
We zien onszelf als mensen van weinig geloof, of van geen geloof; en toch blijft Hij ondanks dit alles vriendelijk, onzichtbaar beschermend en koesterend, ons niet voor altijd overgevend aan de macht van de zonde, naar onze ongerechtigheden, noch ons laten vergaan door de bedrieglijkheid van de wereld. , maar in Zijn grote goedertierenheid en lankmoedigheid kijkend naar het moment waarop wij tot Hem bekeerd zullen worden.
Macarius de Grote
