
Op Pinksteren vieren we de KERK!
j“De lichamelijke aanwezigheid van Christus onder ons is ten einde, de handelingen van de Geest beginnen” (H. Gregorios van Nazianze, Homilie van Pinksteren, 81)
De dag van Zijn Hemelvaart naar de Vader, gaf Christus aan Zijn leerlingen de opdracht om “niet uit Jeruzalem heen te gaan, maar de Belofte van de Vader af te wachten” (Hand. I: 4). Hij vroeg hen om samen te blijven om de gave van de Geest te ontvangen:
“Gij zult kracht ontvangen wanneer de Heilige Geest over u komt; en gij zult Mijn getuigen zijn in Jeruzalem en geheel Judea en Samaria, ja tot aan het einde der aarde” (Hand. I: 8).
De leerlingen waren bijeen in het Cenakel, toen dit gebeurde. In de Handelingen der Apostelen staat:
“Toen na vijftig dagen het Pinksterfeest aanbrak, waren allen op één plaats bijeen. Plotseling kwam er vanuit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, en vervulde het gehele huis waar zij waren samengekomen. Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten. Allen werden vervuld met de Heilige Geest en zij begonnen te spreken in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf om zich te uiten.” (Hand. II: 1-4). Die dag gebeurden er drieduizend bekeringen.
Het feest van Pinksteren herdenkt de gave van de Heilige Geest aan de Apostelen, de geboorte van de Kerk en het begin van haar zending in de wereld.
Pinksteren komt van het Grieks pentecosti en duidt een periode aan van vijftig dagen, de vijftig dagen die volgen na de Opstanding (zoals saracosti staat voor de veertig dagen van de Vasten). Het is belangrijk om zich bewust te zijn van de continuïteit die Pasen, Hemelvaart en Pinksteren verbindt. Pinksteren vormt de afsluiting van deze periode.
Maar vooraleer Pinksteren een christelijk feest werd, is het een joods feest, Shavouot in het Hebreeuws, dat elk jaar trouw gevierd wordt door de Joden. Het joodse paasfeest herdenkt de bevrijding van de slavernij in Egypte en de doortocht van de Rode Zee. Vijftig dagen later ontvangt Mozes op de berg Sinaï de Stenen Tafelen der Wet waaronder het volk van Israël zal moeten leven. Het is de goddelijke openbaring van de Sinaï waarvan het joodse Pinksterfeest de herdenking is.
Het is niet zonder betekenis dat de Heilige Geest naar de Apostelen gezonden werd op deze verjaardag van het eerste Verbond met het volk der Hebreeërs. Na de tafelen der Wet komt het onderricht van Christus.
Wat stelt de icoon van Pinksteren voor?
De icoon is de geschilderde uitdrukking van de heilige Traditie van de Kerk, traditie die leeft in de heilige Schrift en in de liturgische teksten. Zij drukt de theologische inhoud van de gewijde teksten uit in grafische termen en is niet enkel een eenvoudige illustratie. Door middelen die behoren tot de zichtbare wereld brengt zij ons in contact met de onzichtbare wereld, zij drukt een geestelijke realiteit uit, en daardoor is zij altijd een beetje in discrepantie met de natuurlijke wereld. Zij staat boven de wet van tijd en ruimte: bij voorbeeld voor wat de ruimte betreft, bekommert ze zich niet om volume of perspectief, ze beperkt de voorstellingen niet tot een bepaald gebouw. Dit betekent dat de zin van de gebeurtenissen die de icoon voorstelt zich niet beperkt tot hun historische plaats, maar daar bovenuit stijgt. Zij wil ook de schijn van de werkelijke wereld overschrijden en zich situeren in een wereld die niet onderworpen is aan de wetten van de tastbare wereld. Voor wat betreft de tijd, maakt ze de toeschouwer tijdgenoot van de gebeurtenis, er is een deelname, hier en nu, van diegene die de icoon aanschouwt.
We bekijken nu een icoon van Pinksteren die zich bevindt in het klooster Stavronikita op de Athosberg en die dateert van de zeventiende eeuw.

We zien een bijeenkomst van mannen, die in een halve cirkel gezeten zijn, op een bank met hoge leuning. Het is een scène van een interieur, zoals blijkt uit de huizen op de achtergrond en het gordijn.
