigheid die zij teweegbrachten, maar door de werking van Zijn wil. En ook wij, die door Zijn wil in Christus Jezus geroepen zijn, worden niet gerechtvaardigd door onszelf, noch door onze eigen wijsheid, of begrip, of godsvrucht, of werken die wij in heiligheid van hart hebben bewerkstelligd; maar door dat geloof waardoor de Almachtige God vanaf het begin alle mensen gerechtvaardigd heeft; aan wie glorie zij voor eeuwig en altijd.

St. Clemens van Rome, 90 na Christus

Nektarius van Aegina : Niets mag je doen wanhopen….

ΑΓΙΟΣ+ΝΕΚΤΑΡΙΟΣ.

Heilige Nektarios: niets mag u doen wanhopen!

Het doel van ons leven is om volmaakt en heilig te worden. Om kinderen van God te worden en erfgenamen van het koninkrijk der hemelen. Laten wij ervoor waken dat wij, omwille van het tegenwoordige leven, onszelf niet beroven van het toekomende leven, dat wij, door onze zorgen , het doel van ons leven verwaarlozen.

Vasten, waken en bidden alleen dragen niet de gewenste vrucht, want zij zijn niet het doel van ons leven, maar zijn de middelen om het doel te bereiken.
Versier je kaarsen met deugden. Streef ernaar de hartstochten van de ziel weg te doen. Zuiver uw hart van alle vuiligheid en houd het rein, opdat de Heer moge komen en in u wonen, opdat de Heilige Geest u moge overvloeien met zijn goddelijke gaven.

Mijn lieve kinderen, wees met al jullie bezigheid en zorg bij Hem. Laat dit je onophoudelijke doel en verlangen zijn. Bid tot God . Zoek de Heer dagelijks, maar in je hart, niet erbuiten. En wanneer gij Hem vindt, staat dan in vrees en beven, gelijk de Cherubijnen en de Serafijnen, want uw hart is de troon Gods geworden. Maar vernedert u ter aarde om de Heer te vinden, want de Heer verafschuwt de hoogmoedigen, terwijl Hij de nederigen van hart liefheeft en bezoekt.

Als je de goede strijd strijdt, zal God je sterken. In de strijd identificeren wij onze zwakheden, tekortkomingen en gebreken. Het is de spiegel van onze geestelijke toestand. Hij die niet heeft geworsteld, heeft zichzelf niet gekend.
Kijk uit voor zelfs kleine overtredingen. Indien u een zonde overkomt door onvoorzichtigheid, wanhoop dan niet, maar sta vlug op en doe een beroep op God, die de macht heeft u te verbeteren.

Wij hebben diepgewortelde zwakheden, hartstochten en fouten in ons, waarvan vele erfelijk zijn. Dit alles wordt niet afgesneden door een krampachtige beweging, noch door ongeduld en zware smart, maar door geduld en volharding, door lijdzaamheid, door zorg en aandacht.
Overmatig verdriet verbergt trots. Daarom is het schadelijk en gevaarlijk, en wordt het dikwijls door de duivel aangewakkerd, om de vooruitgang van de strijder te stoppen.

De weg naar perfectie is lang. Moge God je sterken. Moge gij uw val met geduld onder ogen zien en, nadat gij snel zijt opgestaan, wegrennen en niet, zoals kinderen, blijven staan op de plaats waar gij gevallen zijt, wenend en ontroostbaar jammerende.

Waak en bid dat je niet in verleiding komt. Wanhoop niet als je steeds in oude zonden vervalt. Velen van hen zijn sterk van nature en door gewoonte. Maar met tijd en ijver worden ze verslagen. Laat niets je wanhopen.

Bron : Uit de serie boekjes “De stem van de Vaders” van het Heilig Klooster van Paracletos in Oropos, Attica.

Vertaling uit het Grieks  : Krisbiesbroeck

Heilige Syncletica : ‎Als je moet vasten, doe dan niet alsof je ziek bent …..

syncletica

Als je moet vasten, doe dan niet alsof je ziek bent. Degenen die niet vasten vallen vaak in echte ziekten. Als je goed bent gaan handelen, keer dan niet terug door de beperking van de vijand, want door je uithoudingsvermogen wordt de vijand vernietigd. Wie eerst de zee op gaat, vaart met een gunstige wind; dan spreiden de zeilen zich uit, maar later wordt de wind tegen. Dan wordt het schip door de golven geslingerd en wordt het niet meer bestuurd door het roer. Maar als er een tijdje rust is, en de storm dooft, dan vaart het schip weer verder. Zo is het ook met ons, wanneer we gedreven worden door de geesten die tegen ons zijn; we houden ons vast aan het kruis als ons zeil en zo kunnen we een veilige koers uitzetten.‎

‎Fragment uit het boek: De uitspraken van de woestijnvaders‎