Roeping van de eerste leerlingen Lezingen..

roeping-eerste-leerlingen8 (1)

2e zondag na Pinksteren
Roeping van de eerste leerlingen

LEZINGEN :

Eerste Lezing :
2 Kor 1,21-2,4

En God zelf is het die ons samen met u in Christus bevestigt en die ons heeft gezalfd. 22Hij is het die op ons zijn zegel heeft gedrukt en ons de Geest als onderpand heeft gegeven. 23Ik roep God aan als mijn getuige: alleen om u te sparen ben ik niet naar Korinte gekomen. 24Niet alsof wij heer en meester zijn van uw geloof; in het geloof staat gij vast genoeg. Wij willen slechts bijdragen tot uw vreugde.
Want een ding had ik mij voorgenomen: mijn eerstvolgend bezoek aan u mocht onder geen beding weer een bezoek in droefheid zijn. 2Als ik u leed doe, wie moet mij dan gelukkig maken? Wie anders dan de mensen die ik bedroefd heb gemaakt? 3Daarom had ik ook geschreven, om bij mijn komst, een leed te hoeven ondervinden van u die mij juist gelukkig moest maken. Want ik ben er zeker van dat mijn geluk ook uw aller geluk is. 4Toen ik schreef, was het dan ook met een bedrukt en beklemd gemoed en onder veel tranen. Ik wilde u niet verdrietig maken, maar u een blijk geven van de innige liefde die ik u toedraag. 5Als iemand leed veroorzaakt hee

Evangelie
Lucas 5,1-11 :

1 Op zekere dag stond Jezus aan de oever van het meer van Gennesaret, terwijl de mensen op Hem aandrongen om het woord Gods te horen 2 Hij zag nu twee boten liggen aan de oever van het meer; de vissers waren eruit gegaan en spoelden hun netten. 3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon en vroeg hem een eindje van wal te steken. Hij ging zitten en vanuit de boot vervolgde Hij zijn onderricht aan het volk. 4 Toen Hij zijn toespraak had geëindigd, zei Hij tot Simon: ‘Vaar nu naar het diepe en gooi uw netten uit voor de vangst.’ 5 Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we gezwoegd zonder iets te vangen, maar op uw woord zal ik de netten uitgooien.’ 6 Ze deden het en vingen zulk een massa vissen in hun netten,
7 dat deze dreigen te scheuren. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Toen die gekomen waren, vulden zij de beide boten tot zinkens toe.
8 Bij het zien daarvan viel Simon Petrus Jezus te voet en zei: ‘Heer, ga van mij weg, want ik ben een zondig mens.’ 9 Ontzetting had zich meester gemaakt van hem en allen die bij hem waren vanwege de vangst die ze gedaan hadden; 10 en zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus echter sprak tot Simon: ‘Weest niet bevreesd, voortaan zult ge mensen vangen.’ 11 Ze brachten de boten aan land en lieten alles achter om Hem te volgen.

ab118bcb329d9ad4d2e6050a8b6b3618 (1)

Auteur: Krisbiesbroeck

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie/filosofie

Plaats een reactie