Er zijn twaalf protagonisten en ze dragen elk iets in de hand: de ene een perkamentrol, de andere een boek. Hun houding is kalm en plechtig, de sfeer lijkt hartelijk, ze onderhouden zich met elkaar. Men merkt ook een ruimte op tussen de twee middelste figuren, alsof de centrale plaats leeg gebleven is.
Boven het huis ziet men de hemel, van waaruit stralen komen die uitlopen in vlammen -vuurtongen- die afdalen en zich boven elk personage plaatsen.
Onderaan het beeld ziet men een donkere holte, waaruit een gekroonde figuur naar voren komt, met witte baard. Hij draagt een linnen doek met twaalf rollen.
De compositie is symmetrisch: zes mannen en zes vuurtongen langs elke kant.
De scène is lichtgevend: de hemel wordt voorgesteld als een gouden achtergrond, er is de zon en de lichtstralen op de banken, de lichtweerkaatsingen op de klederen.
De twaalf personages zijn de Apostelen, van het Grieks apostoloi, zij die gezonden zijn.
Bovenaan Petrus en Paulus, dan de vier evangelisten, die het Heilige Boek vasthouden, links Mattheus en Lucas en rechts Johannes en Marcus en verder waarschijnlijk Simon, Bartholomeus en Filippus (of Judas) links en Andreas, Jacobus en Thomas rechts.
Waarom is de heilige Paulus op deze icoon afgebeeld, kunt u zich afvragen, vermits hij niet aanwezig was op die dag en hij zelfs nog niet bekeerd was?
Dit komt omdat deze icoon niet enkel de gebeurtenissen beschrijft die de teksten voorstelt, maar ook de zin en betekenis ervan toont. De betekenis van deze aanwezigheid lijkt klaar, de icoon toont niet enkel de historische ooggetuigen, maar de draagwijdte van het beeld wordt uitgebreid door een evocatie van de apostolische volheid en daardoor ecclesiale volheid; en kan men zich deze voorstellen zonder Paulus? Ze is ondenkbaar zonder hem en daarom zit hij tegenover Petrus. Doordat Paulus toegevoegd wordt, getuigt de icoon van de kerkelijke realiteit.
De icoon is niet een eenvoudige illustratie van de heilige Schrift, zij heeft een dogmatische en didactische inhoud, en onderwijst het geloof van de Kerk. Dit is zeker waar voor de icoon van Pinksteren die daarenboven het symbool is van de Kerk.
De onderrichtscène
Wat betekent de lege plaats midden tussen de apostelen?
Deze plaats is die van Christus. De leeg gelaten plaats in het centrum betekent dat Christus aanwezig is, zelfs als Hij niet zichtbaar is. “Waar twee of meer in Mijn naam verenigd zijn, ben Ik in hun midden” (Mt. XVIII : 2).
De plaats van Christus is in het centrum, hij is de leider van de Gemeenschap.
Hij is de leider (d.w.z. het hoofd) van de Kerk en het is de Kerk – Lichaam van Christus – die de taak heeft om Zijn Onderricht te verspreiden; met de gave van de Heilige Geest, “Die bij u zal blijven in eeuwigheid” (Jo. XIV, 16).
De Heilige Geest neemt in zekere zin het onderricht over, want Hij leert hen alles, zelfs dat wat ze niet konden dragen wanneer Christus onder hen was: “De Trooster, de Heilige Geest Die de Vader zenden zal in Mijn naam, Hij zal u alles leren, en u herinneren aan alles wat Ik u gezegd heb.” (Jo. XIV, 26)
Christus zegt ook: “Nog veel meer heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het nu nog niet dragen. Maar wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, dan zal Hij u tot volle waarheid geleiden.” (Jo. XVI, 12-13).
De Heilige Geest, die voor altijd gegeven is, zal de apostelen helpen om de apostolische zending te volbrengen die hun is toevertrouwd, toevertrouwd aan hen die niet erudiet of filosoof waren, maar eenvoudige mensen, zondaars…
Waarom kozen de iconografen een onderrichtscène die doet denken aan de filosofische onderrichtscènes van de Oudheid?
Bekijken we de icoon:
De apostelen zijn gezeten op een bank met hoge rugleuning in een halve cirkel, dezelfde die men gebruikte in de Oudheid in de scholen van filosofie. Men denkt onmiddellijk aan Plato, aan Pythagoras…, die hun leerlingen onderwezen.
De verwijzing naar de Oudheid is duidelijk, ze richt zich tot de Grieken, tot de vertegenwoordigers van het filosofisch denken, wat de absolute referentie was, en zegt dat het onderricht van Christus veel verder gaat dan de eenvoudige filosofie, die menselijk blijft. Het is een nieuw tijdperk dat aanvangt voor de mensheid, want het woord van Christus, “dit woord dat gij hoort,” zegt Christus, “is niet van Mijzelf, maar van de Vader die Mij gezonden heeft” (Jo. XIV: 24).
Het is dus het Woord van de Vader dat ons werd overgebracht door de Zoon en dat de Geest verduidelijkt.
We weten ook dat Christus in het Oude Testament werd aangekondigd onder de naam Wijsheid, Christus is Sofia. Toen God Zijn Zoon schonk aan de mensen, heeft Hij deze Wijsheid medegedeeld, en deze Wijsheid heeft Hij aan de Apostelen doorgegeven en heeft hun gevraagd om ze aan de hele wereld te verkondigen: “Gaat uit over de gehele wereld en predikt het Evangelie aan alle schepselen”. (Mc. XVI: 15).
Het beeld van de onderwijzende Christus is reeds vroeg voorgesteld in de vroegchristelijke iconografie. In de Catacomben van Domitilla, vierde eeuw, bevindt zich één van de eerste voorstellingen van Christus die onderricht geeft; Hij is gekleed als in de Oudheid, zoals de filosoof te midden van zijn leerlingen. De vroegchristelijke kunst is zeer geïnspireerd door de antieke kunst, de fresco’s, de miniaturen, het halfverheven beeldhouwwerk.

Een ivoor uit de zesde eeuw (Rome of Noord-Italië) toont ons de twaalf apostelen, gezeten rond Christus. Op dit gebeeldhouwd ivoor, ziet men dat de plaats van Christus in het centrum is, bijna als een centrale zuil, en dat de apostelen zich rond Hem bevinden. Ze zitten op stoelen in een halve cirkel, en ze worden gezien in een verhoogd perspectief, men zou kunnen zeggen een ‘omgekeerd perspectief’ (dus de personages worden kleiner afgebeeld, niet als ze verder van de toeschouwer verwijderd zijn, maar als ze dichterbij komen).
Indien we ons inbeelden dat de plaats van Christus leeg is, komen we tot de klassieke schikking van het college van apostelen van Pinksteren, het college van apostelen is de basis van de Kerk, de twaalf zuilen waarop het gebouw rust, gebouwd op de hoeksteen die Christus is (cfr. De twaalf stammen van Israël).
Dat Christus op de Pinkstericoon gesuggereerd wordt door een lege ruimte, is sterk, is symbolisch erg sterk: de aanwezigheid wordt gesuggereerd door de afwezigheid…
Symbool van de Kerk
De icoon van Pinksteren is dus niet een eenvoudige illustratie van een historische gebeurtenis, zij is een symbool, zij is het symbool van de Kerk.
We moeten hier even stilstaan bij het woord symbool. Symbolon (Grieks; betekent: wat verzamelt) is het tegenovergestelde van diabolon (Gr., wat verdeelt). Oorspronkelijk was het symbolon een voorwerp dat men in twee had gesneden en dat slechts betekenis had wanneer de twee delen terug verenigd waren. Het was een teken van herkenning.
Het symbool verenigt twee delen, aan de ene kant een realiteit van de zichtbare wereld, en aan de andere kant een realiteit van de onzichtbare wereld die tegenwoordig wordt gesteld. Het symbool is niet een eenvoudig allegorisch beeld, er bestaat een organische band tussen de twee delen die het verenigt.
De icoon als symbool beïnvloedt ook diegene die haar aanschouwt. Zij kan ons helpen om ons om te vormen door ons uit te nodigen om ons te richten naar wat gesymboliseerd is en om ons ermee te vereenzelvigen.
De icoon handelt op deze wijze, ze verenigt een zichtbaar en onzichtbaar deel, een materieel deel en een spiritueel deel, ze openbaart ons een andere wereld met een volheid die niet te vergelijken is met het leven van de gevallen wereld.
Zich verenigen in de Kerk heeft betrekking op de natuur en het doel van de vereniging, niet op de plaats: het woord kerk komt van het Grieks ekklesia, wat bijeenkomst betekent (het werkwoord ekklesiazo betekent oproepen, een bijeenkomst samenroepen, een samenkomst bijwonen). De icoon toont ons het prototype van deze bijeenkomst, de eerste bijeenkomst, de stichtende vergadering, die van de apostelen. “Zich verenigen in de kerk” betekent dus zulke gemeenschap vormen, waarvan het doel is de Kerk te vertegenwoordigen, te realiseren. Deze eerste samenkomst bevestigt het bestaan van de Kerk.
Een orthodoxe theoloog, vader Alexander Schmemann, schrijft: “We moeten goed beseffen dat we ons naar de tempel begeven, niet om er individueel te bidden, maar om ons te verenigen in de Kerk. De zichtbare tempel is slechts de afbeelding van de onzichtbare waarmee hij zich bekleedt en die niet door mensenhanden gemaakt is… Wanneer ik zeg dat ik me naar de kerk begeef, betekent dit dat ik ga naar de gemeenschap van gelovigen om met hen de Kerk te vormen, om diegene te zijn die ik geworden ben op de dag van mijn doop: een lidmaat van het Lichaam van Christus, in de volle betekenis van het woord… Ik ga naar de kerk om mezelf als lid te manifesteren, om te getuigen voor God en de mensen van het Koninkrijk, reeds gekomen in kracht” (A. Schmemann: de Eucharistie). Dit is het mysterie van de Kerk, van het Lichaam van Christus dat wij vormen, nu, want Christus is met ons, zelfs al is Hij onzichtbaar zoals op de icoon.
De scène die wordt afgebeeld op de icoon is meer dan een onderrichtscène, het is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen op het moment dat zij de doop van de Geest ontvangen.
Deze Gemeenschap is de initiële en fundamentele vorm van de Kerk. Het is het model van de Kerk die WIJ nu vormen, want WIJ zijn de Kerk, wij zijn in Christus en Christus is in ons. Wij zijn de Kerk en wij manifesteren en belijden de aanwezigheid van Christus in de wereld.
De aanwezigheid van Christus en Zijn Koninkrijk in de wereld bevestigen en belijden, was de eerste zending van de Apostelen, daarom draagt de ene een boek en de andere een schriftrol.
Boek en schriftrol
Degenen die het Boek, het Evangelie,
vasthouden, zijn: Paulus, Johannes, Lucas, Mattheus en Marcus. De overigen houden een schriftrol in de hand. Op andere iconen houden de apostelen allemaal een schriftrol vast; de schriftrol symboliseert het Woord van God, dat ze gaan overbrengen dankzij de Heilige Geest.
We zien hier tegelijkertijd de parallel en de overstijging van de parallel tussen Christelijk en joods Pinksteren: de Tafelen der Wet zijn aan Mozes gegeven vijftig dagen na de doortocht van de Rode Zee. De Heilige Geest, die alles leert aan de Apostelen (dus aan de Kerk) en hen herinnert aan alles wat Christus hun gezegd had, is gezonden aan de Kerk in wording op de dag van het joodse Pinksterfeest. Het onderricht van Christus, dat komt van de Vader, is daar bovenop gegeven aan de mensheid op de weg van het heil.
Harmonie en kalmte
In de Handelingen der apostelen staat dat de Nederdaling van de Heilige Geest gebeurde met groot lawaai en in een totale verwarring. Nochtans zien we op de icoon helemaal het tegenovergestelde: een harmonische orde, een nauwkeurige compositie. De strakke houding van de Apostelen drukt kalmte en plechtigheid uit. De icoon toont ons het gebeuren van binnen, zoals het beleefd werd door de apostelen, en zo laat ze ons deelnemen aan het innerlijke gebeuren, wij beleven het zoals de apostelen het beleefd hebben. De icoon openbaart ons de innerlijke betekenis van de gebeurtenissen, zij openbaart de eschatologische betekenis
De vuurtongen: de doop van de Kerk door het vuur..
De icoon van Pinksteren is de voorstelling van de Bijeenkomst van de Apostelen, d.w.z. van de Kerk, op het moment dat deze de Doop van de Geest ontvangt.
“Want Johannes doopte met water, maar gij zult gedoopt worden met de Heilige Geest” (Hand. I: 5), zegt Christus tegen de apostelen. “Er verschenen hun tongen als van vuur, die zich verdeelden en zich op ieder van hen neerzetten.” (Hand. II: 3).
Lees verder “De Icoon van Pinksteren uitgelegd….”